18/06/10 om 10:20 - Bijgewerkt om 10:20

Expo: Antoon van Dijck. Meesterwerk of kopie?

Antoon van Dijck schilderde ooit twee identieke versies van een Heilige Hiëronymus.

Expo: Antoon van Dijck. Meesterwerk of kopie?

© Rotterdam Museum Boijmans van Beuningen, Bruikleen Stichting Willem van der Vorm

Antoon van Dijck (1599-1641) schilderde ooit twee haast identieke versies van een Heilige Hiëronymus. In Antoon van Dijck. Meesterwerk of kopie (****) krijgt het verhaal een iets andere wending.


Gebundelde kracht


Het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Nationalmuseum in Stockholm bundelden de krachten en bedachten een uitstekende expo. Het Museum M in Leuven brengt deze interessante dossiertentoonstelling naar eigen land.


Beide buitenlandse musea zijn in het bezit van een haast identieke versie van een Heilige Hiëronymus van Antoon Van Dijck. Heel lang nam men in kunsthistorische kringen aan dat de versie in Stockholm een autografe, of eigenhandige versie, betrof. Men dacht dat de piepjonge meester het voornamelijk zelf had geschilderd, ook al had hij toen al, rond zijn twintigste, een atelier met medewerkers. Het Rotterdamse stuk kwam pas in 1972 bovendrijven. Het bleef al die jaren onzichtbaar in de verzameling van een collectioneur.


Zoek de kopie

Wie met een arendsoog naar de tweeling kijkt, zal misschien vermoeden dat de Rotterdamse variant net iets beter geschilderd is. Het is spitanter, trefzekerder en gedetailleerder. De ietwat tranige blik van de engel uit Stockholm is duidelijk minder, alsook het rode gewaad van de heiligman en diens bewerkelijke hoofd. De schildertechniek van het doek uit Stockholm is minder gericht op onderliggende lagen die doorschemeren, en die voor de finesses van het clair-obscur zorgen.


Maar dergelijke zaken zien is nog geen tastbaar bewijs. Misschien had Van Dijck net wat minder tijd voor het Zweedse stuk? Op dat moment komt de dossierexpo op kruissnelheid. Men legt aan de hand van de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek haarfijn uit wat er aan de hand is. Daar waar het blauwe kleedje van de Rotterdamse engel over de arm heen geschilderd is, daar werd in Stockholm ruimte gelaten. De uitstekende benen onder Hiëronymus' kleed werden pas nadat het volledige kleed al op het doek prijkte, geschilderd. Niet zo in Stockholm. Het eerste eigenhandige stuk, waar de meester nog naar de adequate compositie zocht, is dat van Rotterdam. De vlijmscherpe punt van de veer die de engel hanteert, wordt in de variant van Stockholm geëchood door een weinig uitgewerkte kopie. Alweer: de meesterhand tegenover de ateliermedewerker.


Wat echt vaststaat is dat het Rotterdamse werk het eerst gemaakt werd en dat het aandeel van Antoon groot was. Verder kunnen geen stellige oordelen geveld worden. Beide zijn technisch hoogstaand en wat het aandeel van Van Dijck in het stuk uit Stockholm is, blijft giswerk. In die tijd waren schildersateliers een soort naarstige fabriekjes waar kopieën van bestaande werken een vanzelfsprekendheid waren. Men kan immers niet altijd een origineel beeld bedenken en een meester kon niet alles zelf schilderen. Enkele kleine retouches door de meester op het werk van assistenten, volstonden al om het werk in waarde te doen stijgen. Ook al was kopieerwerk een aanvaarde realiteit, toch eisten sommige opdrachtgevers dat de meester hun werk zelf schilderde. De meesterhand was immers altijd verfijnder.


Die kennis haalde men onder andere uit gerechtelijke geschillen. Ook Van Dijck werd ooit aangeklaagd omdat een handelaar twijfels had bij de eigenhandigheid van enkele schilderijen. In het relaas van die rechtszaak komen enkele van Van Dijcks assistenten aan het woord. Eén van hen wist zelfs niet meer aan welke schilderwerken hij precies had meegewerkt. Als assistenten hun eigen hand niet herkenden, dan hoeft het niet te verwonderen dat we heden niet alle geheimen kunnen blootleggen.


Didactiek


De moeilijkheidsgraad van het op toegankelijke wijze overbrengen van technische resultaten van wetenschappelijk onderzoek, op een manier dat mensen geboeid blijven, is misschien wel vergelijkbaar met die van het onderzoek zelf. Met verstand van zaken wordt de praktijk in het atelier van Van Dijck ontleed. Slechts twee schilderijen en een uitgekiende multimediale projectie zijn er nodig om een beklijvende kunstgeschiedenisles van 10 minuten te geven.


Antoon van Dijck. Meesterwerk of kopie?
Tot 22/8
Museum M
Leopold Vanderkelenstraat 28
Leuven

Matthias Depoorter

Onze partners