Nieuw licht op de oorzaken van miskramen

16/12/11 om 16:23 - Bijgewerkt om 16:23

Er zijn nauwelijks betrouwbare gegevens voorhanden over de oorzaken van miskramen en vroeggeboorten. Dat maakt het ook moeilijk om een effectieve aanpak op te stellen.

Nieuw licht op de oorzaken van miskramen

© Thinkstock

Een miskraam laat de jonge moeder meestal ontredderd achter. Ze stelt zich vragen. Wat heeft ze fout gedaan? Had ze iets kunnen ondernemen om de miskraam te voorkomen? Een recent Amerikaans onderzoek werpt nieuw licht op de oorzaken.

In de Verenigde Staten schat men dat 1 op 160 zwangerschappen eindigt in een miskraam of doodgeboorte. Daaronder verstaat men elke overleden foetus na een zwangerschapsduur van 20 weken of meer. Dit aantal miskramen zou vrij stabiel gebleven zijn gedurende de laatste jaren.

Een Amerikaanse groep onderzocht 663 vrouwen die een miskraam meegemaakt hadden en voerde een post mortem onderzoek uit op 516 van de baby's. Voor 61% van de baby's konden ze de doodsoorzaak achterhalen en bij nog eens 15% de meest waarschijnlijke oorzaak.

Placenta en meerlingen als grootste risico

De helft van alle miskramen vond plaats voor de 28ste zwangerschapsweek en het merendeel daarvan tussen week 20 en 24.

Bij 29% van de miskramen liep er iets mis met de baarmoeder of de placenta, zoals het loskomen van de placenta, vroegtijdige weeën, het scheuren van de vliezen, problemen met de navelstreng, problemen als gevolg van een meerlingzwangerschap, enz.

Een 14% van de foetussen vertoonde genetisch aangeboren afwijkingen. Een 13% van de miskramen was het gevolg van een infectie, 9% van zwangerschapsvergiftiging of andere aandoeningen van de moeder.

Sommige van de kinderen overleden pas tijdens de vroegtijdige bevalling. In die gevallen was er vaker sprake van een infectie. Bij de kinderen die voordien al overleden waren, was er vaker sprake van genetische afwijkingen of problemen met de placenta.

Bijkomende risicofactoren In eentweede studie werden 614 miskramen vergeleken met 1.816 gezonde geboorten om bijkomende risicofactoren in kaart te brengen. Daaruit bleek dat het risico op een miskraam het grootst was voor vrouwen die voorheen al een kind verloren tijdens de zwangerschap. Hun risico op een volgende miskraam was bijna 6 maal groter dan dat voor andere vrouwen.

Een eerste zwangerschap bleek ook een bijna 2 maal hoger risico op een miskraam in te houden.

Diabetes verhoogde het risico met ongeveer 2,5 maal, een leeftijd van meer dan 40 jaar ook.

Verder droegen in aflopende volgorde van belang ook druggebruik, roken en overgewicht bij tot een verhoogd risico.

Jan Etienne, Bodytalk

Onze partners