Gevaar van kwik in spaarlampen is beperkt

06/09/11 om 17:14 - Bijgewerkt om 17:14

Spaarlampen bevatten kwik. Veel groene en alternatieve kringen waarschuwen voor vergiftigingsgevaar wanneer een spaarlamp breekt. Met de verdwijning van de klassieke gloeilampen groeit dit protest.

Gevaar van kwik in spaarlampen is beperkt

© Thinkstock

Spaarlampen bevatten kwik. Veel groene en alternatieve kringen waarschuwen voor vergiftigingsgevaar wanneer ze breken. Met de verdwijning van de klassieke gloeilampen groeit dit protest. Het Wetenschappelijk Comité voor gezondheid en omgevingsrisico, SCHER, van de Europese Commissie noemt het risico op kwikvergiftiging door spaarlampen beperkt. Kwik is een essentieel onderdeel van de fluorescerende laag in spaarlampen. Momenteel ligt de wettelijke norm op 5 milligram kwik per buislamp. Dit niveau zou moeten dalen naar 2,5 milligram tegen 2014, veel lager dan in de TL-buislampen uit de beginjaren, de voorlopers van de moderne spaarlampen. Technologische vernieuwing moet het gehalte echter nog verder terugschroeven naar hooguit 1,23 milligram in de toekomst.

Goed luchten, niet stofzuigen

Bij normaal gebruik kan het kwik niet uit de lamp ontsnappen. Alleen wanneer de lamp breekt, komt (een deel van) het kwik vrij en kan het via de ingeademde lucht in het lichaam terechtkomen. Maar geen paniek. Bij een mooie breuk, bijvoorbeeld wanneer de glazen buis loskomt van de voet, kan je het risico al beperken door alle openingen af te kleven met plakband.

Bij een fijn verbrijzelde lamp komt er natuurlijk meer kwik vrij. Je doet er goed aan de kamer dan onmiddellijk grondig en lang genoeg te luchten. Stofzuigen is geen goed idee na het breken van een spaarlamp omdat je op die wijze het kwik extra in de lucht brengt. Tapijten en kussens buiten uitkloppen is beter. Wil je echt grondig te werk gaan dan kan je de kamer ook nog met nat poetsen.

En dan nog hoef je niet overdreven bang te zijn. Het comité meent dat de vrijkomende hoeveelheid kwik van spaarlampen te klein is om gezondheidsproblemen te veroorzaken. Kinderen kunnen meer kwik opnemen dan volwassenen omdat de kwikdampen zich al snel op voorwerpen en stof in de kamer neerzetten en vervolgens deels via vingers en speelgoed in de mond terecht kunnen komen. Of dit een reëel risico vormt voor kinderen moet nog verder onderzocht worden.

Afscheiding staat mooi

Kwik blijft ook niet voor eeuwig in het lichaam. De halfwaardetijd van opgenomen kwik bedraagt 60 dagen. Dat betekent dat de helft van het opgenomen kwik binnen de eerste 60 dagen weer het lichaam verlaat. Het grootste deel via de urine, een kleiner deel via de stoelgang en een minieme fractie via zweet en talkklieren in de huid. Dit proces zet zich daarna verder.

Denk aan het milieu

De blootstelling aan kwik is in Europa globaal beperkt en de Europese Commissie remt de verspreiding van kwik in de omgeving zoveel mogelijk af. Onder andere door een verbod op het gebruik van dit zware metaal in tal van electronica en elektrische producten. Fluorescerende spaarlampen vormen hierop een uitzondering.

Om de vervuiling van het milieu te beperken, mag je oude of gebroken spaarlampen niet met het gewone huisvuil meegeven. Breng ze binnen op afvalparken of andere verzamelpunten zodat ze het kwik via een correcte verwerking gerecycleerd kan worden.

Spaarlampen verlagen ook de blootstelling aan kwik via het milieu. Klassieke gloeilampen verbruiken immers meer energie en de productie van die extra energie via de verbranding van kolen en gas brengt ook kwik in de omgeving. Meer dan door gebroken of niet gerecycleerde spaarlampen, zo stelt het comité in haar rapport.

Jan Etienne, journalist Bodytalk

Een eenvoudige begrijpbare samenvatting van het wetenschappelijke rapport vindt u terug op de site van de onafhankelijke, non-profitorganisatie GreenFacts.

Onze partners