08/01/13 om 13:52 - Bijgewerkt om 13:52

'Hartscreening 12-jarigen is moreel onaanvaardbaar'

De Aalsterse cardioloog Pedro Brugada hoopt te kunnen starten met het screenen van jonge voetballertjes en bij uitbreiding, alle twaalfjarigen, op hartafwijkingen. Zijn collega Hans Van Brabandt vindt dat moreel onaanvaardbaar.

'Hartscreening 12-jarigen is moreel onaanvaardbaar'

Het plotse overlijden van een schijnbaar kerngezonde sportieveling op een voetbalveld of bij een stratenloop heeft een dramatische impact op familieleden, omstaanders en het grote publiek. Het blijft een zeldzaam fenomeen en merkwaardig genoeg weten we niet hoeveel jonge (tussen 12 en 35 jaar) sporters er jaarlijks in België tijdens het sporten aan een hartstilstand overlijden. Een schatting van 2 gevallen per 100.000 sporters is een gemiddelde dat door de meeste experts aanvaard wordt. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Aan de hand van een rekensom gaan we schatten over hoeveel gevallen het per jaar in ons land zou gaan.

Wat statistiek ons leert

Jaarlijks worden in België 125.000 kinderen geboren. Plotse dood tijdens het sporten treft vrijwel steeds jongens. Dus 62.500 van deze pasgeborenen komen in aanmerking voor onze berekening. Laten we ervan uitgaan dat de helft van deze jongens, 31.250 dus, als ze de leeftijd van 12 jaar bereikt hebben, aan competitiesport doen. Ze lopen van hun 12de tot hun 35ste, elk jaar een risico op een hartstilstand tijdens het sporten van 2 op 100.000. Per geboortejaartal verwacht men dus 31.250 x 0.00002 = 0,625 overlijdens per jaar. Brengt men elke leeftijdscategorie van 12 tot 35 jaar in rekening, dan verwacht men dat jaarlijks 14 jonge, adolescente of jongvolwassen sporters als gevolg van een hartstilstand zullen overlijden.

Minstens een deel van deze overlijdens waren te voorzien indien men vooraf een elektrocardiogram (EKG) had afgenomen. Vandaar de idee naar het verrichten van een preventief EKG bij alle jonge competitiesporters in de hoop drama's te vermijden door tijdig in te grijpen. Op het eerste gezicht een zeer nobel initiatief. Toch zijn er bedenkingen die te maken hebben met 3 belangrijke elementen: (1) plotse hartdood bij jonge sporters is uiterst zeldzaam; (2) het EKG is geen perfect middel om hartafwijkingen met een hoog risico op plotse hartdood vast te stellen en (3) eenmaal zo'n aandoening vastgesteld is, is de behandeling ervan niet goed gekend.

Voor niks gediskwalificeerd

Als men bij 100.000 sporters een EKG afneemt, kan men er 90.000 meteen geruststellen. Bij 10.000 (zogenaamd vals-positieven, want een EKG is geen perfect diagnosemiddel) zal men oordelen dat er iets niet pluis is. Bij die mensen is bijkomend onderzoek aanbevolen. Dat kan gaan van een eenvoudige echografie tot meer doorgedreven, al dan niet ingrijpende, onderzoeken. Daarna zullen 8.000 kinderen bijkomend gerustgesteld kunnen worden. De resterende 2.000 worden 'ziek' verklaard en gediskwalificeerd voor competitiesport. De gevolgen op emotioneel vlak voor de betrokken kinderen en hun ouders liggen voor de hand. Van de 2.000 gediskwalificeerde jongeren zijn er 2 waarvan men kan aannemen dat zij in de loop van het jaar zullen overlijden aan een hartstilstand.

Uiteraard weet men niet welke jongeren dat zijn en daarom moet men ze alle 2000 preventief behandelen. Bijkomend probleem is dat het gaat om zeldzame aandoeningen waarvan men niet weet hoe ze best te behandelen. Evenmin is men zeker of diskwalificatie en behandeling uiteindelijk het overlijden zullen voorkomen.

Conclusie

Men zal misschien het overlijden van 2 sporters voorkomen ten koste van de diskwalificatie voor deelname aan sportactiviteiten van 2.000 (of strikter: 1998) kerngezonde jongeren. Deze 2.000 mensen zullen vanaf dan, voor de volgende 60 à 70 jaar, verder door het leven gaan als "hartpatiënt" met alle praktische, emotionele en financiële gevolgen van dien. Alvorens met screening te starten moet wetenschappelijk uitgemaakt worden welke de voor- en nadelen er zijn voor alle betrokkenen. Zolang niet zeker is of de balans positief is, is het moreel onaanvaardbaar om kerngezonde kinderen/mensen aan een dergelijke screening te onderwerpen.

Hans Van Brabandt, cardioloog en directeur www.cebam.be

Onze partners