10/02/12 om 11:03 - Bijgewerkt om 11:03

Het Griekse schaamlapje

Griekenland is absoluut niet het grootste probleem van de euro.

Het Griekse drama blijft zich verder ontrollen. De Griekse politici blijven er op speculeren dat de troika (EU, ECB, IMF) een Grieks faillissement zodanig vreest dat ze hoe dan ook met vers geld over de brug zullen komen. Bij de troika overheerst de (gegronde) vrees dat de Grieken weer veel meer beloven dan ze zullen waarmaken.

Het steekspel over en weer zal, zo ziet het er thans uit, nog dagen blijven doorgaan. Ondertussen tuimelt de Griekse economie verder de put in en neemt de maatschappelijke ontreddering beangstigende proporties aan. Het resultaat van de heisa rond Griekenland is wel dat de aandacht afgeleid wordt van de fundamentele problematiek rond het voortbestaan van de eurozone. Twee elementen blijven dienaangaande acuut aan de orde.

Ten eerste, het probleem van de solvabiliteit van de banken. Sinds Mario Draghi aan het hoofd staat van de Europese Centrale Bank (ECB) staan de liquiditeitsluizen van de ECB wagenwijd open. In december 2011 leenden een 500-tal banken in totaal 489 miljard euro van de ECB op drie jaar aan nauwelijks méér dan 1%. Later op de maand volgt een vergelijkbare operatie waarbij volgens sommige schattingen de banken nog meer krediet zullen opnemen.

ECB-kredieten lossen echter het gebrek aan kapitaal van de Europese banken (geschat op ergens tussen de 100 en de 300 miljard euro) niet op. De ECB speelt met vuur want haar liquiditeitsinjecties verhogen aanzienlijk de kans op nieuwe zeepbellen. Ook is de vrees zeer terecht dat de ECB-acties banken zowel als regeringen in slaap wiegen. Waarom drastische acties ondernemen als de ECB toch de branden blust?

Mario Draghi krijgt het trouwens stilaan moeilijker binnen de beleidsorganen van de ECB. Gisteren kwam er openlijk verzet binnen de raad van bestuur van de ECB. Draghi zelf moest toegeven dat de beslissingen niet unaniem genomen werden.

De Duitse Bundesbank liet bij monde van haar president Jens Weidmann weten grote reserves te koesteren ten aanzien van nieuwe leningen op drie jaar. Vooral het feit dat de ECB en de nationale centrale banken lagere standaards zouden hanteren voor het waardepapier waartegen de banken kunnen lenen bij de ECB, zit de Duisters erg hoog.

Waar gaat het echt om hier? De ECB wil via kredieten aan vooral Spaanse, Italiaanse en Franse banken proberen om de overheidsobligaties van die drie landen in veilig water te houden. Dat loopt faliekant af als die landen ondertussen niet fors ingrijpen om de begroting onder controle te brengen en het groeipotentieel van de economie op te tillen.

Wat de Duitsers heel scherp in de smiezen hebben, en Draghi duidelijk veel minder, is dat, zoals hierboven al aangegeven, hoe meer de ECB geld pompt, hoe groter de kans wordt dat deze regeringen het toch wat minder nauw gaan nemen met het saneringsbeleid (en de banken met hun kapitaaltekort).

Ten tweede, de structurele hervormingen nodig om de monetaire unie in Europa op een duurzame leest te schoeien, vorderen, beleefd uitgedrukt, heel traag. De erkenning dat substantiële nationale bevoegdheden naar het euro-niveau zullen moeten gebracht worden, blijft op enorm veel weerstand stoten.

Alzo ontstaan er constant Babylonische verwarringen. Neem nu het budgettair ontwerpakkoord ("fiscal compact") waar de voorbije weken veel om te doen was. Als je daarover met een Duister praat, hoor je het volgende: het gaat hier om een strak akkoord met afdwingbare regels waarop door een onafhankelijke entiteit, liefst het Europees Hof van Justitie, moet worden toegezien. Praat je met een Fransman dan weerklinkt het volgende: het gaat hier om een politiek akkoord tussen soevereine staten waarop door een politieke entiteit, liefst voorgezeten door een Fransman, moet worden toegekeken met de nodige spouplesse. En toch beweren Merkel en Sarkozy dat ze het over dat fiscal compact eens zijn. In de realiteit praten ze echter over heel verschillende dingen. Dit is het echte probleem van Europa en de euro.

Onze partners