8 opvoedfabeltjes die door de wetenschap zijn ontkracht

03/11/16 om 14:53 - Bijgewerkt om 14:55

Over zwanger zijn bestaan hardnekkige mythes. En als kersverse ouder krijg je van alle kanten ongevraagd goedbedoeld advies over verzorging en opvoeding. Als zoveel mensen iets beweren, zal het wel waar zijn - of toch niet?

8 opvoedfabeltjes die door de wetenschap zijn ontkracht

© iStock

In Zoete kinderen eten geen suiker ontkracht hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden Ionica Smeets fabeltjes over zwangerschap en opvoeding aan de hand van de wetenschap. Ze vertelt wat de uitkomsten zijn van studies, en wat je daar als ouders aan hebt. 10 voorbeelden:

1. 'De meeste kinderen lijken meer op hun vader'

De logica achter deze mythe is dat de moeder toch al zeker weet dat het haar kind is. De vader krijgt het op die manier bevestigd. Uit een groot Vlaams onderzoek uit 1999 blijkt dat proefpersonen even vaak de moeder als de vader aanwezen als meest lijkend op het kind. Maar Italiaanse onderzoekers toonden dan weer aan dat we bij familie vooral overeenkomsten willen zien. Dat verklaart misschien waarom een meerderheid van de ouders denkt dat hun kind het meeste op de vader lijkt. Dat kan een slimme strategie van de moeders zijn. Als zij maar hard genoeg roepen hoeveel het kind op de vader lijkt, dan gaat iedereen dat geloven.

2. 'Roze is voor meisjes'

Delen

Er is een theorie dat vrouwen van roze en andere felle kleuren houden, omdat ze in de oertijd fruit verzamelden.

Er is een theorie dat vrouwen van roze en andere felle kleuren houden, omdat ze in de oertijd fruit verzamelden. Daar zou hun aangeboren voorkeur voor roze vandaan komen. Waarschijnlijk is die verklaring onzin. Recent onderzoek laat zien dat de voorkeur voor roze niet is aangeboren, maar pas later ontstaat. Vanaf de leeftijd van twee jaar kiezen meisjes vaker roze, en beginnen jongetjes roze te mijden. Rond die leeftijd beginnen kinderen immers te beseffen dat er een verschil is tussen jongens en meisjes. Het lijkt er dus op dat de voorkeur voor roze is aangeleerd. Meisjes gaan van roze houden zodra ze beseffen dat ze een meisje zijn en ze leren dat roze bij meisjes hoort. Het had net zo goed andersom gekund. Voor de Tweede Wereldoorlog was het effectief omgekeerd. Roze was toen voor jongens omdat het een sterke, uitgesproken kleur is.

3. 'Moeders die borstvoeding geven, vallen sneller af'

8 opvoedfabeltjes die door de wetenschap zijn ontkracht

Uit Braziliaans onderzoek blijkt dat borstvoeding gevende moeders inderdaad meer afvallen, maar het verschil is minder dan een halve kilo per maand dat er gevoed werd. Bovendien keek dit onderzoek niet of er andere verschillen waren tussen de groepen. Misschien aten de moeders die borstvoeding gaven bijvoorbeeld wel gezonder en zorgde dat ervoor dat ze afvielen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat borstvoeding er vooral voor zorgt dat vrouwen ánders afvallen. Energie voor de moedermelk komt uit vet van de buik en de dijen. Op die plekkenvallen moeders die borstvoeding geven net wat sneller af, terwijl huh arme bijvoorbeeld juist wat dikker blijven. In dit onderzoek was er na zes maanden geen verschil tussen het gewichtsverlies van de flessenmoeders en de borstvoedingsmoeders. Ook uit allerlei andere onderzoeken blijkt dat vrouwen die borstvoeding geven niet sneller afvallen.

4. 'Suiker maakt kinderen hyperactief'

Er is in de wetenschap geen snippertje bewijs dat kinderen druk worden van suiker. Deze mythe is waarschijnlijk in Amerika ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er was een tekort aan suiker en de overheid verspreidde allerlei negatieve berichten over suiker om te zorgen dat de bevolking er minder zin in kreeg. Nog steeds geloven veel mensen dat suiker kinderen druk maakt. Onterecht. Al betekent dit geenszins dat je je kind nu massa's suiker mag geven.

5. 'Enige kinderen zijn verwender'

Delen

Enig kind zijn is geen ziekte.

Het beeld van het ongelukkige enig kind bestaat al meer dan 100 jaar en is voor een groot deel te danken aan psycholoog Granville Stanley Hall. In 1896 verzamelde hij voorbeelden van enige kinderen die mislukte buitenbeentjes waren. Hij concludeerde dat enig kind zijn een ziekte was. Zijn conclusie was gebaseerd op die paar voorbeelden, niet op fatsoenlijk onderzoek. Terwijl onderzoek telkens weer bevestigt dat er nauwelijks verschillen zijn tussen enige kinderen en kinderen met broers of zussen. Gemiddeld zijn ze ongeveer even sociaal, eenzaam of verwend. De verschillen die er zijn, zijn heel klein.

6. 'Doorkomende tandjes veroorzaken koorts en diarree'

De bakerpraatjes over doorkomende tandjes blijken heel oud. De Griek Hippocrates schreef meer dan tweeduizend jaar geleden al dat kinderen die tandjes krijgen last hebben van jeuk, koorts, stuiptrekkingen en diarree. Nog steeds gelooft driekwart van de ouders dat koorts en diarree horen bij doorkomende tandjes. Terwijl onderzoek na onderzoek laat zien dat dit niet klopt.

7. 'Ochtendmisselijkheid komt alleen in het eerste trimester voor'

8 opvoedfabeltjes die door de wetenschap zijn ontkracht

© iStock

De term 'ochtendmisselijkheid' is misleidend. Bij veel vrouwen duurt de misselijkheid de hele dag door. Dat ochtendmisselijkheid alleen voorkomt in het eerste trimester is ook een fabeltje. Het is wel zo dat de meeste vrouwen er het eerste trimester last van krijgen, want ongeveer 80 procent van alle zwangeren is in die eerste maanden de klos. Maar bij 10 procent van de vrouwen houdt de ellende de hele zwangerschap aan. Er is bovendien weinig aan te doen.

8. 'Wiskunde is niets voor meisje'

Hier spelen vooroordelen een grote rol. Zo blijken leraren niet erg objectief. Als docenten anonieme wiskundetoetsen nakijken, doen jongens en meisjes het gemiddeld even goed. Maar als leraren toetsen met namen erboven beoordelen dan krijgen de jongens stelselmatig hogere cijfers voor wiskunde dan meisjes. Bovendien worden meisjes sterk beïnvloed door het stereotype dat ze geen wiskunde kunnen. En dat begint al op de basisschool, voordat ze überhaupt wiskunde krijgen. Volgens de wetenschap is er geen aangeboren onderscheid tussen het wiskundetalent bij jongens en meisjes. Psycholoog W.A. Wagenaar schreef grappend dat er maar één manier is om eerlijk te testen of jongens beter zijn in wiskunde. Je zou daarvoor een groep kinderen moeten kweken die zelf niet weren of ze een jongen of meisje zijn. Zij zouden blind zijn voor elk vooroordeel. Helaas is dat natuurlijke totaal onhaalbaar.

Uit: Zoete kinderen eten geen suiker · en andere opvoedfabeltjes die door de wetenschap zijn ontkracht door Ionica Smeets. ISBN: 9789057124679, prijs: 17.95 euro, Nieuwezijds en Epo Distributie.

Onze partners