23/08/10 om 18:20 - Bijgewerkt om 18:20

Het ei van Columbus?

De strijd om de drempels van onze cultuurtempels te slijten leek verloren. In tijden van crisis is een gratisverhaal een sprookje. Maar het SMAK brengt hoop.

Het was de rode draad in het beleid van de (toen nog niet rode) Bert Anciaux: de publieksparticipatie verhogen. Hij experimenteerde bijna tien jaar lang, brouwde zelfs een heus participatiedecreet en zette zwaar in op een agressieve prijzenpolitiek. Het liefst had hij alle musea gratis gemaakt. Toen dat budgettair onhaalbaar bleek, pleitte hij ervoor dat musea, kunstencentra en andere Vlaamse cultuurinstellingen minstens één dag hun deuren gratis zouden openzetten.

De gouden jaren van Anciaux zijn voorbij en nu het op het departement Cultuur (zoals op alle departementen) besparen geblazen is, lijkt het gratisverhaal niet meer dan een mooi sprookje. De cultuurhuizen zijn koortsachtig op zoek naar andere bronnen van inkomsten, via sponsors of mecenassen bijvoorbeeld. Deze zoektocht levert voor de meeste alleen hoofdpijn en ontgoocheling op. Ook het bedrijfsleven is platzak en in Vlaanderen bestaat er niet echt een cultuur van giften.

Vorige week bracht een bericht uit het Gentse SMAK weer hoop. Het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst had in de week van 20 april geëxperimenteerd met een pay what you want-systeem ('betaal zoveel je wilt'). De toegang tot het museum was in principe gratis, maar de bezoekers werden wel vriendelijk verzocht om een milde bijdrage te leveren. Hoe hoog die moest zijn, mochten ze zelf bepalen.

De resultaten waren hartverwarmend. Terwijl het SMAK gemiddeld 1,7 euro per persoon binnenkrijgt (dat getal is laag vanwege kortingen allerhande), kwam er in die bewuste aprilweek maar liefst 3,5 euro per persoon in het laatje. Volgens Femke Vandenbosch bleken bezoekers meer bereid om na de tentoonstelling te betalen dan vooraf.

Door SP.A-parlementslid Philippe de Coene ondervraagd over het pay what you want-systeem, toonde cultuurminister Joke Schauvliege (CD&V) zich zeer geïnteresseerd. Zij verwacht dat het 'een drempelverlagend effect kan hebben' en 'herhaalbezoek zou kunnen stimuleren'.

Het experiment, dat in de VS en Groot-Brittannië door meerdere musea wordt toegepast, legt wel een negatief neveneffect van het gratisbeleid bloot. Door cultuur gratis te maken, heeft de overheid te lang de indruk gewekt dat cultuur niets waard is. Door een bijdrage te vragen en de hoogte ervan aan de bezoeker over te laten, wordt die bezoeker aan het denken gezet. Zo kan hij zelf vaststellen dat hij voor een relatief lage prijs van topkwaliteit kan genieten.

Een beetje kort door de bocht maar toch iets om over na te denken: heeft de gesubsidieerde theatersector met zijn belachelijk lage toegangsprijzen de overlevingskansen van de vrije theatersector niet gefnuikt? Kunnen bijvoorbeeld al die hippe tweeverdieners die op rang A gaan zitten in (pakweg) het Toneelhuis echt niet meer dan 16 euro betalen voor een avondvullend theaterstuk van 'wereldniveau'? Hun parkeerticket kost hen wellicht meer.

Cultuur mag niet voor een elite zijn, maar wie kan betalen zou aangespoord moeten worden om dat ook te doen. Enkel dan kunnen theaters, musea, muziekensembles of kunstencentra een gezond evenwicht vinden tussen eigen inkomsten en subsidies.

Als dit soort experimenten op lange termijn duurzaam blijken, kan de gespannen relatie tussen de politiek (die de subsidies ophoest) en de cultuursector misschien wat verbeteren. Meer eigen inkomsten betekent ook meer onafhankelijkheid en meer armslag voor kunstenaars.

Karl van den Broeck

Onze partners