Sneller pompen leidt niet tot grotere overlevingskans bij reanimatie

11/03/13 om 08:29 - Bijgewerkt om 08:29

In tv-series wekt men vaak de indruk dat de hartmassage zo hard en zo snel mogelijk moet gebeuren. Maar uit onderzoek blijkt dat sneller pompen niet leidt tot een grotere kans op overleven.

Sneller pompen leidt niet tot grotere overlevingskans bij reanimatie

Het is een bekend beeld uit medische tv-series: bij een hartstilstand springt een overijverige hulpverlener op de patiënt en begint als een bezetene hartmassages uit te voeren. Maar komt dat de patient ten goede?

Bij een plotse hartstilstand moet men de patiënt zo snel mogelijk beginnen te reanimeren om de overlevingskansen zo groot mogelijk te houden. Via de combinatie van borstcompressies en mond-op-mondbeademing tracht een hulpverlener ervoor te zorgen dat er voldoende zuurstofrijk bloed naar alle belangrijke weefsels - zoals het hart, de longen en de hersenen - stroomt.

In tv-series wekt men vaak de indruk dat de hartmassage zo hard en zo snel mogelijk moet gebeuren. Dat klopt niet volledig volgens Jeroen De Smet en Emmanuel Annaert, masterstudenten geneeskunde. Het is vooral hard pompen wat belangrijk is: verschillende studies bewezen namelijk dat de kans dat de getroffen persoon overleeft groter wordt wanneer de borstkas bij reanimatie dieper wordt ingedrukt.

Op het ritme van 'Stayin' Alive'
In hun studie onderzochten De Smet en Annaert wat het effect was van de snelheid waarmee men reanimeert op de geleverde compressiediepte. Hiervoor werd de reanimatie van 133 patiënten met een hartstilstand in detail geregistreerd. De onderzoekers vonden dat bij snelheden boven de 145 compressies per minuut er een onvoldoende diepte werd bereikt. "Hulpverleners denken vaak 'hoe sneller, hoe beter', maar nu blijkt dat de reanimatie minder efficiënt wordt naarmate het echt té snel gebeurt", zegt prof. dr. Koen Monsieurs van het UZ Antwerpen, promotor van het onderzoek.

Een handig hulpmiddeltje bij het reanimeren is pompen op het ritme van 'Stayin' Alive', de discohit van de Bee Gees uit 1977. Dit lied heeft een ritme van 100 beats per minuut, wat een ideale snelheid is voor een reanimatie. Professionele hulpverleners kunnen tijdens de reanimatie feedback krijgen over de geleverde diepte en snelheid. Zo kunnen ze beter binnen de richtlijnen blijven en de kansen op overleving maximaliseren. De leek in de straat die geconfronteerd wordt met een hartstilstand moet het zonder feedback stellen. Toch beklemtonen de onderzoekers dat dit niemand mag afschrikken. Wat vooral telt is dat iemand op zich al een reanimatie kan starten.

"Iedereen zou een reanimatie-cursus moeten volgen en nooit bang mogen zijn om als getuige van een hartstilstand de compressies en beademingen te starten. Je kan de patiënt niet pijn doen, je kan hem alleen maar helpen." aldus de onderzoekers.

Als je daarbij ook nog in gedachten "Stayin' Alive" neuriet, is de kans dus groter dat de slagzin van die hit bewaarheid wordt. (TE)

Jeroen De Smet & Emmanuel Annaert deden in 2012 mee aan de Vlaamse Scriptieprijs. Doe ook mee aan de Vlaamse Scriptieprijs en maak kans op ¤ 2.500 ! Meer info op www.scriptieprijs.be

Lees meer over:

Onze partners