Paul Lewis
Opinie

27/10/11 om 15:28 - Bijgewerkt om 15:28

Goed nieuws

Wat zou de conclusie zijn als we jonge Europese topjournalisten vragen om te reflecteren over de toekomst van de journalistiek? De verleiding is groot om zichzelf neer te zetten als slachtoffers in een slechtnieuwsverhaal. De kop? 'Journalistiek ten dode opgeschreven'.

In het gehele continent daalt de krantenverkoop en reclame-inkomsten vallen weg waardoor werkgevers geen nieuwe mensen aannemen en ontslagen aan de orde van de dag zijn. Jonge journalisten - zij die het geluk hebben om aangenomen te worden - werken onder enorme tijdsdruk en zien zich gedwongen om persberichten te kopiëren of te herschrijven. Ze hebben nauwelijks tijd over om aan originele verslaggeving te doen. Sommigen van hen zullen zich zelfs gaan afvragen of hun functieomschrijving nog wel relevant is in een tijdperk waarin iedereen met eenvoudige toegang tot YouTube en Twitter zelf nieuws kan 'maken'. Is er nog wel nood aan professionele journalisten?

Zoals de meeste negatieve nieuwsverhalen, mag de kop van dergelijk artikel sensationeel klinken maar als we dieper gaan graven, treffen we een complexere realiteit aan. Het dominante discours rond de neergang van de media-industrie is vaak oppervlakkig van aard, meer nog, het verloochent een opmerkelijke waarheid: het is nog nooit zo opwindend geweest om journalist te zijn.

Wanneer tijdens de YoungPress.eu-conferentie eind oktober honderd jonge journalisten zich verzamelen in Antwerpen, moeten ze dus optimistisch zijn. Dezelfde technologische innovaties die ertoe leidden dat nieuws 'gratis' werd waardoor opiniemakers het einde van de journalistiek verkondigden, zouden ook haar redding kunnen zijn. Het klopt dat het nieuwe tijdperk van gratis digitale informatie nog geen duurzaam businessmodel voor de falende krantenindustrie heeft voortgebracht. Maar eens de journalisten aanvaarden dat verandering onvermijdelijk is, merken ze dat de mogelijkheden verleidelijk zijn. Om te beginnen maakt de exponentiële groei van informatiestromen het voor journalisten mogelijk om sneller dan ooit feiten te verzamelen. Informatie die vroeger weken zoekwerk zou vereisen, is nu binnen enkele seconden beschikbaar. En dan bedoel ik niet alleen publieke informatie, cijfers, documenten of beelden.

Informatie die machtige bedrijven liever geheim hadden gehouden, wordt nu routinematig en vaak terloops online gepubliceerd. Elk uur verschijnen miljoenen brokjes informatie online; tezamen vormen zij een digitale voetafdruk van alle grote gebeurtenissen in de wereld, van politieke toespraken tot natuurrampen. De auteurs van deze informatie zijn gewone burgers die graag samenwerken met journalisten. Journalisten kunnen dan fungeren als de hoekstenen van een breed burgernetwerk, waarin mensen met specifieke inzichten en expertises het journalistieke proces vooruit helpen. In het digitale tijdperk zullen er wellicht minder betaalde journalisten zijn maar veel meer mensen journalistieke functies vervullen. Nu al publiceert bijna iedereen via Facebook en Twitter zijn eigen inzichten.

Een nieuwe generatie van journalisten staat nu op om orde te brengen in de chaotische internetnieuwsstroom die elke seconde groeit. Deze leidende journalisten (anchor journalists) nemen de rol op die traditioneel is weggelegd voor redacteurs: ze zeven het nieuws, verzamelen verhalen en bepalen welke verhalen nieuwswaarde hebben. Het centrum van dit veranderend landschap is Twitter dat de journalistiek zoals we die vandaag kennen transformeert. Redacteurs staren niet langer naar de nieuwsstroom van agentschappen zoals Associated Press, Reuters en Bloomberg om uit te zoeken wat er in de wereld gebeurt; velen gebruiken nu de inzichten van de honderd miljoen gebruikers op Twitter.

Tijdens de rellen deze zomer in Engeland, met plundering en brandstichting in Londen en andere belangrijke steden, was Twitter verantwoordelijk voor de hoogste pieken in het informatieverkeer. Honderdduizenden mensen gebruikten dit microblog om betrouwbare en zeer actuele informatie op te pikken en - cruciaal in dit verhaal - het waren de twitterende journalisten die ze het meest vertrouwden.

Ik heb vier nachten op een rij gerapporteerd vanaf de frontlinie in Londen. Twitter was hiervoor niet alleen het beste medium maar tegelijkertijd de belangrijkste bron om uit te zoeken wat er elders aan de gang was. De 35.000 volgers die ik heb verzameld zijn niet enkel geïnteresseerd in het passief volgen van de updates, ze wilden onderdeel zijn van het debat en bij momenten zelf actief participeren in het zoeken naar nieuwsfeiten. Net zoals redacteurs stellen ze vragen, geven ze feedback en verbeteren ze fouten. Sommigen mensen beweren dat in het digitale tijdperk de professionele journalist vervangen wordt door een leger burgerjournalisten.

De rellen bewijzen het tegendeel: het publiek consumeert nieuws misschien op een andere manier maar ze wil nog steeds dat het op een juiste en evenwichtige manier wordt gebracht door journalisten die met hun neus op de feiten zitten. De onrust in Engeland ontkracht tevens de mythe van het almaar slinkende publiek. Op één dag trok het nieuws van The Guardian over de rellen de aandacht van 5,5 miljoen gebruikers - een record. En dit voor een krant met 250.000 verkochte papieren exemplaren per dag. Het lezerspubliek van The Guardian is niet langer beperkt tot de mensen die, gewapend met £1.20, een krantenwinkel in de UK kunnen binnenstappen. Het lezerspubliek bevindt zich wereldwijd en verandert doorlopend. Ongeveer een derde van onze lezers woont in de Verenigde Staten en meer dan 10% van ons digitale verkeer komt van mobielinternetgebruikers. De waarheid is dus dat het digitale tijdperk een nieuwe gouden eeuw inluidt voor de journalistiek.

De huidige generatie van jonge journalisten kijkt uit naar een toekomst waarin de mogelijkheden voor journalisten exponentieel groeien. Ze nemen een nieuwe positie in die hen in staat stelt om binnen enkele seconden de hulp in te roepen van duizenden experts wereldwijd. Wellicht behoort de papieren krant tot het verleden, in de toekomst kan het publiek groter en meer betrokken zijn dan journalisten ooit durfden te vermoeden. En dat is goed nieuws.

Onze partners