Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

11/10/11 om 14:59 - Bijgewerkt om 14:59

Freewheelen in de donkere kamer van het Fotomuseum Antwerpen

De voorbije weken is er heel wat aandacht besteed aan de opening van de tentoonstelling die een stukje toont van de vaste collectie van het Fotomuseum in Antwerpen.

1. Positief is dat de huidige directie - in tegenstelling van de vorige er toch enig belang aan schenkt. Maar vertel ons toch eens wat er fout is aan een chronologisch historische opgebouwde tentoonstelling die de meer dan 170 jaar fotogeschiedenis toont? Of waarom men aarzelt om hier werk van te maken? Men denkt kortzichtig dat de Photoshop-jeugd geen interesse meer heeft voor zo'n overzicht. Het museum koos dus om geen historische tentoonstelling te presenteren van de voorlopers over de pioniers tot heden. Men koos echter voor de fotografische blik als thema van de collectiepresentatie.

De tentoonstelling is opgedeeld in vier clusters: de objectiverende blik, de subjectiverende blik, de private blik en de publieke blik. De beschrijvingen van de clusters en de subjectief gekozen foto's (welke criteria?) zigzaggen doorheen de blik in vier clusters. Het is snel duidelijk dat er heel wat foto's met hetzelfde gemak en fotografisch genoegen in een ander cluster zouden kunnen geplaatst worden. Waarom dan deze bijna pedagogische indeling die op los zand is gebouwd? En het ironische is verder dat landelijke fotokleppers als bijvoorbeeld Carl De Keyzer en Marie-Jo Lafontaine er niet aanwezig zijn.

2. Peter Galassi (curator fotografie MoMA) schreef ooit: ,,Photography is a Bastard left by Science on the Doorstep of Art.'' Fotografie is inderdaad een hybride product gebaseerd op twee culturen waar wetenschap en kunst elkaar vinden. En dat maakt fotografie juist zo boeiend. En deze stelling missen we nu in het beleid van het museum. Immers, het fotomuseum moet de brug van twee culturen vormen en het publiek de rijkdom van het medium fotografie tonen. Van zilveren en digitale beelden, als gids van een jonge en rusteloze geschiedenis van 1839 tot heden. We hebben een beleid nodig waar een Fotomuseum - conform het museumdecreet - haar meesterwerken van de collectie permanent toont aan het publiek. Vandaag hangt een klein stukje van de collectie aan de wand en enkele fototoestellen in de vitrinekasten alsof het een vingeroefening is voor de schoolgaande jeugd. Geef toch carte blanche én de nodige middelen aan de curatoren om de waardevolle collectie van foto's, camera's en boeken eens op een verrassende wijze te ontsluiten. Voorbeelden ter inspiratie genoeg van het 'Preus Fotomuseum' bij Oslo tot 'Das Museum für Fotografie' in het Zwitserse Winterthur.

3. De link naar de eerste filosoof van de fotografie Walter Benjamin die ons de blik introduceerde ontbreekt volledig. De rode draad die deze tentoonstelling theoretisch had kunnen dragen is zijn werk uit 1936: 'Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid'. Dit essay vertrekt vanuit de vaststelling dat het wezen van de kunst sterk veranderd is sinds het mogelijk is technische reproducties te maken. Benjamin heeft de aandacht gevestigt op de problematiek rondom reproducties, originelen, kopieën en de authenticiteit van kunstwerken. Benjamin heeft het in dit essay over kunst, inclusief film en fotografie. Juist deze laatste media, die in zijn tijd nieuw waren vormden zijn inspiratie. De vraag was volgens Benjamin niet zozeer of de fotografie een kunst was maar of zij het karakter van de kunst in zijn geheel niet had veranderd. De theorie van Benjamin bevat veel lagen en geeft veel ruimte voor interpretatie. Dat was een perfecte reden geweest om Benjamins'denken over 'de geschiedenis van de blik' centraal te stellen en zich hier op te baseren om een sterk concept voor tentoonstelling en boek uit te werken.

4. Immers, zo'n overzichtstentoonstelling moet idealiter de bezoekers stimululeren om een fotobeeld te leren waarderen. Het gaat over het observeren, erover nadenken en erover praten en dat door een rondgang door het werk van fotografen van alle disciplines. Ga dan uit van de diverse functies die de fotografie op dit ogenblik in de samenleving vervult: zowel de kunstfotografie die gericht is op het tentoonstellen in een galerie of museum of de fotografie die vele andere functies kan hebben: bijvoorbeeld politiek, esthetisch (het gaat dan vooral om de schoonheid), economisch, educatief, journalistiek, creatief medium, fotografie als sociologisch document of in de wetenschappen en fotografie in reclame, publiciteit en propaganda. Mondiaal bekeken speelt de Vlaamse fotografie een bescheiden rol, maar historisch gezien heeft sinds 1839 het toen nog jonge België een scharnierfunctie gespeeld bij de verspreiding van het medium. Zowel de Fransman Daguerre als de Brit Talbot zagen ons land geschikt als podium om hun ontdekkingen wereldwijd te propageren. Ze vonden bij ons een openheid en nieuwsgierigheid naar nieuwe technieken en kunst. Historici en onderzoekers zoals Laurent Roosens, Marcel Gruyaert en Karel van Deuren maakten sinds de jaren 1960 op vrijwillige basis serieus werk van de geschiedschrijving. Zij legden ook de basis van een werkcomité, wat uiteindelijk uitmondde in het Provinciaal Museum voor Fotografie in Antwerpen. En er is een nieuwe golf van jonge PhD-vorsers op het terrein van de kunstwetenschappen op komst te samen met de doctoraten in de kunst, in de fotografie.

5. Helaas is er in Vlaanderen naast enkele globale overzichten, te weinig of nog niets geschreven of gepubliceerd over individuele fotografen en specifieke terreinen zoals het portret, architectuurfotografie, het fotoboek en fotografie in de kolonies Congo of Rwanda. De gevolgen daarvan zijn aanwijsbaar en uiteindelijk ook van kwalitatieve aard. Er is te weinig bekend qua onderzoek en publicaties om ons cultureel erfgoed op dat gebied naar behoren te profileren. Dat zorgt ervoor dat het de Vlaamse fotografen en onderzoekers ontbreekt aan een behoorlijk gezicht op de eigen traditie. Als de fotografie van gisteren het beeld van vandaag bepaalt, dan is het hoog tijd dat die traditie eens in een helderder daglicht wordt geplaatst. Het Fotomuseum zou hierin een bepalende rol kunnen spelen. Er is nog veel werk voor de boeg om de emancipatie van de fotografiewetenschap te bestuderen en te ontwikkelen aan de universiteiten en hogescholen. En dat in een tijd dat de aandacht voor het medium fotografie een hoogtepunt heeft bereikt met toonaangevende fotobeurzen, festivals en museale aandacht. Het onderzoek naar de betekenis en het belang van de zich elkaar snel opvolgende ontwikkelingen in de hedendaagse fotografie in een historisch breed kunstwetenschappelijk kader is nodig om aandacht te krijgen voor de meest dringende behoefte in Vlaanderen: een fotoarchief erkend als erfgoed.

6. De noodzaak van een stevige, structurele onderbouw vanuit de overheid met betrekking tot de collectievorming, kennisverwerving, research, expositie- en publicatiemogelijkheden laat zich meer dan ooit voelen. Bij de ontsluiting en het gebruik van de fotografische erfenis moet vooral gekeken worden naar de kwalitatieve waarde. En hier is de behoefte zeer breed om te werken met familiealbums over bedrijfsarchieven tot de collecties van musea, steden en provincies. Dit cultureel erfgoed is nog te weinig gekend om ons er naar behoren mee te kunnen profileren, zodat we zicht krijgen op onze eigen traditie.

Er is noodzaak aan een permanente historische tentoonstelling (met een boekuitgave geschreven door een team van fotowetenschappers) van de geschiedenis van de Belgische fotografie in een internationaal perspectief in het Fotomuseum in Antwerpen. Als eyecatcher voor een op te richten fotoarchief. We vragen aandacht dat men in Vlaanderen het fotografieonderzoek (er liggen inderdaad nog fotoschatten op zolders !) én het kunsthistorisch en cultuurwetenschappelijk werk op het terrein van de fotografie aan de universiteiten en kunstscholen niet stuurloos laat ronddobberen op Europese wateren. Waarom laat het fotomuseum de kans onbenut om hier met gebalde kracht werk van te maken?

Johan Swinnen doceert fotografietheorie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen (KASKA). Recent kwam zijn boek uit 'Essentie Fotografie' (Uitg. Luster).

Onze partners