22/02/11 om 17:34 - Bijgewerkt om 17:34

Frietrevolutie of nietsdoen

We gaan, lezen we in de kranten, naar een nieuwe grootschalige manifestatie in Brussel op zondag 8 mei, juist een week na 1 mei, ook een zondag.

Misschien is het wat vroeg om daar nu al over te beginnen, maar een evenement van zulke omvang kan beter goed voorbereid worden. Die mannen van de Frietrevolutie pakken het degelijk aan. Voorlopig missen ze nog de steun van hun medestudenten, maar veel journalisten zijn al enthousiast. Nu nog de rectoren warm maken, en er is weinig gevaar dat hun organisatie alsnog in de knop gebroken wordt.

Want wij hebben dat wereldrecord nu wel op zak, maar er moet dringend actie komen, vinden onze voormannen. Een regering van lopende zaken zegt revolutionairen namelijk niets. Die kan geen nieuwe wetten lanceren en moet van een maandgeld leven.

Een student die in hun betoging denkelijk niet mee had willen lopen, was Ferdinando Galiani (Chieti 1728 - Napels 1787). Al op zijn tweeëntwintigste verkondigde deze jongeman heel andere stellingen dan Frietrevoluties. Een regering moest vooral niet te veel ondernemen vond hij, niet te veel nieuwe maatregelen treffen, maar zich integendeel bezighouden met de toepassing van bestaande wetten. Met lopende zaken dus, zoals wij tegenwoordig zeggen, eventueel zelfs met de toepassing van oude grondwetsartikelen. Met het bepalen van de grote lijnen en niet met tijdrovende dingen zoals minutieus uitgewerkte, dubbelzinnige draaiboeken.

Ferdinando schreef zijn ideeën neer in een boek dat anoniem verscheen in 1751. Op de titelpagina liet hij wel 1750 drukken, maar dat doet er nu niet toe. Ook liet hij het zo uitschijnen dat de auteur ongeveer zestig was, want hij vreesde dat men een jonge snaak niet ernstig zou nemen. De titel van zijn boek was Della Moneta, en naast andere zaken legde het in de eerste plaats uit wat precies de waarde van goud, zilver en papiergeld uitmaakte. Het was een doorslaand succes. De Franse minister Turgot citeerde uit het werk, weliswaar afkeurend, toen hij zijn begroting voorstelde.

De zestigjarige auteur werd niet gevonden, maar men kwam al snel uit bij Galiani, en die was meteen een wetenschappelijke ster. Maar hij deed geen enkele moeite om zijn werk in andere talen vertaald te krijgen, misschien, zeggen onderzoekers, omdat hij later niet meer achter sommige passages kon staan, maar misschien ook uit een soort onverschilligheid of luiheid, zoals hijzelf te kennen gaf. Wel werden er grote stukken vertaald naar het Engels, Duits, Frans enz.

Zes jaar geleden werd het boek voor het eerst in zijn geheel vertaald, naar het Frans, in een prachtige uitgave met op de even bladzijden telkens de Italiaanse tekst - die overigens ook op het web te vinden is. In Livre III, Chapitre 1, vertelt Ferdinando Galiani het volgende:

[...] het is eenmaal zo dat mensen altijd geloven goed te doen zolang ze maar ingrijpen, en dat alles naar de bliksem gaat als zij niets doen. En je zult ook nooit een politicus aantreffen die er prat op gaat dat hij niets heeft uitgericht. En nochtans, niet zelden is nietsdoen, behalve zeer verdienstelijk en nuttig, ook een heel zware opgave en een stuk lastiger om uit te voeren dan het zou lijken. En als je voorts in overweging neemt dat je alle goede wetten, over wat voor materie ook, in een oogwenk kunt verzinnen en op een blaadje papier verzamelen, dan merk je tegelijk dat als je perfect werk hebt geleverd, maar niettemin (in plaats van je tevreden te stellen met het laten uitvoeren van al genomen beslissingen) door wenst te gaan met wetten maken - dat dan al het goede onvermijdelijk bedorven raakt en de kwalijkste zaken opduiken. En zelfs als je geen kwaad aanricht - de wil om alles uiterst nauwgezet te reglementeren is op zich een zeer groot euvel. Voorbeeld hiervan is de Florentijnse Republiek: handelend volgens de natuurlijke aard van haar ingezetenen, en in een poging om zich altijd maar verder te perfectioneren in de kleinste pietluttigheden, is zij wat de grote lijnen betreft nooit op orde geraakt.
De la Monnaie/Della Moneta - Ed. Economica, Parijs, 2005
Marc Vanfraechem

Onze partners