Hartscreening van jonge sportertjes is zinloos

23/05/12 om 13:06 - Bijgewerkt om 13:06

Plotse dood bij sporters kan in 30% van de gevallen te wijten zijn aan een ontsteking van de hartspier. Bijvoorbeeld door een verkoudheidsvirus. Dat kan je niet met screening voorkomen.

Hartscreening van jonge sportertjes is zinloos

© Thinkstock

Volgens de Belgische cardioloog Stephane Heymans, bijzonder hoogleraar aan het Medisch Universitair Centrum van Maastricht en het Nederlands Hartinstituut, zijn virale ontstekingen van de hartspier de tweede belangrijkste oorzaak van plotse dood.

De boosdoeners zijn doodgewone verkoudheidsvirussen die iedereen ooit in het leven wel eens over zich heen krijgt. Maar bij sommige mensen tasten ze de hartspier aan.

Vaak verloopt die hartspierinfectie of myocarditis volledig symptoomloos, zodat ze niet eens opgemerkt wordt. Bij 70 tot 80% geneest ze ook zonder sporen na te laten. Maar tijdens die acute fase is het hart wel vatbaarder voor fatale ritmestoornissen.

Bij een aantal mensen ontwikkelt de infectie zich een chronische ontsteking die de hartspier aantast. Volgens Heymans vormen zulke ontstekingen hoogstwaarschijnlijk de verklaring voor heel wat gevallen van plotse dood van ogenschijnlijk volledig gezonde mensen in de fleur van hun leven.

Verplichte autopsie voor elke jonge plotse dood

De problematiek van virale myocarditis wordt onderschat omdat het probleem vrij onbekend is en ook omdat het zo moeilijk met zekerheid te diagnosticeren valt. De enige methode, een biopsie via een hartkatheterisatie, wordt immers nauwelijks uitgevoerd. Want de wegname van weefselstalen via een fijne, soepele buis die de arts langs de halsader tot in het hart schuift, is meer dan een kleine medische ingreep. En ook de opsporing van de virussen in de weefselstalen vereist de nodige expertise en nauwkeurigheid die alleen in hooggespecialiseerde centra aanwezig is.

Heymans is daarom te vinden voor een wettelijke verplichting tot autopsie van elke persoon onder de 50 jaar die plots doodvalt zonder duidelijk aanwijsbare redenen. Het is de enige methode om meer kennis en inzicht te vergaren over de mogelijke oorzaken van plotse dood, een problematiek waarover we nog veel te weinig weten.

Onvoorspelbaar dus niet te screenen

Niemand kan voorspellen wie op welke leeftijd last kan krijgen van een virale myocarditis. Heymans twijfelt daarom sterk aan de zin van een systematische screening met elektrocardiogram van alle jonge sporters, zoals sommige cardiologen in ons land nog altijd voorstellen.

Je kan er in de ogen van Heymans hooguit slechts een fractie van de mogelijke risicofactoren mee opsporen. De screening van topsporters lijkt hem relevanter, maar zelfs daar heeft hij vragen bij omdat er zoveel factoren onbekend blijven.

Zijn stelling dat tot 30% van de gevallen van plotse dood, ook bij sporters, aan virale myocarditis te wijten kunnen zijn, maakt dit opnieuw heel duidelijk. Tot voor kort leek immers niemand in ons land ernstig rekening te houden met dit risico.

Dertig procent kan veel lijken, maar Heymans is goed geplaatst om zulke uitspraken te doen want hij bouwt Maastricht het expertisecentrum uit voor hartfalen en plotse dood op jonge leeftijd. Vanuit heel Nederland worden mensen met hartspierontstekingen en aanverwante naar hem doorgestuurd. Hij kan er een beroep doen op een staf van 24 cardiologen waarvan 4 hoogleraren.

Warboel van cijfers

Gelukkig heeft de voetbalbond ondertussen afgezien van het waanzinnige (?) idee om zo'n 400.000 jonge spelertjes vanaf 6 jaar verplicht te gaan screenen. Ze zouden er vermoedelijk minstens 60.000 jonge spelertjes én hun ouders én andere mensen uit hun omgeving voor de rest van hun leven nodeloos ongerust mee gemaakt hebben. Omdat de screening veel te veel foute, vals-positieve resultaten oplevert, terwijl er in feite niets aan de gang is.

Wie de cijfers uit onderzoeken naast elkaar legt, zoals het nieuwe nummer van Bodytalk doet, stuit op een warboel van cijfers die alle richtingen uitgaan. Je kunt er uiteindelijk slechts één conclusie uit trekken: we weten veel te weinig over deze problematiek om een definitieve oplossing te kunnen aanbieden. Wie beweert dat hij dat kan, liegt.

Ondertussen is een werkgroep binnen de Vlaamse Vereniging voor Sportgeneeskunde op vraag van de Vlaamse Minister voor Sport hard aan het werk om een screeningsvoorstel uit te werken gestoeld op de huidige wetenschappelijke kennis van zaken. We kijken er met spanning naar uit.

Jan Etienne, Bodytalk

Onze partners