06/03/12 om 13:39 - Bijgewerkt om 13:39

Het Europese begrotingspact komt neer op een hernieuwing van de Maastrichtbeloften

Eigenlijk is het begrotingspact niets anders dan een herkauwen van afspraken die nog veel eerder werden gemaakt: aan de vooravond van de Europese top in Maastricht in december 1991.

Vorige week werd de Europese top besloten met de plechtige ondertekening van het nieuwe Europese begrotingspact. Zodra dat pact van kracht is, kunnen de landen die het hebben getekend zich maar beter aan de begrotingsregels houden. Want die zijn zeer streng.

De eurolanden moeten voortaan hun begroting in evenwicht hebben. Een klein tekort van 0,5 procent kan er nog net mee door. En alleen in gevallen van zwaar economisch onweer - wanneer de lidstaten hun economie op gang moeten trekken - is een tekort van 3 procent toegestaan. Maar alleen dan. Bovendien mag de overheidsschuld nooit meer bedragen dan 60 procent van het bruto binnenlands product.

Inbreuken op het Europese begrotingspact worden voor het Europees Hof van Justitie gebracht en boetes kunnen oplopen tot 0,1 procent van het bbp - tot honderden miljoenen euro's dus.

Als het van de voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy afhangt, kunnen de eurolanden die Europese begrotingsregels maar beter in de Grondwet inschrijven. Voor België maakt dat geen verschil, want het Europese Unierecht heeft hier voorrang op de Belgische grondwet.

Het Europese begrotingspact zorgde voor stevige titels in de berichtgeving. Toch ging het hier om oud nieuws. Sommigen wezen er meteen op dat het pact, een eis van de Duitsers, al voor ruim 90 procent vervat was in het zogenaamde sixpack dat enkele maanden geleden door het Europees Parlement werd goedgekeurd.

Eigenlijk is het begrotingspact niets anders dan een herkauwen van afspraken die nog veel eerder werden gemaakt: aan de vooravond van de Europese top in Maastricht in december 1991.

In de aanloop naar die topbijeenkomst in Maastricht had de toenmalige ondervoorzitter van de Bundesbank Hans Tietmeyer een nogal botte verklaring de wereld ingestuurd. Daarin werd gesteld dat het pas herenigde Duitsland veel te verliezen had bij de komende herschikking van de Europese munten, 'namelijk een van de meest succesvolle monetaire instellingen ter wereld'. Daarmee ging Tietmeyer in tegen de stilzwijgende afspraak binnen het Duitse politieke en zakelijke establishment om zich alleen in de meest positieve zin uit te laten over de Europese integratie.

Het waren de Franse president François Mitterrand en de Italiaanse premier Giulio Andreotti die de Duitsers deden bijdraaien. Aan de vooravond van de samenkomst in Maastricht werd tijdens een tête-à-tête tussen Mitterrand en Andreotti, twee oude vossen in de Europese politiek, een voorstel uitgewerkt dat de monetaire unie in werking zou treden in 1999, maar alléén voor de lidstaten die tegen 1997 hun begrotingstekort onder 3 procent hadden gebracht en hun schuld naar 60 procent van het bbp.

Met die dure beloften én met de zekerheid dat de Europese Centrale Bank in Frankfurt zou worden gevestigd, werd de Duitse kanselier Helmut Kohl door Mitterrand en Andreotti overtuigd.

Toen al besefte men in de Europese cenakels dat het binnenhalen van Italië, Ierland, Spanje en Griekenland tot moeilijkheden kon leiden. Daarom werd een zogeheten cohesiefonds in leven geroepen om die probleemlanden naar de eurozone te loodsen.

De recente bewering dat onder meer de Grieken zich toegang tot de eurozone hebben verschaft met leugenachtige begrotingscijfers, snijdt weinig hout.

In zijn destijds ophefmakende boek The Rotten Heart of Europe, verschenen in 1995, waarschuwde de Europese topambtenaar Bernard Connolly al voor naderend onheil.

Connolly, voorzitter van de commissie die de werking van het Europees Monetair Systeem begeleidde en controleerde, voorspelde dat landen als Griekenland, Spanje, Portugal, Ierland en Italië bij de muntunie betrekken voor ontsporingen zou zorgen.

Connolly werd ontslagen en de Europese machthebbers legden zijn adviezen naast zich neer.

Het jongste Europese begrotingspact is een ultieme poging om de door Connolly voorspelde averij te herstellen en de euro opnieuw van de kant te duwen.

Om die euro weer vlot te krijgen, heeft de Europese Centrale Bank aan 800 banken ruim 530 miljard euro geleend, voor een looptijd van drie jaar en tegen een rente van amper 1 procent. De Griekse bevolking, die de pijnlijke gevolgen ondergaat van de interne devaluatie, heeft geen baat bij de ECB-actie.

Want nog geen 24 uur later was het merendeel van al dat geleende geld opnieuw in veiligheid op een ECB-conto - banken dienen immers de eigen liquiditeiten op peil houden. Een ander deel, uitgeleend aan Zuid-Europese banken, staat intussen opnieuw op Duitse bankrekeningen, als gevolg van kapitaalvlucht.

Diezelfde banken, zittend op bergen goedkoop ECB-geld, raden investeerders nu aan vooral weg te blijven uit Zuid-Europa.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners