Meer prematuren, maar ook meer handicaps

09/01/13 om 08:26 - Bijgewerkt om 08:26

Steeds meer zeer vroeg geboren kinderen overleven, maar daarvoor betalen ze een hoge prijs. Het risico op ernstige handicaps neemt niet af.

Meer prematuren, maar ook meer handicaps

Hoewel steeds meer zeer vroeg geboren kinderen - na een zwangerschapsduur van minder dan 27 weken - overleven, lijkt hun risico op ernstige en minder ernstige handicaps op latere leeftijd niet af te nemen. Dit blijkt uit een vergelijking van de Engelse EPICure-data verzameld in 1995 en 2006, gerapporteerd door een onderzoeksgroep onder leiding van Tamanna Moore en Neil Marlow in het vakblad British Medical Journal.

Hoe vroeger de kinderen werden geboren, hoe groter het risico op handicaps. Vergeleken met 1995 overleefde in 2006 zo'n 11% meer premature kinderen zonder ernstige handicaps op 3-jarige leeftijd. Maar het risico op ernstige handicaps, met name cognitieve handicaps, bleef ook in 2006 hoog: van 20% van de overlevenden na een zwangerschapsduur van 26 weken tot 45% na een duur van 23 weken.

Zeer vroeg geboren kinderen in leven houden

De bevindingen zijn, zo vinden de onderzoekers, 'gemengd'. Voor de BBC noemde Marlow het 'bemoedigend' dat er meer kinderen zonder handicaps overleefden, maar wees er tegelijkertijd op dat het aantal kinderen dat overleefde met handicaps bijna was verdubbeld, van 666 in 1995 tot 1115 in 2006. 'Hierdoor neemt het aantal kinderen met handicaps in de samenleving toe, en dat is zeer belangrijk.'

Ook in Engeland woedt de discussie hoeveel in het werk moet worden gesteld om zeer vroeg geboren kinderen in leven te houden. De onderzoekers waarschuwen er wel voor dat de data van 2006 door allerlei omstandigheden een stuk onbetrouwbaarder zijn dan die uit 1995. De registratie is veranderd, de tests zijn niet meer goed vergelijkbaar, de privacy-wetgeving is strenger geworden, en veel kinderen konden niet goed worden gevolgd. Juist kinderen met ernstige handicaps onttrekken zich vaak aan follow-up, zo merken zij op.

Bovendien, 'pas als het cohort van 2006 op schoolleeftijd wordt bekeken, kan duidelijker worden of de hoge prevalentie van slechte uitkomsten in cognitie en gedrag werkelijk is veranderd'.(MF)

Bron: Hans van Maanen, Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:C1564

Lees meer over:

Onze partners