Zijn er te veel keizersneden in België?

29/03/13 om 15:31 - Bijgewerkt om 15:31

Wanneer bepaalde medische handelingen in sommige regio's van een land opvallend meer toegepast worden dan in andere, dan vraagt dit om een verklaring.

Zijn er te veel keizersneden in België?

Wanneer bepaalde medische handelingen in sommige regio's van een land opvallend meer toegepast worden dan in andere, dan vraagt dit om een verklaring. Theoretisch verwacht je immers dat het risico dat je loopt op een appendicitis of een prostaatkanker niet afhankelijk is van waar je woont.

Soms ligt de verklaring van regionale verschillen voor de hand omdat bijvoorbeeld in een bepaalde regio meer bejaarden wonen dan in een andere. Zo zul je per 1000 inwoners meer heupprothese operaties verwachten in regio's waar de gemiddelde leeftijd hoger ligt.

In andere gevallen kunnen de verschillen verklaard worden doordat de verhouding mannen/vrouwen niet in elke regio identiek is. Knieprotheses worden bijvoorbeeld vaker geplaatst bij vrouwen dan bij mannen omdat vrouwen meer getroffen worden door knie-artrose.

Verschillen in levensstandaard tussen diverse gebieden kunnen ook een rol spelen. Tuberculose zie je meer in sociaal achtergestelde regio's.

Indien een bepaalde behandelingsvorm niet of onvoldoende beschikbaar is, dan kan dit leiden tot een onderbehandeling in bepaalde streken. Het gebrek aan aidsmedicatie in sommige derdewereld landen is een voorbeeld.

Natuurlijk of keizersnede

Voor een land als België dat over een uitgebreide gezondheidsvoorziening beschikt, speelt een dergelijke beperking doorgaans niet. Een overaanbod van zorgvoorziening kan echter wel leiden tot overbehandeling.

Een ander element dat een regionale variatie van zorg kan verklaren is wanneer het gaat om een ziekte of een omstandigheid waarvoor diverse behandelingsopties bestaan. De persoonlijke voorkeuren en waarden van de arts en de patiënt zijn hier dan bepalend. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een bevalling die zowel via de natuurlijke weg of via een keizersnede kan gebeuren.

Het Intermutualistisch Agentschap (IMA), de vereniging van Belgische ziekenfondsen, publiceerde onlangs een overzicht van de variatie in het uitvoeren van keizersneden tussen de verschillende Belgische ziekenhuizen. In de periode 2008-2010 gebeurde blijkens dit rapport bijna 20% van de meer dan 350.000 bevallingen in ons land via keizersnede. Het percentage per ziekenhuis varieerde tussen 12% en 28%.

Merkwaardig genoeg is het niet bekend welk percentage keizersneden als "normaal" moet beschouwd worden. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat 15% reeds erg hoog is, een cijfer waaraan volgens de IMA cijfers slechts 7 van de 104 Belgische ziekenhuizen voldoen.

Keuze van de patiënt en verloskundige

Kijken we naar gegevens van de OESO, dan zou in België in 2009 17,3% van de bevallingen via keizersnede gebeurd zijn. Dit cijfer ligt weliswaar hoger dan wat door de WGO als bovengrens aanbevolen wordt, maar het blijkt relatief laag te zijn ten opzichte van de andere OESO landen. In Italië ligt het percentage op 38,4 en in Turkije zelfs op 42,7%.

Er blijkt dus geen eensgezindheid te bestaan over het aanvaardbare aantal keizersneden, noch over het precieze percentage in België. De belangrijkste boodschap is hier misschien wel dat over het verloop van enkele tientallen jaren een volkomen natuurlijke gebeurtenis de status van ziekte gekregen heeft. Maar dat heeft zowel te maken met de keuze van de zwangere vrouw, als die van de verloskundige.

Patiënten hebben angst voor elke mogelijke complicatie voor hun kind of voor zichzelf, en verloskundigen worden mee gedreven door deze angst en door hun vrees voor aansprakelijkheid mocht er iets fout lopen.

Dokter Jan Bosteels, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynecologie en tevens staflid van CEBAM vat het probleem in naam van de verloskundigen als volgt samen: "Onze Vader, vergeet niet dat ook wij mensen zijn, vraag ons niet om het onvoorspelbare te voorspellen en het onvoorzienbare te voorzien, leid ons niet in bekoring om goedbedoeld een bevalling te induceren op vraag van onze moeders, en behoed ons van de absurde medicolegale druk."

Hans Van Brabandt, directeur CEBAM

Lees meer over:

Onze partners