Guido Lauwaert
Guido Lauwaert
Opiniemaker
Opinie

13/06/13 om 14:32 - Bijgewerkt om 14:32

Filip bidt

Het is Filip aangeleerd door zijn ouders, zijn zus en schoonbroer, maar in de eerste plaats door koning Boudewijn. Hij moest wel bidden, anders geen koningsschap. Het was te nemen of te laten. Credo in unum Deum.

Dat het katholieke geloof van Boudewijn extreme vormen aannam, was te zien in het tweede deel van een vierdelige serie over de vorige vorst, uitgezonden door Canvas op. Desnoods was geweld en zelfs moord geoorloofd om de katholieke kerk de centrale plaats te gunnen in Rwanda. Boudewijn was het er niet alleen mee eens, hij spoorde het aan, in diverse brieven, waarvan de regering geen aandeel had en het bestaan ervan pas veel later te weten kwam.

Lang heeft Boudewijn geloofd dat Mobutu 'zijn kerk' tot staatskerk zou uitroepen. En Mobutu heeft hem in die waan gelaten. Die vriendschap kwam hem goed van pas om zijn almacht te verkopen bij het volk, de overheid, de kerkleiders, want had hij niet de steun van het opperhoofd van België?

Het fiat van het Lakense hof kwam er mede door twee andere zaken. Enerzijds door de ingeburgerde gedachte bij de adel dat de inspraak bij de bevolking wordt ontzegd, omdat dit recht exclusief voorbehouden is aan de hoogste klasse, met aan het hoofd de koning. Anderzijds doordat de politieke chaos in de voormalige kolonie zo groot was, dat de militaire top orde op zaken wilde stellen. Een goed voorbeeld daarvan is Frankrijk. Door de ontaarding van de revolutie, heeft een generaal de macht kunnen grijpen, Napoleon Bonaparte.

Dat Boudewijn geen eigenaar van zijn land was, maar slechts koning der Belgen was, heeft de vorst altijd dwars gezeten. Hij werd een treurwilg met een afwijking, en door die frustratie is de dictatuur in Congo, de moord op Lumumba en de genocide in Rwanda mogelijk geworden.

Koning Boudewijn was een muilezelachtig dier, verwekt door meneer kerk en mevrouw staat. De verwijzing naar de muilezel kan men vinden in The Right of Man [de Rechten van de mens], verschenen in 1791/1792, en van de hand van Thomas Paine [1737-1809], een sociaal politiek schrijver die een grote invloed heeft gehad in zowel de Amerikaanse als de Franse revolutie.

Het literair pamflet is de grondwet van de UNO, mede ondertekend door België. Koning Boudewijn heeft die wet overtreden en zou dus, in wezen, pro mortum moeten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf in de hel dan letterlijk en figuurlijk de hemel in geprezen. En met hem België, want de opeenvolgende Belgische regeringen hebben wel binnenskamers gemord, maar hem op het forum altijd de hand boven het hoofd gehouden.

Het wereldberoemde pamflet heeft Boudewijn blijkbaar nooit gelezen. Had hij dat wel gedaan, zou hij gezien hebben dat Paine vond dat 'er geen religie fout is, voorzover de eigen aanhangers haar beoordelen. Maar als men elkaars religie beoordeelt, is er geen die juist is.' Wat verder oppert Paine dat 'niemand mag worden lastig gevallen wegens zijn religieuze meningen, mits zijn belijdenis ervan geen verstoring is van de openbare orde zoals die door de wet is vastgesteld.'

Met andere woorden, uit beide gedachten vloeit voort dat godsdiensten geen privileges mogen hebben. Geen cent van de belasting die de staat incasseert, mag gebruikt worden voor eender welke steun aan een sekte, een kerk, een moskee, een synagoge. De scheiding van kerk en staat, opgenomen in de Belgische grondwet, veroordeelt de staat daarom tot een strikte neutraliteit. Wat niet het geval is en daardoor leven alle Belgen, gelovigen en ongelovigen in een scheve toren.

Door de opdringerigheid van zijn geloof heeft Boudewijn de staat dus meer kwaad dan goed gedaan. Hij heeft het recht van de overtuiging bestreden en daarmee de macht van elke burger beknot. Zijn leven, kortweg gezegd, een zekere vorm van vrijheid ontnomen. Wat hij als een recht beschouwde zag hij als zijn plicht, maar hij heeft daarmee ook de drie fundamenten van de staat ondermijnd, de godsdienstige [oorspronkelijk, het christelijke], het liberale en het sociale.

Latere onderzoekingen, indien wetenschappelijke instituten het aandurven, zullen ongetwijfeld aantonen dat het gedrag van alle Belgische koningen, tot koning Albert II, gradueel meegewerkt hebben aan de doorbraak van extreme partijen en godsdiensten. Dat Albert II buiten het lijstje valt, komt niet door een groter inzicht in de maatschappelijk evolutie, maar door een totaal gebrek aan interesse ervoor. Hij is alleen bezorgd om zijn eigen kruk. En die van zijn familie.

Prins Filip heeft van dit alles geen weet. Omdat hij bidt en baadt in een wijwatervat. Hoezo? Hij is gehersenspoeld door oom Boudewijn en tante Fabiola. Dat was niet zo moeilijk. Wiens zelfstandig denken niet sterk ontwikkeld is, is gauw geneigd de arm ten hemel te strekken en de handen te vouwen. Het bidden van Filip en zijn familie komt tevens voort uit de oergedachte dat de monarchale macht van Europa de redding van dit continent betekent. Een monarchale macht die gevormd is door de Habsburgers, waartoe de man van prinses Astrid behoort, en de Saksen-Coburgs.

Een macht die Karel Marx bestempelde als het slaapmiddel van het volk. Oom Boudewijn was niet op de hoogte van de sociaalfilosofische evoluties zoals hier geschetst. Maar Jacques van Ypersele de Strihou, de kabinetschef van zowel Boudewijn als Albert II, de kardinaal Granvelle van het hof van Laken, is dat wel. Zijn verbanning uit Laken is nodig alvorens Filip de troon bestijgt. Hij moet vervangen worden door iemand die tegen Filip durft zeggen: Ite, missa est. Zodat het aangroeiend koor van vrijzinnigen eindelijk kan uitroepen: Deo gratias!

Overigens ben ik van mening dat dit geen pleidooi is voor een nieuw koningsschap. De republiek is geen perfecte kroon van de democratie, maar toch een met minder doornen.

Guido Lauwaert

Onze partners