Opvallend minder kinderen met ADHD tijdens schoolvakanties

12/07/12 om 16:35 - Bijgewerkt om 16:35

Ook de verkoop van Rilatine halveert in juli en augustus.

Opvallend minder kinderen met ADHD tijdens schoolvakanties

Vier op de vijf huisartsen ervaren soms tot altijd druk van ouders of de centra voor leerlingenbegeleiding om ADHD-medicatie voor te schrijven. Het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie blijft stijgen, maar enkel tijdens het schooljaar.

Dit zijn de twee voornaamste conclusies van een studie die werd uitgevoerd door UGent-studente Stephanie Bogaert in het kader van haar Masterproef voor het behalen van de Master in het Beheer en Beleid van de gezondheidszorg. Het onderzoek verliep onder begeleiding van professor Lieven Annemans, gezondheidseconoom.

Het onderzoek had twee doelstellingen: een beter inzicht krijgen in de kosten van medicatie voor ADHD al dan niet terugbetaald door de ziekteverzekering, en de attitude en praktijk nagaan van Vlaamse huisartsen met betrekking tot ADHD. De impact van ADHD in België werd geëvalueerd met cijfermateriaal van het RIZIV en het IMS. Een enquête polste naar de visie van 124 Vlaamse huisartsen ten aanzien van diagnostiek en therapie van ADHD binnen de eerstelijnszorg.

Rilatine In 2011 gaf het RIZIV 5,45 miljoen euro uit voor de terugbetaling van Rilatine®. Het aantal gebruikers dat Rilatine® neemt buiten de terugbetalingsvoorwaarden is echter bijna zo groot als de groep die wel een tussenkomst van de ziekteverzekering ontvangt. Deze laatste groep worden vaak vergeten in de officiële cijfers. In totaal zijn er naar schatting 66.000 frequente gebruikers van Rilatine tussen 6 en 17 jaar, waarvan 38.000 met vergoeding door de ziekteverzekering.

De voorwaarden tot vergoeding door de ziekteverzekering houden o.a. in dat een (kinder)neuroloog, (kinder)psychiater of geneesheer specialist die een erkenning verworven heeft in de pediatrische neurologie eerst de diagnose moet stellen. Vaak ziet men dit gebruik zonder vergoeding dan ook na voorschrift van de huisarts zonder dat er een specialist werd bij betrokken. In Vlaanderen neemt 3% van de kinderen tussen 6 en 17 jaar Rilatine mét vergoeding. Nog eens 2 tot 3% doen dat zonder vergoeding.

Moeilijke diagnostiek

Van 124 huisartsen beweert 62,6% moeite te hebben met de juiste diagnostiek van ADHD. 54% verwijst van hen patiënten hoofdzakelijk door naar de specialist wegens gebrek aan kennis. 80% ervaart soms tot altijd druk van de ouders en/of het CLB om zelf de diagnose van ADHD te stellen. Deze vaststelling loopt ook in lijn met de geobserveerde daling tijdens de schoolvakantie. De verkoop van Rilatine® halveert in juli en augustus.

De impact van ADHD op het budget voor gezondheidszorg in België blijft stijgen. De huisarts kan een effectieve rol spelen in de diagnostiek en de behandeling van patiënten met ADHD, maar nog betere vorming terzake is zeker nuttig, net zoals een vaste inschrijving bij de huisarts om op die manier beter te weerstaan aan de druk van ouders en CLB en een rationeler voorschrift te bereiken. Ouders en CLB moeten beter geïnformeerd worden dat deze medicatie enkel zinvol en verantwoord is in geval van een juiste diagnose van ADHD. (MF)

Lees meer over:

Onze partners