Ochtendtraining voelt lichter voor ochtendmensen

02/04/14 om 09:23 - Bijgewerkt om 09:23

De onbewuste voorkeur van ochtend- en avondmensen heeft een invloed op hun activiteiten. Zo blijkt een training voor ochtendmensen lichter uit te vallen wanneer ze in de eerste helft van de dag valt.

Ochtendtraining voelt lichter voor ochtendmensen

Sporten © Thinkstock

Ochtendmensen en avondmensen. Je hebt ze in beide soorten, maar hun onbewuste voorkeuren hebben een invloed op hun activiteiten. Zo blijkt een training voor ochtendmensen lichter uit te vallen wanneer ze in de eerste helft van de dag valt dan in de tweede helft. Ook al was de inspanning objectief gemeten net even zwaar.

Onderzoekers van de Universiteit van Kaapstad in Zuid-Afrika zetten 20 goed getrainde fietsers op verschillende dagen op verschillende uren op de hometrainer voor een gecontroleerde inspanningstest.

Daarbij moesten ze 17 minuten lang fietsen aan 60%, 80% en 90% van hun maximale hartslag. De test werden uitgevoerd om 6, 10 en 14 uur (ochtend) en om 18 en 22 uur (avond).

Vroege vogels

De deelnemers waren allemaal drager van een period circadian clock 3-gen. Period-genen regelen de dag-nachtritme en zijn betrokken bij alle hormonale patronen die daarmee gepaard gaan.

De specifieke vorm van het period circadian clock 3-gen bij de deelnemers aan dit onderzoek zou gepaard gaan met het type 'vroege vogel'.

Dat speelde ook door in hun waardering van de ochtendinspanningen. Er werd geen enkel verschil gemeten tussen de ochtend- en avondproeven. Niet in het geleverde vermogen, niet in de trapfrequentie en ook niet in de behaalde snelheid.

En toch vonden ze de ochtendproeven minder zwaar dan die in de loop van de avond.

Gevolgen?

Dit kan gevolgen hebben voor zowel het trainingsprogramma als voor de planning van de competitie, stellen de onderzoekers. Trainers en begeleiders van topatleten doen er volgens hen goed aan om te laten uitzoeken binnen welk type hun atleet valt, zeker in sporten waarin het tijdstip van de wedstrijden relevant kan zijn.

De vraag is echter of dit alles van wezenlijk belang is voor de uiteindelijke prestatie. De onderzoekers zouden er goed aan doen hun deelnemers tot het uiterste te laten gaan en te meten of ze 's morgens effectief meer watts trappen en sneller en verder rijden dan 's avonds.

Aangepaste blootstelling aan licht

Bovendien zou het nuttig zijn te weten of een aangepaste blootstelling aan licht kan helpen om de optimale gevoelsperiode voor de inspanning te doen samenvallen met het tijdstip van de wedstrijd.

Ongetwijfeld is het vrij ingewikkeld om een atleet zo naar een optimaal prestatiemoment te sturen, maar voor een olympische medaille bijvoorbeeld, mag je wel wat overhebben.

Maar er is dus nog wat werk aan de winkel voor het zover is. Niet alleen qua onderzoek, maar ook qua mentaliteit. Zeker in dit land.

Lees meer over:

Onze partners