Waarom klinisch onderzoek voor patiënten zo belangrijk is

19/04/12 om 15:36 - Bijgewerkt om 15:36

Onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen zijn een noodzaak. België is altijd top geweest in klinisch onderzoek. Maar die voortrekkersrol dreigt het nu te verliezen.

Waarom klinisch onderzoek voor patiënten zo belangrijk is

© Reuters

100.000 Belgen. Zet ze bij elkaar en je hebt een behoorlijke stad. Ze hebben allemaal het hepatitis C-virus in hun lijf en de helft van hen weet het niet eens. Drie op de vier besmette burgers zullen chronische hepatitis krijgen, een op de vijf tot tien patiënten gaat in rechte lijn af op levercirrose. De stap naar leverkanker is dan nog maar heel klein.

Galenusprijs

Ondertussen is de 30ste Galenusprijs uitgereikt. Zeg maar: een soort Belgische Nobelprijs voor geneesmiddelenontwikkeling die gaat naar het meest vernieuwende geneesmiddel dat in de loop van het vorige jaar werd geregistreerd. De eerste prijs was dit jaar een gedeelde bekroning: twee farmabedrijven zijn net op hetzelfde moment bezig met twee geneesmiddelen tegen hepatitis C. Boceprevir (MSD) en telaprevir (Janssen) moeten ervoor zorgen dat het virus zich niet kan vermenigvuldigen, waardoor het uiteindelijk ook verdwijnt.

Bijzonder goed nieuws, temeer omdat beide middelen nu al beschikbaar zijn voor de patiënt. Met een prijskaartje weliswaar: een 28 dagen durende therapie met boceprevir kost op dit moment 3.024 euro, exclusief taksen, en wie telaprevir op zijn voorschriftenbriefje krijgt, mag 8.382 euro afdokken. De terugbetalingsvoorwaarden zijn nog altijd in onderhandeling, maar voor de patiënten die aangewezen zijn op een van deze twee middelen, bestaan er oplossingen.

Gezondheidszorg heeft zijn prijs. Een hoge prijs in dit geval, maar een minimale prijs als je daarmee een patiënt kunt genezen. Deze behandeling kost immers maar een schijntje van de kosten die de maatschappij moet dragen voor een patiënt met levercirrose of leverkanker.

België verliest voortrekkersrol in klinische studies

Het feit dat twee farmagiganten alles op alles hebben gezet om het virus een halt toe te roepen, bewijst dat de industrie het de moeite vindt om erin te investeren. Maar het bewijst ook dat onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen een noodzaak is. En daar knelt het schoentje. Want net voor de uitreiking van die prestigieuze Galenusprijs raakte bekend dat België zijn voortrekkersrol binnen de klinische studies in recordtempo aan het kwijtspelen is.

De vorige jaren daalde het aantal klinische studies in ons land met maar liefst 22 procent. Dat heeft gevolgen die verder gaan dan het imago van ons land als bron van expertise, betrouwbaarheid en degelijk onderzoekswerk. Er zijn ook economische consequenties. De Belgische farmasector is goed voor 30.000 jobs, maar de laatste twee jaar is er niet één job bij gekomen, integendeel. Het zwaarst doorwegende gevolg is echter louter menselijk.

Nieuwe geneesmiddelen worden ontwikkeld in verschillende fases. De laatste fase - en de fase die in ons land het hardst achteruit boert - is die waarin de ontwikkelde geneesmiddelen ter beschikking worden gesteld van de patiënt. Een patiënt die, omdat het middel nu eenmaal klinisch getest moet worden, niet alleen meteen een geneesmiddel krijgt dat de evolutie van zijn ziekte kan stoppen of dat hem zelfs kan genezen, maar die dat ook gratis krijgt.

Die allerlaatste fase van het klinisch onderzoek kan snel gaan, maar kan ook erg lang duren. Al die tijd kunnen patiënten die niet in de onderzoeksgroep zitten, geen toegang krijgen tot het geneesmiddel. Alleen daarom al is het belangrijk dat we de voortrekkersrol op het gebied van klinisch onderzoek België blijven behouden. Omdat ook de Belgische patiënt er beter van wordt. Letterlijk.

Désirée De Poot

Onze partners