En wat na de Antwerp 10 Miles?

24/04/14 om 08:10 - Bijgewerkt om 08:10

Grote sportevenementen zoals de Antwerp 10 Miles krijgen ook onsportieve mensen in beweging. Jammer genoeg vallen die achteraf vaak opnieuw stil.

En wat na de Antwerp 10 Miles?

10 miles in Antwerpen © BELGA

Op zondag 27 april verwacht Antwerpen weer minstens 40.000 getrainde én recreatieve lopers aan de start van de Antwerp 10 Miles, de intussen klassieke loopwedstrijd dwars door de stad. Net als bij andere sportevenementen zoals de Watersportdag van Bloso (17-18 mei) en de Mont Ventoux-rit van Sporta (21 juni) wordt de interesse en opkomst elk jaar groter.

Iedereen lijkt tegenwoordig wel gebeten door de 'samen sporten'-microbe. Maar blijft die microbe ook achteraf actief in al die duizenden sportieve lijven? Een onderzoeksteam van de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel zocht het uit in opdracht van Vlaams minister van Sport Philippe Muyters en het Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek Sport. Voor de opdrachtgevers was de vraag - en het antwoord erop - bijzonder relevant, want sommige evenementen die sport moeten promoten worden deels gefinancierd met publieke middelen. Dat alles met de bedoeling ook minder actieve Vlamingen in beweging te krijgen en zo de algemene gezondheid in Vlaanderen te bevorderen.

Hype

Zetten al die investeringen mensen effectief aan tot sporten? En vooral: blijven ze na deelname actief sport beoefenen? Eerst het goede nieuws: grootschalige events maken sporten echt wel aantrekkelijk en populair, bleek uit de enquête bij meer dan 7000 deelnemers en begeleiders. Vooral de Antwerp 10 Miles scoort qua populariteit erg hoog.

"Het uitzicht op een leuke ervaring, het deel uitmaken van een hype, de unieke uitdaging: het zijn allemaal elementen die ook minder actieve mensen motiveren om hun sportschoenen uit de kast te halen en mee te doen", zegt prof. dr. Annick Willem van de Vakgroep Beweging- en Sportwetenschappen aan de UGent, die samen met prof. dr. Marc Theeboom het onderzoek leidde. "De meeste deelnemers - liefst 84 % - gaven echter aan dat ze ook vóór de Antwerp 10 Miles regelmatig looptraining deden en dus al behoorlijk sportief waren. Op jaarbasis trainden ze gemiddeld 155 uur, wat niet weinig is. Veertien procent waren nog geen actieve lopers en bereidden zich specifiek voor met het oog op een deelname. En een heel kleine minderheid deed mee zonder specifieke training of was voldoende actief in andere sporten."

Dat de Antwerp 10 Miles overwegend actieve sporters lokt, blijkt ook uit het feit dat zowat de helft meerdere wedstrijden per jaar afwerkt. "Ruw geschat trainden vorig jaar zo'n 5000 van de 35.000 deelnemers speciaal om aan het evenement deel te nemen", zegt professor Willem. "Bij een flink deel van hen primeerde het plezier op de fysieke prestatie. Daar is niets mis mee, maar jammer genoeg gingen velen na de wedstrijd minder trainen."

Drogredenen

De cijfers spreken boekdelen: amper 1 op de 3 debutanten gaf aan dat ze na de 10 Miles nog even hard zouden trainen. Of ze dat ook deden, werd niet verder nagegaan; wellicht liggen de werkelijke cijfers nog een stuk lager. Professor Annick Willem: "Het is jammer om te moeten vaststellen dat meer dan 6 op de 10 voordien onsportieve deelnemers voor en tijdens het event zo'n grote inspanning levert, maar erna gewoon afhaakt. Slechts een minderheid stroomt door naar een loopclub. Concreet en op de beste manier berekend heeft de Antwerp 10 Miles vorig jaar ongeveer 1600 niet-sportievelingen blijvend warm gemaakt voor lopen. In 10 jaar zijn dat er natuurlijk 16.000 alleen al door dit evenement, maar die cijfers kunnen ons inziens beter."

Wie er achteraf de brui aan geeft, haalt vooral tijdgebrek aan als voornaamste reden. Ook een gebrek aan voldoende informatie en sportaccommodatie en de kosten die sporten met zich brengt - inschrijvingsgeld, materieel... - werden als barrières ervaren. "Dat zijn voor een stuk drogredenen", vindt professor Willem. "Ook de inactieve deelnemers aan de Mont Ventoux-rit haalden tijdgebrek aan als grote schuldige om niet te blijven trainen, hoewel ze zelfs een begeleid voorbereidingstraject hadden en net als de deelnemers aan de Antwerp 10 Miles vele uren uittrokken om te trainen."

Gemiste kans

Hoeveel volk ze ook op de been brengen, massale sportevenementen blijken helaas een gemiste kans om blijvende sportparticipatie - al dan niet in clubverband - te promoten. Blijft de vraag: wat kan beter, en vooral hoe? Want het onderzoek had ook de bedoeling aanbevelingen te formuleren voor organisatoren en overheid.

"Het grootste probleem lijkt ons dat events als de 10 Miles en Mont Ventoux nog te zeer op zichzelf staan, terwijl ook de maanden erna belangrijk zijn. Bij Mont Ventoux is er wel een mooi voorbereidingstraject, maar geen natraject. Voor de 10 Miles publiceert organisator Golazo bij wijze van voortraject enkele trainingsschema's, maar daar blijft het bij. Willen we dat mensen ook achteraf en bij voorkeur levenslang sporten, dan moeten zulke events hen nadrukkelijk de weg wijzen naar sportclubs of hen natrajecten aanbieden en tonen hoe ze dat sporten kunnen onderhouden. Golazo doet wel inspanningen op dat vlak: het maakt tijdens een evenement reclame voor het volgende, en houdt de deelnemers zo warm voor het lopen. Die reclame spreekt echter vooral al actieve lopers aan. Het zou beter zijn om voor de minder actieve groep een specifiek naprogramma uit te werken. Als je als organisator al die inspanningen doet om mensen zover te krijgen, waarom ga je dan niet nog een stapje verder? Grote sportevents kunnen wellicht leiden tot duurzame gedragsverandering, maar de mate van het effect hangt heel sterk af van het engagement van de organisatoren."

Maatschappelijke hefboom

Het onderzoek legde nog een pijnpunt bloot: hoe laagdrempelig zulke events zich ook noemen, ze trekken vooral de blanke middenklasse aan. Bepaalde groepen, zoals allochtonen en kansarmen, zijn weinig of helemaal niet aanwezig. "Ook daar is inderdaad nog werk aan de winkel", beaamt professor Willem. "Grootschalige sportevenementen kunnen echt werken als maatschappelijke hefboom. Bedrijven worden volop aangemoedigd om in te schrijven, maar ook bijvoorbeeld buurtcomités zouden gemotiveerd moeten worden om als organisatie mee te doen. Helaas wordt op dit moment zo goed als geen moeite gedaan om ook die groepen te bereiken." (Caroline De Ruyck)

Lees meer over:

Onze partners