Minder dementie met sport

12/09/11 om 17:48 - Bijgewerkt om 17:48

Lichaamsbeweging kan het risico op de ontwikkeling van dementie sterk doen afnemen. Maar als je op de eerste tekenen wacht om te beginnen, kom je te laat.

Minder dementie met sport

© Reuters

Lichaamsbeweging kan het risico op de ontwikkeling van dementie sterk doen afnemen. Maar als je op de eerste tekenen wacht om te beginnen, kom je te laat.

De Amerikaanse neuroloog Eric Ahlskog overliep niet minder dan 1600 studies om zich een genuanceerd beeld te kunnen vormen van de samenhang tussen langdurige lichaamsbeweging en dementie. "Elke inspanning die het hart stevig aan het pompen zet, remt het risico op dementie en ook de snelheid waarmee de aandoening zich ontwikkelt," zo luidt zijn besluit in het septembernummer van de Mayo Clinic Proceedings. Kortom, geneesmiddelen zijn zeker niet de enige oplossing voor dit probleem.

Alles telt "Wat je doet, is niet belangrijk," zegt Ahlskog. "Bladeren harken, het gras afdoen, de trap nemen in plaats van de lift, fietsen, stappen ... Het maakt niet uit. Alles wat je bloed pittiger doet stromen, is goed."

De fijne mechanismen waarmee beweging de hersenen frisser en in conditie houdt, zijn nog niet achterhaald. Maar steeds opnieuw tonen studies aan dat beweging de hersenen op verschillende manieren stimuleert. Onder meer via het behoud van verbindingen tussen zenuwcellen, de samenwerking van diverse hersencentra en een verbetering van het geheugen, maar ook via de afscheiding van groeihormonen en andere stoffen die de cellen gezond en actief helpen houden.

50 procent minder risico?

Volgens de Spaanse leidinggevende sportarts Alejandro Lucia van de Europese universiteit in Madrid zouden mensen met een fysiek zeer actief leven zelfs tot 50 procent minder kans lopen op dementie. Voor hem is dat alvast een reden om veel meer energie te steken in het onderzoek naar dit preventieve effect van lichaamsbeweging tegen dementie en de promotie van sport.

Tijdig beginnenDe Duitse neuroloog Hans-Christoph Diener, van de universiteit van Essen wijst er echter op dat je dan best tijdig begint. Liefst minstens 20 jaar voor het opduiken van de eerste symptomen. Want als je op de eerste symptomen wacht, kom je volgens Diener hopeloos te laat. En omdat je niet vooraf weet wanneer die eerste symptomen zullen opduiken, betekent tijdig beginnen: 'liefst zo vroeg mogelijk'.

Jan Etienne, journalist Bodytalk

Onze partners