Geert Verrijken
Geert Verrijken
Redactiedirecteur-hoofdredacteur Artsenkrant
Opinie

13/05/16 om 06:51 - Bijgewerkt om 11:13

'Waarom doet de commissie zo mysterieus over artsenquota?'

'Het signaal dat de planningscommissie geeft met het loslaten van de 60/40-verhouding wat de artsenquota in Vlaanderen en Wallonnië betreft, is bijzonder fout', schrijft Geert Verrijken hoofdredacteur van de Artsenkrant.

'Waarom doet de commissie zo mysterieus over artsenquota?'

Maggie De Block © Belga

De federale planningscommissie leverde een nieuw advies af over artsenquota in 2022. Alle openbaarheid van bestuur ten spijt staan er blijkbaar zeer grote geheimen in dit document want zowel de commissieleden als de voorzitter houden de lippen stijf op elkaar. Geen commentaar. En het kabinet De Block beperkt zich tot de mededeling dat men het advies bestudeert en dat "de wetenschappelijke onderbouw en verantwoording ervan van primordiaal belang zijn." Waarna men laat weten dat de planningscommissie het unaniem goedkeurde. Wat niet klopt. Al brengen de kraaien het uit: het document dat wij inkeken, vermeldt twee tegenstemmers.

Delen

Waarom doet de commissie zo mysterieus over artsenquota?

Hamvraag is waarom men zo mysterieus doet? De vraag stellen, is ze beantwoorden. De 'nieuwe berekeningsmethode' van de commissie zorgt namelijk voor een belangrijk precedent. Een communautair precedent in een dossier dat de gemoederen in noord en zuid al jaren verhit ligt politiek uiteraard zeer gevoelig. Sinds de invoering van de contingentering hebben de Vlaamse en Franstalige gemeenschap namelijk recht op respectievelijk 60% en 40% van het federaal bepaalde aantal artsen met Riziv-activiteiten. De nieuwe berekeningswijze trekt deze verhouding 'beperkt scheef'. Het zuiden van het land heeft nu recht op 43,5%, de Vlaamse gemeenschap nog slechts op 56,5%.

Fout signaal

Al bezweert men dat dit een 'beperkt en tijdelijk fenomeen' is, het hoeft geen betoog dat dit in het noorden van het land zeer slecht zal vallen. En wel omdat de Vlaamse gemeenschap al in 1997 een toelatingsexamen voor de geneeskundestudies invoerde om de instroom in het beroep onder controle te houden. Dat lukte ook grotendeels. Tot voor kort deed Franstalig België helemaal niets. Men leverde onbeperkt nieuwe artsen af. Via de zogenaamde 'lissage' kregen ze eveneens toelating tot Riziv-activiteiten. De rekening volgt wel -of zou moeten volgen- in 2018. Dan zullen er in Franstalig België naar schatting duizend gediplomeerde artsen op overschot zijn.

Het signaal dat de planningscommissie geeft met het loslaten van de 60/40-verhouding is derhalve bijzonder fout. De regio die het medisch aanbod rationeel plant, krijgt verhoudingsgewijs minder artsen toegewezen. Aan het landsdeel dat de zaken op haar beloop liet, worden meer artsen toegewezen. De goede leerling wordt gestraft, de slechte beloond. Als pedagogisch hoogstandje kan dat tellen.

Onze partners