05/11/11 om 19:53 - Bijgewerkt om 19:53

G20 en eurocrisis: maat voor niets

Meer toezicht op Italië en mogelijks meer middelen voor het IMF. Het eerste stelt niet veel voor, het tweede potentieel wel.

G20 en eurocrisis: maat voor niets

© epa

Wie er op hoopte dat de G20-top in het mondaine Cannes voor een nieuw perspectief rond de eurocrisis zou kunnen zorgen, kwam van een kale reis terug. Omtrent die eurocrisis kwamen er in Cannes ten gronde drie conclusies naar voren.

Ten eerste, de rest van de wereld, met de Amerikaanse president Obama op kop, wensen de eurozone het allerbeste maar vinden dat de eurolanden zelf maar orde op zaken moeten stellen. Ten tweede, Italië komt onder het toezicht van het IMF. Ten derde, datzelfde IMF kan mogelijks nieuwe middelen aantrekken om, bijvoorbeeld, een belangrijkere rol te gaan spelen in de bestrijding van die eurocrisis. De twee laatste conclusies verdienen bijkomende commentaar.

De luid verkondigde stelling dat Italië zelf om meer toezicht vanwege het IMF gevraagd heeft, mag op de lachspieren werken. Alhoewel, er is toch misschien een grond van waarheid in deze claim in de zin dat Berlusconi om dit toezicht vroeg nadat de andere euroleiders en Barack Obama hem armen en benen omgewrongen hadden en tegelijk met nog straffere pijnigingen dreigden ... Overigens maakt zulk toezicht in de huidige context blijkbaar weinig uit. Griekenland staat al geruime tijd onder "streng" toezicht (niet alleen vanwege het IMF maar ook vanwege de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie, de zogenaamde troika) en toch gaat het met de Griekse crisis van kwaad naar erger.

Blijft dan mogelijk nieuw kapitaal voor het IMF. Dat kan in de huidige omstandigheden bezwaarlijk komen van de traditionele geldschieters van het IMF, zijnde de Verenigde Staten en de Europese landen. Wel mogelijkheden terzake hebben de landen die in de voorbije jaren systematisch handelsoverschotten realiseerden en via die weg aanzienlijke wisselreserves wisten op te bouwen. China komt hier dan als eerste land op de voorgrond maar zeker niet als enige. Ook landen als India en Brazilië kunnen dan mogelijks een flink woordje meespreken.

Deze landen zullen echter niet zomaar aanzienlijke kapitalen ter beschikking stellen van het IMF. Geheel terecht zullen zij overeenkomstig die inbreng een aanpassing van de stemrechten binnen het IMF willen. Stevige verschuivingen binnen de stemrechten van het IMF zouden ook repercussies hebben op de geopolitieke verhoudingen in de wereld.

Vandaag vormen de 17 eurolanden beschouwd als groep de belangrijkste entiteit wat stemrechten betreft binnen het IMF. Zij beschikken gezamenlijk over 22,43% van alle stemrechten. De belangrijkste landen binnen die groep zijn uiteraard Duitsland (5,81%), Frankrijk (4,29%) en Italië (3,16%).

De Verenigde Staten zijn als individueel land veruit de grootste stemgerechtigde. De lijst van de belangrijkste landen qua stemrecht binnen het IMF ziet er als volgt uit (exclusief eurolanden, telkens in % van de totale stemrechten):

VS 16,76
Japan 6,24
UK 4,29
China 3,81
Saoedi Arabië 2,80
Canada 2,56
Rusland 2,39
India 2,34
Brazilië 1,72
Mexico 1,47

Johan Van Overtveldt

Onze partners