Minder levensbeëindigingen zonder uitdrukkelijk verzoek van patiënt

11/07/13 om 13:50 - Bijgewerkt om 13:50

Uit onderzoek blijkt dat het aantal levensbeëindigende behandelingen zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt afneemt.

Minder levensbeëindigingen zonder uitdrukkelijk verzoek van patiënt

© Belga

Het aantal euthanasiegevallen bij kankerpatiënten is sterk gestegen in 10 jaar tijd. Terwijl in 1998 nog 2,3 procent van alle niet-plotse overlijdens ten gevolge van kanker het resultaat was van euthanasie, was dat in 2007 al 6,8 procent. Het aantal levensbeëindigende behandelingen zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt daarentegen nam af. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Gent.

Onderzoeker Koen Pardon en professor Luc Deliens van de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de VUB en de UGent geven toe dat dit twee onafhankelijke trends kunnen zijn. "Maar mogelijk heeft de legalisatie van euthanasie en de toegenomen beschikbaarheid van palliatieve zorg ertoe geleid dat ongereguleerde handelingen vervangen werden door een gereguleerd, door de patiënt geïnitieerd en door de arts uitgevoerd overlijden", klinkt het in een persbericht.

Uit het onderzoek blijkt voorts dat medische beslissingen met mogelijk levensverkortend effect vaker voorkomen bij kanker- dan bij niet-kankerpatiënten. De onderzoekers vonden geen significante verschillen tussen beide groepen wat betreft het stopzetten of niet opstarten van behandelingen en levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt. Het opdrijven van symptoombestrijding met levensverkortend effect komt dan weer vaker voor bij kankerpatiënten.

Ten slotte blijkt dat in nog geen zeven op de tien gevallen kankerpatiënten en hun families betrokken werden in het beslissingsproces, terwijl dat bij niet-kankerpatiënten en hun families in 83,7 procent van de gevallen gebeurde. "Het feit dat het opvoeren van pijnmedicatie een standaardpraktijk geworden is bij kankerpatiënten, waardoor artsen minder de nood voelen om dit te bespreken met de patiënt, vormt een mogelijke oorzaak voor dit verschil."

Het onderzoek verscheen recentelijk in het vaktijdschrift Journal of Clinical Oncology. (Belga/INM)

Lees meer over:

Onze partners