01/06/10 om 09:46 - Bijgewerkt om 09:46

Expo: De wereld andersom. Art Brut uit de abcd collectie, Parijs

Het Museum Dr. Guislain heeft een selectie gemaakt uit de uitstekende Parijse Collection abcd. Het betreft art brut en die voelt zich in Gent thuis.

Expo: De wereld andersom. Art Brut uit de abcd collectie, Parijs

© Collection abcd, Parijs

Het Museum Dr. Guislain heeft met De wereld andersom (****) een selectie gemaakt uit de uitstekende Parijse Collection abcd. Het betreft art brut en die voelt zich in Gent thuis.


Art brut?


Wat is art brut? Jean Dubuffet (1901-1985), de kunstenaar die de term ergens rond WO II bedacht, geeft, ook al is hij zelf niet in Gent met werk vertegenwoordigd, enkele voorzetten:

"By this we mean works produced by persons unscathed by artistic culture, where, unlike in the case of intellectuals, mimicry plays little or no part, in the sense that the artists derive everything (subject-matter, choice of materials used, means of transposition, rhythms, writing styles, etc.) from their own depths and not from the conventions of classical or fashionable art."

Dubuffet was een beschermer en collectioneur van art brut, een overkoepelende term waarvan de makers in hun privéleven niet zelden psychisch lijden.


Een eerste probleem stelt zich bij het feit dat er sprake is van kunst die zich buiten het centrum van de kunstwereld bevindt. Hedendaagse kunst wordt niet zozeer bepaald door vakmanschap of formalistische kwaliteiten, een kunstenaar dient zich wel intentioneel in te schrijven in de kunstgeschiedenis. Daaruit blijkt zijn artistiek standpunt. Dit is een stelregel in de definiëring van hedendaagse kunst, maar bij art brut staan kunstenaars vaak buiten het artistieke discours en maken vaak werk dat nergens mee vergeleken kan worden. Outsiderkunst, een andere term voor art brut, is op dat vlak problematisch.


In de mooie catalogus van enkele jaren terug, wijdt men 2 pagina's aan de definitie. Wat hoort wel, en wat niet bij die "brute" kunst? De auteurs verkiezen om geen definitie te gebruiken. Het is maar de vraag of dat een gezonde keuze is. De verhalen rond al deze kunstenaars zijn diepgaand en vaak zeer somber. Allen lijden of leden aan een geestesstoornis. In vele gevallen moet men de beeldende productie van de persoon aan zijn geestelijke conditie linken om de betekenis te kunnen doorgronden. Bij sommigen krijgen we therapeutische werken, eerder dan kunstwerken, ook al is dat onderscheid niet altijd even duidelijk. Enkel de biografische gegevens van de maker kunnen dit duiden. De bevattelijke zaalteksten vangen dat prima op. Ware dit niet het geval, dan bukt men zich in de expo vele malen om details te kunnen ontcijferen, om vervolgens te merken dat het om gekriebel gaat.


De antithetische discussie waarin outsiderkunst of art brut door de enen als kunst, en door de anderen als therapeutische arbeid aanzien werd, betekende de doodsteek voor een ernstig discours. Het besef dat een rigoureus afgelijnde categorie een onmogelijke zaak lijkt, en dat biografische input en de kunstenaarsidentiteit altijd van primordiaal belang zijn, is essentieel. Voor hedendaagse kunst geldt dat genres en stromingen een atomisering hebben doorgemaakt en dat veel van dat alles zo idiosyncratisch is, dat men puur visueel, zonder inhoudelijke uitleg, niet aan zijn trekken komt als kunstliefhebber. Bij deze collectie art brut, met de insteek van de psychische conditie, is dit nog veel meer het geval. Uiterst persoonlijke ontboezemingen schemeren doorheen de kunst door, een opgave voor de bezoeker.


Monsiel


Wat meteen opvalt is dat de kleuren en het licht van de behoudsgezinde scenografie zeer goed zijn. Daarbij komt het weloverwogen ritme en de variatie van het materiaal, wat bijzonder uitnodigend werkt. Dat laatste is niet onbelangrijk, zeker bij art brut waarbij aandacht onontbeerlijk is. Ook de achtergrondmuziek draagt tot het goeie klimaat bij, ook al is dit geen "prettige" collectie. Het is geen zorgeloze museumwandeling, maar dat is goede kunst zelden.


Eén van die knappe kunstenaars is de ongelukkige Edmund Monsiel (1897-1962). Jarenlang verkeerde hij in de waan dat de nazi's hem op het spoor waren. Het resultaat was een leven als heremiet. Vijfhonderd tekeningen vond men na zijn dood, waarin repetitieve herhaling het onderwerp zelf lijkt te zijn. De man ging als een miniaturist te werk. Denk daarbij gerust aan het fijnste uit historische verluchte handschriften.


De Amerikaan Henry Darger (1892-1973) laat er geen twijfel over bestaan, ergens op zijn grote tekeningen heeft hij Depressionville geschreven. Ook hier vlucht men. Moedige meisjes worden onder commando van kapitein Henry Darger van slavernij door volwassenen afgeschermd. Vijftienduizend pagina's schreef en illustreerde Darger met zijn verhaal.


Deze collectie, met zijn vele curieuze ontdekkingen, zal niemand onbewogen laten. Vooroordelen mogen voorgoed in de kast.


Matthias Depoorter

De wereld andersom
Museum Dr. Guislain
Jozef Guislainstraat 43
9000 Gent
museumdrguislain

Onze partners