Mag je sporten met een defibrillator?

15/05/12 om 10:36 - Bijgewerkt om 10:36

Mensen met een defibrillator krijgen van hun arts meestal te horen dat ze beter niet meer aan sport doen. Het aantal ernstige problemen lijkt nochtans erg klein.

Mag je sporten met een defibrillator?

© Thinkstock

Artsen zijn volgens de Amerikaanse arts Rachel Lampert veel te voorzichtig in hun advies aan mensen die een defibrillator ingeplant kregen omdat ze een gevaar lopen op een plotse dood door hartritmestoornissen.

Vaak krijgen deze mensen te horen dat ze beter niet meer al te actief bewegen. Dat ze zich bij wijze van spreken niet meer in het zweet mogen werken en moeten kiezen voor sporten zoals golf, bowling, biljart, geweerschieten en curling.

Met golf kan je je conditie nog wat op peil houden. Je wandelt tenminste nog een eind af. Maar wat biljart, curling of geweerschieten met gezondheid en conditie te maken hebben, begrijpt geen mens. Waarom wordt vogelpik niet opgenomen in de lijst?

Liever een shock dan stilzitten

Lampert, cardiologe van de universiteit van Yale, noemt de bezwaren van artsen tegen sportdeelname voor mensen met een defibrillator niets meer dan theorie. Artsen zijn volgens haar bang dat het toestel niet goed zal werken tijdens sportinspanningen. Dat mensen daardoor gekwetst kunnen raken of overlijden of dat het toestel en de leads naar het hart ontregeld kunnen raken.

Dat valt echter zelden voor. Lampert analyseerde de gegevens van 372 mensen met een defibrillator uit Noord-Amerika en Europa die hun voeten veegden aan het negatieve advies van artsen over sport. Zij deden verder zoals ze gewend waren en zijn volgens parallel onderzoek zeker niet de enigen die dat doen.

Twee van deze mensen stierven aan een hartprobleem, de ene op het werk, de andere in een ziekenhuis na een opname voor hartfalen. Ze deden beide aan sport: fietsen, volleybal en softbal, maar hun overlijden had daar niets mee te maken.

Bij 75 mensen (20 procent van de groep) vuurde de defibrillator een shock af tijdens de studieperiode. Bij 37 mensen gebeurde dit tijdens een sportieve activiteit en 4 van hen stopten daarna volledig met alle sport. De rest bleef verder aan sport doen, ondanks de shocks die ze daarbij konden oplopen, zij het sommigen wel wat rustiger aan.

Een actieve levensstijl is voor sommige mensen erg belangrijk. Hun levenskwaliteit gaat er zwaar onder leiden wanneer ze zich fysiek niet meer volledig kunnen uitleven. Dokters moeten begrijpen dat sommige mensen liever een shock oplopen dan helemaal niets meer te mogen doen, want daar komt een veroordeling tot biljart of geweerschieten grotendeels op neer.

Is sporten gevaarlijk? Stilzitten ook!

Algemeen wordt aangenomen dat sport het risico op een fataal hartprobleem aanzienlijk vergroot, maar de vraag is hoe sterk dit risico toeneemt en bij wie. Uit deze resultaten lijkt dat voor deze groep niet het geval. Er zijn immers geen aanwijzingen dat de defibrillatoren meer shocks afvuurden tijdens sportactiviteiten dan daarbuiten.

We mogen ook niet vergeten dat een weinig passieve levensstijl helemaal niet bevorderlijk is voor de gezondheid. Het vergroot niet alleen het risico op allerhande hartkwalen, overgewicht, diabetes enzovoort, maar kan ook tot depressiviteit leiden en een versnelde aftakeling.

Geen bangmakerij, wel afgewogen individueel advies

Lampert stelde haar gegevens voor tijdens een jaarlijke meeting van de Heart Rhythm Society in Boston in de Verenigde Staten. Dit zijn met andere woorden nog maar voorlopige resultaten die we met de nodige voorzichtigheid moeten interpreteren.

Lampert pleit echter al jaren voor een meer individueel opgemaakt advies voor mensen met een defibrillator die aan sport willen doen waarbij voordelen en risico zorgvuldig afgewogen worden in overleg met de patiënt. Een eenvoudige looptest kan volgens haar al een begin vormen om in te schatten hoe groot het risico op ritmestoornissen is.

Ze klaagt ook terecht aan dat er te weinig gegevens over deze problematiek bijgehouden worden en dat het advies aan mensen met een defibrillator meer op de persoonlijke indruk van artsen gebaseerd wordt dan op concrete feiten en cijfers.

Jan Etienne, Bodytalk

Onze partners