Abnormale bloedwaarden bij sporters zijn vaak toch normaal

11/02/13 om 13:05 - Bijgewerkt om 13:04

Een bloedonderzoek bij sporters levert geregeld abnormale waarden op. Waarop dokter en sporter zich ongerust raken. En toch zijn die waarden vaak normaal. Voor sporters dan toch.

Abnormale bloedwaarden bij sporters zijn vaak toch normaal

Zomaar een bloedonderzoek laten uitvoeren uit nieuwsgierigheid is geen goed idee. En toch kunnen veel sporters en artsen niet aan verleiding weerstaan. Maar de kans is groot dat je zo op toevallige afwijkingen stoot terwijl je kerngezond bent.

Eens het cijfer op papier staat, voelen zowel arts als patiënt zich echter gedwongen om op zoek te gaan naar een oorzaak. Die is er niet, maar zij denken van wel en gaan ze vervolgens ook nog behandelen waardoor ze problemen uitlokken die er oorspronkelijk niet waren.

De situatie is niet denkbeeldig. Er lopen veel sporters rond bij wie ooit verhoogde waarden voor bepaalde parameters vastgesteld werden, die daarover geen bevredigende uitleg kregen en die rond blijven lopen met vragen over de toestand van hun lever, nieren, bloed, hart enzovoort.

Eén is geen
Een bloedonderzoek hoort in principe alleen uitgevoerd te worden wanneer er duidelijk sprake is van een gezondheidsprobleem. En dan nog, want een eenmalig bloedonderzoek levert niet meer dan een beeld van één moment en dat kan toevallige afwijkingen vertonen.

Een eerste bloedonderzoek hoort dus opgevolgd te worden door een tweede met enkele dagen of weken tussentijd wat je een beeld oplevert over een langere periode.

En dan nog, want recent onderzoek van Isabelle Rooms van de Universiteit Gent, bracht aan het licht dat een aantal van de bloedwaarden bij jonge voetballers aanzienlijk afwijken van de normale waarden die artsen hanteren voor de globale bevolking.

Bloed getrokken
Rooms analyseerde in totaal bijna 2800 bloedstalen van 11- tot 18-jarige voetballers uit verschillende werelddelen die allemaal bij een Belgische voetbalclub in eerste klasse speelden. De voetballers trainden 4 à 5 keer per week en speelden daarnaast nog 1 wedstrijd.

Rooms vond waarden die beduidend afweken van de referentiewaarden, terwijl de jonge sporters geen enkel teken van ziekte vertoonden. Onder andere voor creatinekinase, een enzym dat de aanmaak van energiemoleculen bevordert.

Verhoogde waarden gelden als alarmsignaal voor een hartinfarct of een ontsteking van de hartspier, zeker in combinatie met andere alarmsignalen zoals druk op de borst of een moeilijke ademhaling.
Rooms: "57% van de waarden ligt boven de norm en hoe ouder de jongeren, hoe vaker de waarden boven de referentiewaarden uitstegen. Hoge afwijkende waarden lijken dus normaal te zijn bij jonge voetballers en geen reden tot bijkomend onderzoek, zoals een (erg pijnlijke) spierbiopsie of een inspanningsproef."

Nieuwe richtwaarden? Abnormale waarden zijn dus soms gewoon bij gezonde, jonge sporters. Rooms trekt daaruit de enig mogelijke logische conclusie. "We moeten in de toekomst nieuwe, leeftijdsspecifieke referentiewaarden opstellen," meent ze. Maar dat vraagt wel om nog veel meer onderzoek.

Rooms heeft slechts enkele parameters en alleen jonge voetballers onderzocht. Ze wil bijgevolg geen uitspraken doen over andere parameters en andere sporten.

Ze vermoedt dat de individuele kenmerken van sport en sporter ook een rol spelen, zoals de aard en intensiteit van de inspanning, de ervaring van de sporter, zijn trainingsstatus, kwetsuren enzovoort.

Bloedonderzoek, alleen bij gegronde redenen
Misschien is het niet mogelijk om dit allemaal in tabellen mee te geven, maar artsen horen er nu al bij elke raadpleging rekening mee te houden.

Levert een bloedonderzoek bij een sporter abnormale waarden op dan hoort een arts, volgens Rooms, eerst te polsen naar recente prestaties en ook uit te kijken naar andere signalen van een mogelijke aandoening.

Zijn die er niet, dan is er geen reden voor bijkomend onderzoek en blijft de sporter gespaard van nodeloze kosten en zorgen.

Maar nog beter is het geen bloedonderzoek te doen wanneer er geen duidelijke aanwijzingen zijn.

Jan Etienne, Bodytalk www.bodytalk.be

Een uitgebreidere versie van dit artikel verscheen in de printversie van het februarinummer van Bodytalk

Lees meer over:

Onze partners