Prostaatkanker: remedie soms erger dan kwaal

14/01/13 om 14:38 - Bijgewerkt om 14:38

Als je maar goed genoeg zoekt, vind je wel ergens een kanker. Vanaf 50 jaar vindt men bij de helft van de mannen lokale prostaatkanker. Geen paniek. Lokale tumoren kan je rustig laten zitten en opvolgen.

Prostaatkanker: remedie soms erger dan kwaal

Een kanker ontdekken en niet onmiddellijk behandelen, het lijkt onverantwoord. Toch kan bij een kleine, lokale prostaatkanker overwogen worden om eerst aan actieve opvolging te doen ('Active Surveillance').

Dit soort kankers evolueert immers meestal zeer traag en de klassieke behandeling zorgt regelmatig voor ernstige nevenwerkingen, zoals incontinentie en impotentie.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) stelde, samen met het College voor Oncologie, een richtlijn op, ter ondersteuning van de zorgverleners. Voor patiënten met een laag risico is het gunstiger om pas te gaan behandelen als de kanker effectief evolueert. Alleen bij ernstige vormen van lokale prostaatkanker is een onmiddellijke opstart van de behandeling steeds nodig.

Preventieve test

Bij veel mannen wordt prostaatkanker toevallig ontdekt, na een PSA-test of bij de behandeling van een goedaardige prostaatvergroting. Vaak gaat het om een kleine, lokale kanker, waarbij de tumor zich binnen het prostaatkapsel bevindt. Deze prostaatkankers evolueren meestal zeer traag, waardoor een behandeling vaak niet onmiddellijk noodzakelijk is.

Daarnaast kan een behandeling voor ernstige nevenwerkingen zorgen, zoals impotentie en incontinentie, die de levenskwaliteit aantasten. Voordat patiënt en zorgverlener(s) een beslissing nemen over het al dan niet opstarten van een behandeling moet men niet alleen het risico van de kanker zelf inschatten, maar ook de globale situatie van de man evalueren. Idealiter moeten de patiënt en de zorgverleners (oncoloog, uroloog, radiotherapeut, huisarts,...) rekening houden met de gezondheidstoestand, de levenskwaliteit met en zonder een behandeling, en de individuele levensverwachting.

Op maat
Bij laag risico op kankerprogressie actief opvolgen, bij hoog risico onmiddellijk behandelen. Dat moet volgens het Kenniscentrum de regel worden. Bij patiënten, ook jongere, waarbij de kanker een laag risico op progressie heeft, kan soms wel tot 10 jaar gewacht worden alvorens in te grijpen, zonder dat dit de prognose verandert.

De behandeling wordt dus best uitgesteld en de evolutie van de kanker regelmatig opgevolgd. Dit houdt concreet in dat er regelmatig een biopsie (weefselonderzoek) en andere tests worden uitgevoerd. Zodra de kanker evolueert kan er dan een klassieke behandeling worden opgestart.

Ook als de patiënt een levensverwachting van minder dan 10 jaar heeft of als hij kampt met andere ernstige aandoeningen (diabetes, hartfalen, andere kankers, enz.) wordt hem best geadviseerd om niet onmiddellijk te behandelen ('watchful waiting').

Omdat prostaatkanker vaak traag evolueert is de kans groot dat de patiënt mét in plaats van door de kanker overlijdt. Een belastende behandeling, met onaangename nevenwerkingen, heeft voor hem alleen maar nadelen. Als er zich uiteindelijk toch symptomen, zoals pijn, voordoen, kan het nodige worden gedaan om deze zoveel mogelijk te bestrijden. Bij hoog risico gevallen is 'active surveillance' spijtig genoeg niet voldoende en moet er onmiddellijk een klassieke behandeling opgestart worden.

Patiënt moet bewuste keuze kunnen maken
Bij de uiteindelijke beslissing over het al dan niet behandelen en de soort behandeling moet de persoonlijke voorkeur van patiënt doorslaggevend zijn. Maar om bewuste keuzes te kunnen maken moet hij wel duidelijke en volledige informatie ontvangen over de verschillende keuzemogelijkheden en over de voor-en nadelen die ze met zich mee kunnen brengen.

Beslissen over al dan niet onmiddellijk behandelen is niet gemakkelijk. Het KCE zal daarom nog verder onderzoek verrichten. In de loop van dit jaar wordt een studie uitgevoerd over de factoren die deze keuze bij zorgverleners en patiënt bepalen. Daarna volgt een update van het KCE-rapport uit 2006 over screening met de PSA-test.

Het moet mannen helpen beslissen of ze al dan niet aan een PSA-screening zullen deelnemen. Tenslotte wordt het tweede deel van de huidige richtlijn gepubliceerd. Deze zal gaan over de behandeling van de meer geëvolueerde gevallen van prostaatkanker.

Marleen Finoulst

Lees meer over:

Onze partners