Vandeurzen bezorgd om hielprik bij steeds korter verblijf op materniteit

05/02/16 om 07:51 - Bijgewerkt om 07:51

Nu moeders na een bevalling steeds sneller het ziekenhuis verlaten, rijzen er zorgen rond de hielprik, die elf zeldzame ziekten opspoort. De prik moet tussen de 72 en 96 uur na de bevalling worden uitgevoerd.

Vandeurzen bezorgd om hielprik bij steeds korter verblijf op materniteit

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn © Belga

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen start een campagne om ziekenhuizen en vroedvrouwen aan te zetten de ouders te wijzen op het belang van het onderzoek.

De hielprik - die intussen meestal in de hand wordt uitgevoerd - spoort zeldzame aandoeningen als CHT en AGS op. De bloedafname gebeurt ten vroegste 72 uur na de geboorte, omdat er anders te veel vals positieve resultaten opduiken, en ten laatste 96 uur erna, om zo snel mogelijk met een eventuele behandeling te kunnen starten.

"De gemiddelde moeder blijft nog steeds tussen de vier en vijf dagen in de materniteit, maar ziekenhuizen streven er vaker naar ouders naar huis te sturen na 72 uur", zegt Ann Van Holsbeeck van de Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen. De screening zal dus vaker thuis moeten gebeuren, door een vroedvrouw.

"De prik is niet verplicht, in Vlaanderen hebben we niet de traditie om screenings of vaccinaties te verplichten", zegt Vandeurzen. "Daarom zullen we de ziekenhuizen en de vroedvrouwen moeten sensibiliseren. Zij moeten ervoor zorgen dat de ouders het belang inzien van de test." Vaak heeft ook het medisch personeel immers onvoldoende kennis over het belang van de prik en de ziekten die ermee kunnen worden opgespoord.

Naast een informatiefolder komt er voor hen en voor de ouders ook een website. Op Bevolkingsonderzoek.be is alle informatie beschikbaar. Aan de elf aandoeningen die worden opgespoord met het bloedonderzoek wordt binnenkort mogelijk een twaalfde, iets minder zeldzame, ziekte toegevoegd: mucoviscidose. (Belga/NSK)

Onze partners