Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

16/04/12 om 07:04 - Bijgewerkt om 07:04

Fluitjesjournalistiek

Het gerechtelijk apparaat is zo lek geworden als een mandje, alle saillante details uit belangrijke gerechtelijke onderzoeken vinden hun weg naar de media.

We konden het allemaal in de krant lezen: de enorme bedragen aan ontdoken belastingen van een discotheekuitbater, passages uit de - onthutsende - brieven van een voormalig kerkleider aan personen die hem hadden gecontacteerd in verband met kindermisbruik of zogenaamde "bekentenissen" van betrokkenen bij de kasteelmoord.

Media moeten vrank en vrij berichten over belangwekkende maatschappelijke wantoestanden, zoals fraude, toedekking van kindermisbruik of geweld. Dat is een noodzakelijk ingrediënt van moderne samenlevingen, die een grote maatschappelijke verantwoordingsplicht vergen. Dat is ook de rechtvaardigingsgrond die door de media wordt ingeroepen om vertrouwelijke gegevens uit vertrouwelijke dossiers toch aan de openbaarheid prijs te geven.

Want het gaat hier om informatie uit dossiers van gerechtelijke onderzoeken. Die zijn vertrouwelijk, omdat ze zijn wat ze zijn: onderzoek, met legale middelen, naar ernstige aanwijzingen van illegaal gedrag. Zulk onderzoek is extreem belangrijk, omdat een rechtsstaat niet kan bestaan zonder rechtshandhaving. Het moet vertrouwelijk worden gevoerd, omdat de personen of bedrijven waarover het gaat er recht op hebben dat hun eer en goede naam niet in het gedrang wordt gebracht, ook niet bij ernstige aanwijzingen van onwettig handelen.

Het onderzoek wordt immers gevoerd naar schuld én naar onschuld. Daadwerkelijke vervolging en bestraffing van onwettig handelen is, nadién, voorbehouden aan de rechterlijke macht, die oordeelt op grond van de bewijsvoering die is samengesteld in het kader van het gerechtelijk onderzoek.

Hier sporen de zorgvuldigheid van gerechtelijk onderzoek, dat middelen en tijd vergt, niet altijd met een mediaroep naar onmiddellijke terechtwijzing, die genoegen neemt met percepties. Het georganiseerd lek is nu de standaardprocedure geworden waarmee deze inconsistentie wordt opgelost: vertrouwelijke gegevens te grabbel in de media. Perceptie wordt waarheid. Traagheid wordt snelheid. Maar ook: recht wordt onrecht.

Het gerechtelijk apparaat is zo lek geworden als een mandje, alle saillante details uit belangrijke gerechtelijke onderzoeken vinden hun weg naar de media. Gerechtsjournalistiek stelt vaak niet veel meer voor dan de kennis van de weg naar het lek, megafonie vervangt kritische journalistiek. De journalistieke primeurwens ontmoet de hitwens van gerechtelijk enquêteurs: een schijnbare win-win, met - behalve de sensatie - alleen maar verliezers.

We publiceren nog niet de belastingaangifte van onze buurman, of de gezondheidstoestand van onze buurvrouw, ... nog net niet. De administraties van Financiën en deze van de ziekteverzekering bezitten nochtans al die data. Wanneer gaan daar de sluizen open? Totaal onwenselijk toch!

Waarom gedogen we dan een totaal rechteloze toestand in het gerechtelijk apparaat? In een rechtsstaat is dit toch niet te vatten? Vaak verwijt men media een "good-enough approach" (Danny O-Brien), doch hier geldt die kritiek voor het gerechtelijk apparaat, waarin de whistle blowers de basis van de rechtsstaat onderuit halen door hun wens om op een goed blaadje te staan met enkele gepriviligieerde journalistieke contacten. Dat steekt, omdat die lekkende gerechtelijke medewerk(st)ers genieten van de indirecte onverantwoordelijkheid voor hun illegaal gedrag: dat is, immers, het neveneffect van de wetgeving op bescherming van journalistieke bronnen.

Er zijn voorbeelden van lekken en whistleblowers cases die aantoonden dat lekken, en de bescherming van de vertrouwelijke bron ervan, noodzakelijk bijdroegen tot publieke verantwoording over ernstige maatschappelijke mistoestanden. Maar die voorbeelden zijn bij ons erg zeldzaam. Wat blijft is het georganiseerd lek, dat nu een zelfstandig gedoogbestaan lijkt te leiden, totaal los van de maatschappelijke verantwoording en in zelfs in strijd daarmee. Van kritische journalisten kan toch niet worden verwacht dat zij daaraan hun noodzakelijke medewerking blijven geven?

Onze partners