Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

28/06/13 om 16:49 - Bijgewerkt om 16:49

Het eerlijke proces

Onafgebroken lezen wij berichten over strafprocessen die op een sisser aflopen omdat de vereisten van het eerlijk proces niet werden gevolgd.

In zijn toespraak van 3 september 2012 had de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois het uitgebreid over het eerlijk proces. Hij verklaarde :"De vraag komt aan de orde of het nog langer duldbaar is dat een strafrechtelijk systeem van een democratische rechtsstaat er niet in slaagt de garanties te bieden die het respect van het vermoeden van onschuld en het eerlijk proces moeten omgeven, zoals de discretie en het respect van het geheim van het vooronderzoek? Het gaat hier om de bescherming van evenwaardige fundamentele rechten die niet ondergeschikt zijn aan andere rechten. De vraag naar het impact van informatielekken ten aanzien van de schending van het vermoeden van onschuld of van het eerlijk proces wordt nog pertinenter wanneer blijkt dat de lekken niet anders dan afkomstig kunnen zijn van insiders en dus van professionele medewerkers waarvan moeilijk kan voorgehouden worden dat ze ontsnappen aan de controle van de overheid. Het vermoeden van onschuld beschermen is immers in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de overheid, en niet van de pers. Het E.H.R.M. heeft reeds meerdere malen duidelijk gemaakt dat het aan de lidstaten behoort een oordeelkundig evenwicht te zoeken tussen bijvoorbeeld het recht op privé leven en het recht op vrije meningsuiting."

In dezelfde toespraak stelde de heer Liégeois voor om perslekken zwaarder te bestraffen en voor de opsporing er van bijzondere technieken te gebruiken.Er kwam heel wat kritiek omdat dit voorstel de weegschaal naar de kant van het openbaar ministerie doet doorslaan.Het gevaar is immers reëel dat wanneer er tijdens de opsporing of het onderzoek gebruik wordt gemaakt van de observatie, telefoontap, het onderscheppen van mails, hierover niet alles aan de strafrechter wordt ter kennis gebracht zodat de verdachte zich hierop niet kan verdedigen en de rechter er geen rekening kan mede houden.

Onevenwicht

Onafgebroken lezen wij berichten over strafprocessen die op een sisser aflopen omdat de vereisten van het eerlijk proces niet werden gevolgd : een procedure die te lang aansleept,fundamentele vormvereisten die niet werden gevolgd,bijzondere opsporingsmethoden die geheim werden gehouden.Deze week sprak het Hof van Beroep te Antwerpen een Bulgaarse dealer vrij,die door de politie werd aangetroffen met 25 kilo heroïne in de auto,omdat de politie in haar proces-verbaal niet had geschreven dat hij werd afgeluisterd en geobserveerd.

Wat dergelijke vrijspraak inhoudt mag niet onderschat worden.

Het verhoogt in sterke mate de ongeloofwaardigheid van het gerechtelijk optreden in strafzaken en frustreert al diegene die aan de opsporing en de vervolging hebben meegewerkt.Niet in het minste geldt deze frustratie ook voor de rechters die de vrijspraak moeten uitspreken.Zij weten dat de zwaarwichtige feiten bewezen zijn en de man schuldig is,maar moeten in eer en geweten oordelen en daarbij de weegschaal in evenwicht houden.

De afweging

Bij een vrijspraak zoals voorgaande komen heel wat bedenkingen aan bod die de burger,die er zich terecht aan ergert,niet maakt.Het is daarom de moeite er enkele van aan te geven.

Het is steeds meer een praktijk om gerechtelijke dossiers op te splitsen.Daardoor wil het OM omvangrijke dossiers en langdurige onderzoeken vermijden.Het gevaar bestaat er echter in dat door de opsplitsing de verdediging en de strafrechter slechts een deel van de waarheid voorgeschoteld krijgen,dat de weergave van de wijze waarop de opsporing en het onderzoek is gebeurd,veelal bij aanwending van bijzondere methoden,niet aan het afgesplitste dossier wordt gevoegd.Dat de voornaamste daden van opsporing en vervolging voor de verdediging en de strafrechter geheim worden gehouden kan natuurlijk niet.

Dat is geen nieuw probleem maar een gegeven dat zo oud is als het bestaan van de bijzondere methoden zelf.Dat dergelijke wijzen van vervolging nog steeds mogelijk zijn toont aan dat er bij de politie en de vervolgingsambtenaren nog steeds een verkeerde ingesteldheid bestaat over wat aan anderen niet is toegelaten en wat zij zelf wél mogen doen.

Het is deze ingesteldheid die velen,bij het aanhoren van de hiervoor aangehaalde mercuriale,heeft geschokt : je kan niet voor jezelf opeisen wat je aan anderen ontzegt.Dezelfde opmerking gaat ook naar de kern van de besproken problematiek : je kan voor het beschermen van de waarden die de maatschappij schragen dezelfde waarden niet schenden.

Dat strafrechters regelmatig tegen hun wil tot dergelijke vrijspraken komen toont ook aan waar het verschil tussen het openbaar ministerie en de zetel zit.

Al behoren in dit land de rechters én de procureurs tot dezelfde rechterlijke macht dan is er,ook in de feitelijke werkelijkheid,een duidelijk verschil in opdracht en benadering.

Gebruik makend van de verwarring en de ondoelmatigheid van de politieoorlog van vijfentwintig jaar geleden heeft het openbaar ministerie de leiding van het vooronderzoek als de verdere gerchtelijke afhandeling naar zich toegetrokken.De afstand met de politionele actie,die er vroeger wél was,is verdwenen.Daardoor heeft het OM zijn hoedanigheid als partij in strafzaken aangescherpt.In deze evolutie naar een,overigens erg selektieve,benadering van de Algelsaksiche opvatting van het strafproces heeft het parket evenwel zijn bevoorrechte positie ten overstaan van de andere partij,de verdediging,niet opgegeven,maar heeft het deze zelfs nog versterkt.

De overmatige rol die het parket nu in de strafprocedure heeft verkregen is zelfs door de wetgever, op ondoordachte wijze,bevestigd.In de wet op de verruimde minnelijke schikking is de procureur-generaal zelfs strafrechter geworden.Hij verenigt in zijn ambt de opsporingsbevoegdheden van de procureur,oordeelt over de aanwending van het door de onderzoeksrechter opgeleverde dossier,vervolgt of vervolgt niet,maakt een schikking met de verdachte,en herleidt daarbij de aanwezigheid van de strafrechter tot een formalisme zonder beoordelingsmogelijkheid zodat de procureur-generaal deze bevoegdheid zelf kan uitoefenen.
Onhoudbaar

De eerste commissie Franchimont,die de opdracht had de knelpunten in de strafprocedure weg te nemen,verkoos,zoals ook de Europese rechtsspraak dat voorhoudt,de klassieke verdeling van opdrachten en bevoegdheden,wettigde,door de erkenning van het sepot en het opsporingsonderzoek, de geldende praktijk en gaf de onderzoeksrechter de duidelijke opdracht om alle maatregelen te nemen die de rechtscolleges in staat moeten stellen met kennis van zaken te oordelen.

Dit hernieuwd evenwicht in de strafprocedure werd evenwel in de praktijk maar evenmin in de verdere wetgeving niet geëerbiedigd.
De verduidelijkte opdracht van de onderzoeksrechter werd,o.m. in betwistingen omtrent de operatie Kelk,aangevochten,de opportuniteitsbeoordeling van de strafvordering door de procureur breidde zich uit tot een beoordeling ten gronde.De na het Dutrouxdrama beloofde transparantie kwam er niet en maakte zelfs plaats voor een voortschrijdende verheimelijking.

De Justitiehervormingen

Ongeacht wat de opeenvolgende plannen tot hervorming van justitie hebben opgebracht moet worden vastgesteld dat aan de fundamentele vraag wie in de strafprocedure welke bevoegdheden kan uitoefenen,wat daarvan de onderliggende filosofie is en de daaruit zowel voor de behoorlijkheid als de doelmatigheid voortvloeiende gevolgen zijn,niet werd gewerkt.

De parketoorlog omtrent de Antwerpse diamantdossiers toont aan tot welke desastreuse gevolgen dat leidt.Zowel de Hoge Raad voor de Justitie als het Hof van Cassatie hebben hierin pleinvrees getoond door de voorliggende problematiek te omzeilen.
Dergelijke houding die oorzaak was voor de oprichting van een Grondwettelijk Hof doet sommigen naar andere,buitengerechtelijke,oplossingen vragen,en ondergraaft daardoor de geloofwaardigheid van de instellingen die ondoelmatige keuzes maken.

Er is geen keuze

Ons land bevindt zich in het justitiebeleid,net als dat met het financieel beleid het geval is,in een Europees keurslijf.In beide gevallen kan het beleid trachten daar onder uit te komen door eigen afwijkende keuzes te maken en te trachten deze af te dwingen.Dat is dan verloren moeite en tijd.Zoals dat recentelijk meermaals is gebeurd zal Europa ook hierin tussen komen en dat zal ons niet alleen beschaamde kaken opleveren maar zal ons ook veel centen kosten.Wie niet langer vatbaar is voor het éne zal in geen geval het andere gevolg kunnen ontkennen.

Walter De Smedt gewezen rechter in Antwerpen

Onze partners