24/05/13 om 13:10 - Bijgewerkt om 13:10

EU eist beterschap, Israël stuurt bulldozers

Eén jaar na de harde eisen van de EU gaan de vernielingen van Israël in Palestina gewoon door.

Said is een Palestijnse boer van 47. Op een klein lapje grond net buiten het dorp heeft hij een paar olijfbomen staan. Hij kweekt er ook amandelen, druiven en een beetje kersen. Van de opbrengst leven hij en zijn vrouw, maar ook zijn negen kinderen. Voor de irrigatie van de gortdroge grond bouwde hij enkele jaren geleden eigenhandig een grote waterput. Op 29 april 2013, om 5.15 uur 's ochtends, heeft een konvooi van het Israëlisch leger - met bulldozer - de waterput vernietigd en opgevuld met puin. Maanden werk en duizenden euro's aan investeringen gingen op enkele minuten tijd in rook op.

Saïd woont, net als duizenden andere Palestijnen, in Zone C van het bezet Palestijns gebied, een volledig door Israël gecontroleerd gebied. De Israëlische overheid is er verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening en het verlenen van bouwvergunningen. Terwijl er ruimte wordt geschept voor Joodse kolonisten, wordt de Palestijnse infrastructuur vernietigd en toegangen afgesloten. De Palestijnen moeten er elke dag oplossingen zoeken om te kunnen wonen en leven, hun vee te laten grazen of hun kinderen naar school te sturen. Ze zijn sterk afhankelijk van humanitaire en ontwikkelingshulp.

De Israëlische aanpak is problematisch op drie vlakken. Ten eerste druist het beleid in tegen het internationaal recht en hypothekeert het de tweestatenoplossing. Ten tweede wordt een deel van de vernietigde infrastructuur gebouwd met EU-geld, dat moet helpen bij de ontwikkeling van de Palestijnse gebieden. Israël tast dus diep in de zakken van de Europese belastingbetaler. En last but not least: de Israëlische aanpak maakt het leven van Saïd en zovele andere Palestijnen in de praktijk ronduit onmogelijk, met onmenselijk leed tot gevolg. Al leek dat de EU-leiders niet veel te kunnen schelen.

Tot exact een jaar geleden. In mei 2012 raakten de 27 ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-lidstaten het eens over een kritiek op Israël die ronduit "baanbrekend" werd genoemd, ook omtrent Zone C. De EU eiste in onbedekte termen het einde van de gedwongen verplaatsingen en de vernieling van Palestijnse infrastructuur. Ze vroeg ook met aandrang om de procedures voor bouwvergunningen te vereenvoudigen. Applaus op alle banken. Hoop bij de Palestijnen.

Vandaag maken de EU-leiders de balans op, een jaar na hun harde eisen. Oxfam en tal van andere ngo's die werkzaam zijn in de Palestijnse gebieden, hebben hen dat alvast voorgedaan. Het vandaag gepubliceerde rapport 'Failing to make the grade' maakt pijnlijk duidelijk dat er een jaar later niets veranderd is op het terrein. Terwijl de nederzettingen verder uitbreidden, werden 540 Palestijnse eigendommen vernietigd, waarvan 460 in Zone C. Het gaat om woningen, wegen en waterputten, zoals die van Saïd. 800 mensen werden gedwongen te verhuizen. Voor Palestijnse nieuwbouw voorziet Israël slechts 1% van Zone C, maar 94% van alle bouwaanvragen wordt geweigerd. De reactie van de EU en de lidstaten op deze situatie, is evenmin veranderd.

Er is nood aan een systematische en gecoördineerde preventie en reactie. Informatie over de talrijke vernielingen en gedwongen verplaatsingen is voorhanden, maar er werd nog niet veel mee gedaan. Op een slooporder komt niet de nodige reactie om erger te voorkomen. En een vraag om compensatie voor vernielde projecten kwam er voorlopig nog niet. De EU en België steunen de ontwikkeling van zogenaamde 'masterplannen', maar geen enkel daarvan kreeg sinds 2009 de goedkeuring van de Israëlische overheid.. De EU moet duidelijk maken dat Israël geen veto heeft over de uitvoering van ontwikkelingsprojecten, tenzij om veiligheidsredenen. De waterput van Saïd kon in die zin alvast bezwaarlijk een bedreiging genoemd worden.

Als bezettingsmacht heeft Israël de juridische verplichting om in te staan voor het welzijn van de Palestijnse bevolking. Vandaag kan de EU die plicht helpen afdwingen.

Liesbeth Goossens

Lees het rapport op de Oxfam-website

Onze partners