Filosofen aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog

07/08/18 om 21:00 - Bijgewerkt op 10/08/18 om 16:12
Uit Knack van 08/08/18

De Eerste Wereldoorlog haalde ook het leven van de belangrijkste Duitse filosofen van hun tijd overhoop. Een nieuw boek laat het hen zelf vertellen.

Wanneer een oorlog uitbreekt, komen intellectuelen er heel snel achter dat ze niet alleen maar individuen zijn, schreef George Orwell ooit. Ze maken deel uit van een natie, en de natie heeft op zo'n moment soldaten nodig. De oorlog moet gewonnen worden, en de natie mobiliseert haar mannelijke inwoners, intellectueel of niet. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, in de warme zomer van 1914, was dat niet anders. Ook filosofen moesten zich melden voor de verdediging van het vaderland, sommigen deden dat zelfs vrijwillig. Dat was het geval voor Ludwig Wittgenstein, die zich in 1916 aanbood bij het Oostenrijkse leger, en die in zijn uitkijkpost aan het oostelijke front onder mortiervuur aan zijn Tractatus Logico-Philosophicus werkte . Walter Benjamin werd in 1915 onder de wapens geroepen om het Duitse rijk mee te verdedigen. De nacht voor hij zich moest melden bleef hij de hele nacht wakker, dronk sloten koffie, en slaagde er zo in om zich te laten afkeuren - wegens een vermeend zwak hart.
...

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 3 artikelen

Ik registreer mij Ik ben al geregistreerd
of

Knack-abonnees hebben onbeperkt toegang tot alle artikelen van Knack

Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee

Onze partners