Koen Meulenaere
Koen Meulenaere
Van 1991 tot 2012 de satiricus van Knack
Opinie

29/09/10 om 16:11 - Bijgewerkt om 16:11

Fatsoen

Wie een encyclopedie van de beleefde manieren wil samenstellen, begint zijn zoektocht niet in een voetbalstadion.

Op het einde van Lierse-Anderlecht kreeg Silvio Proto het aan de stok met een ballenjongen van Lierse, die hem de bal niet snel genoeg toewierp en hem volgens de doelman bovendien 'jeannet' en 'hoerenjong' zou hebben toegeroepen. "Was het mijn zoon geweest, ik had hem een draai om de oren gegeven", aldus de Anderlechtkeeper. Volgens de betrokkene, die de voorpagina van Het Laatste Nieuws haalde, was het evenwel Proto zelf die eerst iets grofs had geroepen. In 't Frans!

Uw Scout, in zijn hoedanigheid van kindervriend, en op dat moment onwetend van mogelijk onwelvoeglijk taalgebruik, had het in zijn commentaar op Belgacom TV voor de ballenjongen opgenomen, maar als Proto gelijk heeft moeten wij onze mening herzien. Net als Lord Robert Baden-Powell, naar wiens beeld en gelijkenis wij zijn geschapen en geportretteerd, streven wij immers naar een keurige opvoeding van onze jeugd.

Maar wij waren dus zelf op die match, en menen daar toch gehoord te hebben hoe in het bezoekersvak op zijn minst duizend volwassen Anderlechtsupporters negentig minuten lang, of beter gezegd negentig min dertien minuten lang, hebben staan roepen en zingen van: 'Wesley jeannet', en: 'Hij is de hoer van FCB.'
Precies dezelfde twee kwalificaties die de jonge onverlaat naar het hoofd van de doelman zou hebben geslingerd. Deze duizend stonden gedurende de volledige eerste helft enkele meters achter Silvio Proto, die bezwaarlijk kan aanvoeren dat hij het niet gehoord heeft. Het had Proto gesierd mocht hij, in zijn opvoedkundige missie, ook deze duizend eigen fans hebben terechtgewezen, quod non.

Hieraan dient toegevoegd dat Proto zolang Anderlecht 0-1 voor stond bij elke doeltrap met alle keeperstrucs tijd probeerde te rekken vooraleer de bal in het spel te brengen. Als hij dan na de 1-1 plots wel veel haast heeft, moet hij niet opspelen wanneer een ballenjongen dat niet meer heeft.

Nu kadert dit incident in een ruimere context. Wie een encyclopedie van de beleefde manieren wil samenstellen, begint zijn zoektocht niet in een voetbalstadion. Wat daar wordt getierd en geschreeuwd, tart alle verbeelding. Het is een sociologisch gegeven dat mensen zodra ze zich in een groep bevinden geen minimum aan fatsoen meer opbrengen. Alle lof om te proberen die kwalijke trend te keren, maar er zijn andere vertrekpunten dan een jongen van elf die naroept wat tienduizend volwassenen hem onophoudelijk hebben voorgeroepen.

Koen Meulenaere

Onze partners