Maakt gezond eten kinderen slimmer?

23/08/12 om 19:05 - Bijgewerkt om 19:05

Volgens de Australische onderzoekster Lisa Smithers is er een verband tussen gezond eten en het intelligentiequotiënt (IQ) van kinderen.

Maakt gezond eten kinderen slimmer?

© Thinkstock

We zijn weer vertrokken voor een rondje idioot gezondheidsnieuws. Volgens de Australische onderzoekster Lisa Smithers is er een verband tussen gezond eten en het intelligentiequotiënt(IQ) van kinderen. Best mogelijk, maar dat betekent niet dat gezond eten kinderen echt slimmer maakt. Dat gaat te kort door de bocht.

Tik de woorden Smithers, IQ en food in op een zoekrobot en je twijfelt niet meer, want de ene website na de andere belooft je dat gezond voedsel je kinderen slimmer maakt.

Dat is echter niet wat Smithers vastgesteld heeft. Smithers ging na of er een verband was tussen het IQ van kinderen van 8 jaar en hun voedingspatronen op 6, 15 en 24 maanden en op 8 jaar.

Ze stelde vast dat het IQ 1 tot 2 punten hoger lag bij 8-jarige kinderen die voorheen minstens 6 maanden borstvoeding kregen en op 15 en 24 maanden een gezond voedingspatroon hadden met een regelmatige aanbreng van peulvruchten, fruit, groenten en kaas.

Bij kinderen die frequent koekjes, chocolade, snoep, frisdrank en chips kregen lag het IQ 1 tot 2 punten lager.

Verband ≠ oorzaak Natuurlijk is gezond eten belangrijk. Want de voeding levert de bouwstoffen voor de ontwikkeling van heel ons lichaam, de hersenen inbegrepen. Een optimale aanbreng van bouwstoffen geeft een grotere kans dat het lichaam en de hersenen zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Maar dat betekent niet dat gezond eten je slimmer maakt.

Want de ontwikkeling van alle verstandelijke vermogens, zoals logisch redeneren, problemen oplossen, emoties ontdekken en beheersen, enzovoort, vereist meer dan alleen een goede voeding. Er is ook een erfelijke component en daarnaast nog veel omgevingsfactoren

Heel concreet, het is best mogelijk dat de kinderen met de betere voedingsgewoonten afstammen van ouders met een iets hoger IQ. Of dat hun ouders hoger opgeleid zijn, wat vaak samenhangt met betere leef- en eetgewoonten. Met zulke factoren hebben de onderzoekers echter geen of slechts onrechtstreeks rekening gehouden.

Nog een ander voorbeeld, een onderzoek uit 2007 stelde een IQ-verschil vast van ongeveer 5 punten tussen kinderen die wel of niet borstvoeding kregen. Dat verschil bleek echter ook beïnvloed te worden door genetische varianten die het metabolisme van omega 3 en 6-vetten beïnvloeden. Kortom, de samenhang tussen voeding en mentale ontwikkeling is veel complexer dan wat het onderzoek van Smithers ons voorschotelt.

Weggesmeten geld

Dat blijkt overigens ook uit haar eigen onderzoek. Smithers stelde immers vast dat commerciële potjesvoeding een negatief effect op het IQ had op 6 en 15 maanden, maar een positief op 24 maanden. Een vaststelling die geen enkele duidelijkheid oplevert en alleen maar bijkomende verwarring zaait.

Dat dit onderzoek ons geen waardevolle inzichten zou opleveren, konden de onderzoekers nochtans al vooraf weten. Namelijk omdat het slecht opgezet is.

Spijtig van het geld en dat mag je best letterlijk nemen, want 4 maal gegevens verzamelen van meer dan 7000 kinderen kost meer dan een rib uit je lijf.

Ouders moeten gezond eten

Nog erger is dat het weer zoveel mensen opzadelt met foute denkbeelden en een foute focus. Want we horen ons niet op de voedingspatronen van de kinderen te oriënteren. We horen vooral de ouders aan te sporen om gezonder te eten. Wat haalt het uit wanneer ouders voor hun kleuters extra gezond koken, maar zelf hun voeding verwaarlozen? Uiteindelijk nemen die kinderen toch de ongezonde voedingsgewoonten over. Met alle gevolgen van dien. Willen we misschien slimme (?) kinderen, maar met diabetes type 2 op 12 jaar?

Te vrezen valt dat ouders alleen onthouden dat ze hun kinderen minder koekjes, chocolade, snoep, frisdrank en chips en af en toe eens een appel of wortel moeten toestoppen. Het is beter dan niets, maar heeft in geen mijlen te maken met gezonde voeding.

De studie van Smithers werd gepubliceerd in de European Journal of Epidemiology.

Jan Etienne, Bodytalk

Onze partners