11/02/11 om 13:29 - Bijgewerkt om 13:29

Expo: Mythen van het atelier

Het Valkhof in Nijmegen onderzocht de atelierpraktijken van negentiende-eeuwse kunstenaars.

Expo: Mythen van het atelier

Het Valkhof in Nijmegen onderzocht in Mythen van het atelier (****) de atelierpraktijken van negentiende-eeuwse Nederlandse kunstenaars.

De mythe doorprikt

Men opent met een rij zelfportretten van kunstenaars. Deftige mannen, strak in het pak gehesen, staren ons aan. Een palet of afgewerkte schilderijen achter hen verraden dat het schilders zijn. Afgewerkte schilderijen in het atelier: alsof schilderen geen moeite kost. Dit zijn niet de getormenteerde kunstenaars die in armzalige omstandigheden grote kunst aan de wereld schenken. Dit zijn heren van stand die in weelderige negentiende-eeuwse interieurs poseren. Op foto's zien we kostbaar gemeubileerde vertrekken. Een deel van Christoffel Bisschops atelier in Den Haag heeft men zelfs ter plaatse heropgebouwd.

In de negentiende eeuw werd de schilderende ambachtsman een poseur zonder met verf besmeurde handen. Sommigen hadden zelfs een salonatelier om klanten en kameraden te ontvangen. Het zogenaamde werkatelier was dan de plaats waar het echte werk plaatsvond. De pose van de kunstenaar als gentleman was trouwens al langer in trek. Da Vinci lachte met de beeldhouwer die door het rondwaaiende stof op een bakker geleek, en ging zelf piekfijn gekleed.

Het Valkhof in Nijmegen doorprikt de mythen van negentiende-eeuwse Nederlandse ateliers en de mythe van de creatie, of de geheimen van het vak. Wie mocht het atelier betreden? Kunstenaars lieten er hun galeriehouders rondneuzen. Bevriende kunstenaars kwamen langs om plezier te maken. De eenzame plek van het getergde genie is een mythe. Het was geen heiligdom.

Geesje Kwak en Trijntje Toet

Didactische troeven van deze expo zijn het al aangehaalde atelier van Christoffel Bisschop. Een zeldzame ledenpop gebruikte men om dure modellen te vermijden. Verhelderende foto's, maar ook het schildermateriaal om in de openlucht te kunnen werken en allerhande attributen verlevendigen en verdiepen het verhaal. We leren Geesje Kwak en Trijntje Toet kennen. Zij waren ingehuurde modellen, meisjes van de straat. De verhalen rond schilders en modellen zijn legio. De piepjonge Kwak is het model op George Hendrik Breitners Meisje in witte kimono.

Niet frivool

Men verzweeg liever dat foto's waren gebruikt om een bepaalde compositie te schilderen. Fotografie duidde op een tekort aan verbeelding. Iemand als Jan Toorop voelde er niets voor om de schijn hoog te houden. Zijn Zelfportret in het atelier is stemmig en laat een groezelig atelier zien. Het is samen met werk van Breitner op visueel vlak het spannendste dat er te ontdekken valt.

Laten we wel wezen, deze expo werd oerdegelijk opgebouwd rond een thema dat sowieso meer aandacht verdient. De grondigheid waarmee men de expo heeft voorbereid en de daaruit voortvloeiende catalogus zijn werkelijk outstanding. Maar echte opwinding is in de expo net iets te zelden te beleven. De oorzaak ligt bij de soms wat stoffige verzameling negentiende-eeuwse werken.

Mythen van het atelier
Tot 8 mei
Museum Het Valkhof
Nijmegen
Website

Matthias Depoorter

Onze partners