Geschiedenis van een kleine krachtpatser

05/06/18 om 21:00 - Bijgewerkt op 04/06/18 om 09:41

Een lijn van 54 kilometer lengte, dat is de afstand die met een gemiddeld potlood kan worden getrokken. Grijs of met een kleurtje, een dikke streep of juist heel fijn. Het potlood is misschien geen glamourboy, toch is het in zijn eenvoud een meesterlijke combinatie van vorm en functie. Het potlood is een kleine krachtpatser en dat al eeuwen lang.

Ergens tussen 1500 en 1565 werd in de buurt van Borrowdale in het Engelse Lakedistrict een tot dan toe onbekend materiaal gevonden. Het leek op kolen maar was veel zwaarder en brandde niet. Het was vettig en gaf zwart af. De nieuwe stof werd voor een vorm van lood aangezien en daarom 'black lead' genoemd. Pas veel later, in 1779, ontdekte de Zweedse chemicus Carl Scheele dat het in werkelijkheid, net als bij diamant, om een zuivere vorm van koolstof ging en kreeg het kort daarop zijn huidige naam: grafiet, naar het Griekse 'graphein' dat schrijven betekent. 'What's in a name'? Lokale boeren gebruikten het aanvankelijk om hun schapen te merken, het Britse leger als bekleding van de mallen waarmee mortierstukken werden gemaakt. Als poeder werd het gegeven tegen darmen galsteenklachten. Verder was het een prima smeermiddel voor bijvoorbeeld scheepska-trollen. Grai et was zeldzaam en daardoor kostbaar. De winning stond onder toezicht van de Engelse kroon. Op illegaal delven stonden zware straf en, vanaf 1752 zelfs verbanning naar de Britse s...

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 3 artikelen

Ik registreer mij Ik ben al geregistreerd
of

Knack-abonnees hebben onbeperkt toegang tot alle artikelen van Knack

Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee

Onze partners