CM noemt voor het eerst zwakke ziekenhuizen bij naam

17/06/13 om 06:54 - Bijgewerkt om 06:54

Het christelijk ziekenfonds CM informeert voor het eerst in welke ziekenhuizen leden zich het best laten behandelen voor slokdarmkanker - en dus ook in welke niet. 'De verschillen voor deze ingreep zijn zéér groot, en het gaat over leven en dood'

CM noemt voor het eerst zwakke ziekenhuizen bij naam

© Belga

Het christelijk ziekenfonds CM doorbreekt een taboe. Het informeert voor het eerst zijn leden in welke ziekenhuizen ze zich het best laten behandelen voor slokdarmkanker - en dus ook in welke niet. Dat schrijven De Standaard en Het Nieuwsblad.

Uit de lijst van de CM blijkt dat de universitaire ziekenhuizen van Leuven en Gent de enige zijn die vandaag aanbevolen kunnen worden voor de erg moeilijke behandeling van slokdarmkanker. De 22 overige ziekenhuizen die zich daaraan wagen, scoren te zwak omdat ze te weinig patiënten behandelen om die ingrepen afdoende in de vingers te hebben.

20 behandelingen per jaar

Onlangs stelde het Kenniscentrum Gezondheidszorg (KCE) al vast dat in ziekenhuizen die frequent bepaalde ingrepen doen, de overlevingskans voor patiënten veel hoger ligt, soms tot vier keer hoger. Het KCE legde de norm op minstens 20 behandelingen per jaar. Het christelijk ziekenfonds ging na waar zijn leden behandeld worden. De CM heeft in Vlaanderen meer dan de helft van de inwoners als lid, en door de eigen cijfers met twee te vermenigvuldigen blijkt dat enkel de UZ's van Leuven en Gent aan de norm van 20 behandelingen voldoen. Brussel is niet in de studie vervat.

Marc Justaert (CM): 'Gaat om leven en dood'

CM-voorzitter Marc Justaert verdedigt de lijst in de krant. "De verschillen voor deze ingreep zijn zéér groot, en het gaat over leven en dood. Het zou ethisch niet verantwoord zijn als we die gegevens zouden achterhouden. Onze patiënten hebben het recht om ze te kennen en dan met hun huisarts en hun specialist te beslissen waar ze zich laten behandelen".

N-VA pleit voor intellectueel eerlijke transparantie in de gezondheidszorg

Er is nood aan intellectueel eerlijke transparantie in de gezondheidszorg. Dat stelt de N-VA. Senator Louis Ide voor pleit voor meer samenwerking, zowel tussen
artsen als tussen ziekenhuizen. Als in een ziekenhuis de voorzieningen er zijn om borstkanker adequaat te behandelen, kan kunnen deze uitgevoerd worden door een arts met de nodige competentie. Ide vindt ook dat men zich op cijfers moet blindstaren: "Voor sommige aandoeningen spelen aantallen een rol. Voor andere veel minder. Om kwaliteit te meten moeten we kijken naar outcome: bijvoorbeeld overleving of goede kwaliteitsvolle extra levensjaren. Maar we moeten ook naar procesindicatoren kijken omdat niet alles meetbaar is: zijn alle noodzakelijke voorwaarden er om kwalitatief goed te werken?"

Daarnaast vindt hij dat werk moet gemaakt worden van de publicatie van juiste cijfers. Een ziekenhuis dat niet zoekt naar MRSA (de zogenaamde ziekenhuisbacterie), zal geen vinden en zal dus publiceren dat er geen zijn. Een ziekenhuis dat zijn best doet en correct screent, zal dan slechte cijfers hebben. De N-VA-senator wijst ook op dat
de wetenschap niet stil staat. De vraag stelt zich hoe je gaat meten in een continu geneeskunde die bijzonder dynamisch is. Vandaar dat procesindicatoren vaak stabieler zijn om te meten.

Tenslotte heeft de patiënt recht op transparantie, maar moet deze beseffen dat de zaken bijzonder complex zijn. "Daarom is de huisarts-patiëntrelatie zo belangrijk. Deze vertrouwensman of vrouw, moet de patiënt wegwijs kunnen maken in het kluwen van cijfers, hitlijsten", besluit Louis Ide.

Vandeurzen: 'Vanaf 2014 kunnen ziekenhuizen hun resultaten kenbaar maken'

Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V) wijst erop dat de actoren van de gezondheidssector in 2011 een Vlaams Indicatorenproject hebben opgezet, waarmee de ziekenhuizen hun kwaliteit kunnen objectiveren. Ziekenhuizen zullen gestimuleerd worden om hun indicatoren vrijwillig en verstaanbaar voor het brede publiek op hun website kenbaar te maken. Dat zal naar schatting vanaf 2014 mogelijk zijn, verwacht de minister.

"Deze indicatoren vormen een werkinstrument voor de ziekenhuizen: met de behaalde resultaten kunnen ze intern aan de slag om verbeteracties te definiëren en uit te zetten om zo op een continue wijze hun kwaliteit van zorg te optimaliseren. Uiteindelijk gaat het erom de kwaliteit van de zorg voor de patiënt te verbeteren", zegt minister
Jo Vandeurzen.

Volgens hem kunnen de indicatoren ook de kwaliteit van de ziekenhuizen transparanter maken. Door met één set van indicatoren te werken kunnen de ziekenhuizen zien hoe ze presteren in vergelijking met andere ziekenhuizen en hebben ze de kans om 'best practices' te ontdekken en kennis aan elkaar door te geven. De ontwikkeling van de indicatoren is het resultaat van een samenwerking tussen Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen, het Vlaams Agentschap Zorg & Gezondheid, Zorginspectie, Zorgnet Vlaanderen, ICURO, de Vlaamse Vereniging van Hoofdartsen, het Vlaams ziekenhuisnetwerk KU Leuven, de ziekenfondsen, tal van
overheidsinstanties en het Vlaams Patiëntenplatform.

Zorgnet Vlaanderen staat achter principe

Zorgnet Vlaanderen, de Vlaamse koepel die meer dan 550 zorginstellingen groepeert, is voorstander van het principe dat de kwaliteitsgedachte ingang vindt in de zorg. Dat zegt Peter Degadt, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet Vlaanderen.

Zorgnet Vlaanderen is het ten gronde eens met een signaal zoals dat van de CM, maar Degadt nuanceert tegelijk. "Kwaliteit is meer dan het behalen van een norm", aldus Degadt. "Kwaliteit tot een cijfer herleiden is dan ook wat simplistisch."

Degadt wijst er op dat de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen een advies heeft gegeven in die zin. Zorgnet Vlaanderen vindt het ook spijtig dat het niet beschikt over de cijfers waar de CM over beschikt en pleit er voor om inzage te krijgen.

'Overheid moet voor iedereen kwaliteit garanderen'

De overheid moet vooral garanderen dat iedereen, en niet alleen de mondige patiënten, kwaliteitsvolle zorg krijgt. Dat zegt Raf Mertens, algemeen directeur van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). "Iedereen heeft zijn rol te spelen", aldus de KCE-topman over het CM-initiatief. "Maar voor ons is het belangrijkst dat de overheid voor iedereen, en niet alleen voor de mondige patiënt, kwaliteit kan garanderen."

Volgens het kenniscentrum kan de overheid dat doen door centralisatie te organiseren. Dat houdt in dat zeldzame en levensbedreigende ziektes, zoals slokdarmkanker, in een beperkt aantal centra zouden behandeld worden. Dat geldt ook voor hoogtechnologische behandelingen. "Dat betekent niet dat alles naar de universitaire ziekenhuizen moet gaan. Ook kleinere instellingen kunnen daarin hun plaats krijgen", aldus Mertens.

De overheid moet ook zorgen voor een opvolging van alle kwaliteitsindicatoren, bepleit het KCE. "Kwaliteit is meer dan volume alleen", aldus de topman, die er op wijst dat het kenniscentrum niet over de CM-cijfers beschikt. (Belga/SD)

Onze partners