Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

04/02/13 om 16:32 - Bijgewerkt om 16:32

Enkele bedenkingen bij de 'gebuisde' leraren in opleiding

Enkele bedenkingen bij de 'gebuisde' leraren in opleiding: leraren in spe en een lector reageren.

Pedagoog en ere-lector Opvoedkundige wetenschappen aan de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen Roger Boonen reageert op de studie waaruit blijkt dat het pover gesteld is met de algemene kennis van leraren in spe. Na zijn reactie, laat hij enkele studenten uit een lerarenopleiding zelf aan het woord.

Het onderwijs kwam onder invloed van de Verlichting en het rationalisme in dienst te staan van een alles overheersend kennisideaal. Dat ideaal werd (wordt?) in bepaalde onderwijsmiddens al te zeer geïnterpreteerd als encyclopedische feitenkennis, die moe(s)t worden opgeslagen in de geest van de leerlingen om ze vervolgens op het examen foutloos te kunnen reproduceren. Volgens Swerts en Monten moet onderwijs 'het hoofd van leerlingen en studenten niet vullen met weetjes om te kunnen deelnemen aan een quiz. Onderwijs moet hen wel gidsen en inzichten aanreiken om te weten hoe de wereld werkt en om gefundeerde meningen te vormen.' (Martens P., Algemene kennis van leraren in opleiding getest en gebuisd. Knack van 23 januari 2013, p. 26.)

Het is duidelijk dat parate en functionele kennis van de wereld van vandaag voor elk opgroeiend kind meer dan noodzakelijk zijn om er efficiënt in te kunnen functioneren. De vaststelling dat de te verwerven kennis van de wereld en van zichzelf dynamisch zijn en steeds dieper ontgonnen kunnen worden, maakt het onderwijsgebeuren tot een boeiende onderneming, maar stelt tegelijk bijzonder hoge eisen aan de intellectuele arbeid van de leerkracht en de leerlingen. De leerlingen moeten door toedoen van de leerkracht nuttige, actuele basiskennis onder ogen kunnen nemen en dat is verre van vanzelfsprekend vanwege de enorme kennistoename in de wereld van vandaag.

Men heeft becijferd dat meer dan 80% van alle wetenschappelijke kennis tijdens de afgelopen dertig jaar is verworven en dat de hoeveelheid kennis nu om de zeven jaar verdubbelt. In de achttiende eeuw konden Diderot, een grote wetenschapper en d'Alembert, een publicist, samen met een honderdtal medewerkers nog alle kennis samenvatten in hun 'Encyclopedie' (1751-1772). Voor het samenstellen van de 23 delen en de 30.000 bladzijden van de recentste uitgave van de 'Encyclopedia Universalis' deed men een beroep op niet minder dan 4.000 geleerden.

De kennisexplosie in onze (post)moderne tijd - een werkelijke cultuurexplosie! - en de verschillende en uiteenlopende waarderingen van de kennis in onze pluralistische maat-schappij stelt het onderwijs voor de enorme uitdaging om - rekening houdend met de beginsituatie van de leerlingen - een weg te banen in deze berg van informatie. We illustreren dit even vanuit de evolutie in het geschiedenisonderwijs in het algemeen.

In vergelijking met de gouden jaren '60 kent het geschiedenisonderwijs nu een aanzienlijke uitbreiding van leerinhouden en belangrijke klemtoonverschuivingen tegenover vroeger. Verscheidene redenen werkten deze evolutie in de hand: de mondialisering van de samenleving, de immigratie van gastarbeiders uit de islamitische landen, de eenwording van Europa, de stroom van politieke en (vooral) economische vluchtelingen in ons land en in de rest van Europa enz. Al deze ontwikkelingen hadden tot gevolg dat de zogenaamde 'vaderlandse' geschiedenis nu sterk aangevuld en herbekeken kan/dient te worden in een veel breder perspectief.

Want uiteindelijk moeten kinderen de wereld nu als één geheel leren beschouwen en dringt de geschiedenis van die globalisering zich op als relevante kennis voor het streven naar een verdraagzaam en vreedzaam samenleven in wereldverband. Het is bijgevolg onmogelijk om geschiedenis te geven vanuit één alleenzaligmakend gezichtspunt, alsof er maar één interpretatie van de historische werkelijkheid mogelijk is. De leerlingen zullen zich de nodige feitenkennis, inzichten, werkmethoden en leerattitudes moeten eigen maken vanuit een pluriform perspectief om hun weg te vinden in de historische basisinformatie die voorradig is. Zij kunnen die dan met vrucht leren analyseren en interpreteren vanuit die meervoudige context.

Meer dan ooit tevoren stelt zich in het onderwijs nu de vraag naar relevante basiskennis i.v.m. de onderscheiden leergebieden (en op de onderscheiden onderwijsniveaus). Alle 'algemene' kennis - een notie die moeilijk eenduidig te definiëren valt - en actuele kennis - die (soms) vlug wordt achterhaald! - zijn niet noodzakelijk relevante kennis, d.w.z. kennis die beantwoordt aan de spontane ontwikkelingsdrang van de kinderen en/of die bijdraagt tot hun culturele handhaving of ontplooiing en hun goed functioneren in de wereld van vandaag en morgen. Naast noodzakelijke elementaire feitenkennis dient er op school vooral inzicht bijgebracht te worden in de basisstructuren, oplossingsmethoden en leerattitudes voor de verschillende leergebieden. De selectie van kennis, vaardigheden en/of leerattitudes zal op een intentionele, systematische en continue wijze moeten ge-beuren, rekening houdend met de dynamiek van de postmoderne samenleving. Kernleerstof, die door iedereen verworven moet worden, dient daarbij nog onderscheiden te worden van aanvullende leerstof: meer leerstof of grondiger behandelde of remediërende leerstof. Hoe dan ook zal er in het onderwijs sterk moeten 'gedifferentieerd' worden om de kerninhouden veilig te stellen voor iedereen.

Volgens Swerts en Monten beschikken studenten, die in de lerarenopleiding worden klaargestoomd om les te geven in het secundair onderwijs, over te weinig politieke, sociaaleconomische, geografische en historische kennis en zijn ze bijgevolg onvoldoende gewapend om die kennis zelf door te geven in de klas. Dit betekent een uitdaging voor de leerkrachten om daar iets aan te doen. Maar daaraan nog een apart vak 'Algemene kennis' besteden in de lerarenopleiding zal o.i. weinig soelaas bieden. Samen met Mieke Van Hecke zijn we van mening dat er voor het aanreiken van algemene kennis geen apart vak nodig is. 'Ook niet in de lerarenopleiding. Daar moet dat een verantwoordelijkheid van elke vakdocent zijn. Die moet aanknopingspunten zoeken en de momenten grijpen om inzicht te geven. Zowel in het secundair onderwijs als in de lerarenopleiding is het zaak om vakbreed in te zetten op de vaardigheid van jongeren om informatie bij geloofwaardige bronnen te halen en om kritisch met die informatie om te gaan.' (Zie Martens P., ... p. 25)

Roger Boonen Pedagoog & Irenoloog Ere-lector Opvoedkundige wetenschappen - Karel de Grote-Hogeschool, Antwerpen Coördinator van de Opleiding Vredeseducatie, Antwerpen

In het kader van het Keuzetraject: 'Naar een conflictloze maatschappij?', waarbij heel wat aandacht werd besteed aan conflicthantering, pesten op school, geweldpreventie, racisme enz. heeft een groep studenten van het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool het artikel: 'Algemene kennis van de leraren in opleiding: getest en gebuisd' kritisch onder de loep genomen. Sommigen van hen hebben deelgenomen aan het onderzoek van Swerts en Monten en zij voelen zich met z'n allen groot onrecht aangedaan. Ter verduidelijking van hun zienswijze laat ik nu enkelen van hen aan het woord.

'De term algemene kennis werd misbruikt ten voordele van aardrijkskunde, geschiedenis en actualiteit'

'Ik ben een student van de Karel de Grote-Hoge school en zit momenteel in mijn derde jaar, departement leerkracht lager onderwijs. De test is dan misschien enkel afgenomen bij de lerarenopleidingen secundair, toch spreekt men in kranten en tijdschriften over leerkrachten in het algemeen. De uitspraken hebben mij, samen met vele anderen uit mijn opleiding, gekwetst. Daarom zou ik hieronder graag mijn visie over deze test en de getrokken conclusies kenbaar maken.

Ik ben namelijk van mening dat men ons met dit onderzoek onrecht aandoet. Men kent/begrijpt de taken van een leerkracht (in spé) niet. Dit blijkt ook nu weer. Wie denkt dat het overbrengen van feitenkennis het belangrijkste is voor een leerkracht, heeft geen idee wat onze job effectief inhoudt. De leerlingen, uw kinderen, brengen namelijk het grootste deel van hun wakkere tijd door op school. Het overbrengen van encyclopedische kennis volstaat dus niet als we kinderen willen opvoeden tot mensen die op een volwaardige manier kunnen deelnemen in onze maatschappij. Leerkracht zijn is zo veel meer dan kennis overdragen! Zo leren we kinderen bijvoorbeeld omgaan met anderen: uit diverse culturen, verschillende meningen, sociale statussen, leeftijden, talen,... Iets dat in deze tijd zeker niet onbelangrijk is. We brengen sociale vaardigheden, normen en waarden, attitudes, communicatie- en reflectietechnieken bij, stimuleren zelfvertrouwen, leergierigheid, creativiteit, probleem-oplossend denken, talenten,... Een lijst die nog lang niet volledig is.

In mijn ogen staat het hebben van een brede 'algemene' kennis als leerkracht dus zeker niet op de eerste plaats. Ik stel me dan ook behoorlijk wat vragen bij de motieven van deze test. Denkt men nu werkelijk dat we betere leerkrachten zouden zijn als we allen 100% zouden scoren op zo'n test? Taal en wiskunde worden immers al niet overhoord. Het geheel doet me sterk denken aan een citaat van J.W. von Goethe "Wat je niet weet, daar zit je om verlegen en wat je wel weet, daarmee kan je niets beginnen." Misschien is het voor sommigen beschamend dat de resultaten op deze test zo laag zijn, maar niettemin gaat het hier om zaken die men te weten komt door één druk op de knop. Het internet kent immers geen geheimen voor ons en onze leerlingen. Het leren opzoeken van deze informatie en omgaan met de grote hoeveelheid ervan is dan ook vast en zeker een erg belangrijke taak voor de leerkracht.

Met dat alles wil ik niet zeggen dat ik er geen problemen mee heb dat er zo laag gescoord is op deze test. Maar ik denk wel dat we de gegeven resultaten met meer dan een korreltje zout kunnen nemen. Ik was niet aanwezig bij de afname van de test, maar ik stel me wel wat vragen, bv. over de afname van de test. In hoeverre hebben de studenten dit bv. serieus genomen? Afhankelijk van het uur, de dag en de hoeveelheid taken die we nog moeten maken, kunnen/zullen de resultaten verschillen. De vraag rijst in hoeverre zo'n test representatief, valide en/of betrouwbaar is te noemen?

Nog enkele maanden te gaan en dan zal ik, hopelijk, afstuderen als leerkracht. Ik heb dan misschien mijn opleiding afgerond, maar wil dat zeggen dat ik dan een volwaardige leerkracht ben? Verre van! Een goede leerkracht weet dat men altijd en overal bij zal moeten/kunnen leren en staat hier ook voor open. Hij/zij kan reflecteren over zijn/haar minder goede punten en hij/zij wil hier ook aan werken. Ik maak me dus geen zorgen over de toekomst van de kinderen, integendeel. Elk onderwerp waar ik een les over moet geven, beheers ik vrij goed en wat ik toch niet blijk te weten of kunnen, dat studeer ik bij. Net als vele anderen in onze opleiding!' - Sanne Wubben.

'Onze leerlingen zijn de meeste tijd van de week op school en daarom wil ik hen in eerste instantie een veilige leefomgeving bieden''Ik durf toe te geven dat mijn zogenaamde 'algemene' kennis in functie van de vraagstelling van de onderzoekers eerder minimaal is. Ik vond de leerstof, die aangeboden werd in de lessen geschiedenis en aardrijkskunde, interessant om eens te horen, maar daar bleef het bij. Ik studeerde die vakken in het secundair onderwijs niet graag en onthield daarvan relatief weinig. Wat mij echter wel al geruime tijd interesseert is de mens op zichzelf beschouwd en in interactie met de ander(en). Zijn manier van denken, waarom hij een bepaald gedrag vertoont in een bepaalde situatie, de invloed van de sociale omgeving, de interactiepatronen tussen mensen enz.

In de klas is het belangrijk om als leerkracht wel de nodige algemene kennis te hebben, maar die informatie vind je overal: op het internet, in boeken, ... Als je een les voorbereidt, kan je je zo goed informeren als je maar wil, want je hebt alle nodige informatiekanalen zo maar ter beschikking. Daarom pak ik véél liever uit met mijn interesse voor de mens (het kind), dan met mijn algemene kennis. Bovendien kan een kind pas leren als het zich goed voelt in de klas. Tegenwoordig is het onderwijs meer dan het onderwijzen van encyclopedische leerinhouden. De verwachtingen liggen hoger, want de leerkracht heeft ook een belangrijke rol te spelen als opvoeder.

Onze leerlingen zijn de meeste tijd van de week op school en daarom wil ik hen in eerste instantie een veilige leefomgeving bieden, d.w.z. een omgeving waarin ze worden gestimuleerd om zichzelf te leren kennen, te aanvaarden en respect te hebben voor de ander. Daarnaast wil ik hen zo veel mogelijk bijleren en ervaringen laten opdoen die aansluiten bij hun beginsituatie. En ... ik zie geen problemen als de leerlingen vragen hebben waar ik geen antwoord op weet. Dan zoeken we het gewoon samen uit!' - Lotte De Bock

'Wie denkt dat het overbrengen van feitenkennis het belangrijkste is voor een leerkracht, heeft geen idee wat onze job effectief inhoudt'

'Het onderwijs in België staat in de kwaliteitsindeling van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) wereldwijd op de 11ste plaats. Als derdejaarsstudent leerkrachtenopleiding secundair onderwijs vind ik dit best een goede score. Er is natuurlijk altijd ruimte voor verbetering. Maar blijkbaar zal beter onderwijs niet van ons als leerkrachten komen. In de laatste berichten wordt de algemene kennis van de leerkrachten in opleiding aan de kaak gesteld. Ik voelde mij persoonlijk aangevallen door de afschildering van de nieuwe generatie leerkrachten in de media. Hieronder mijn weerwoord op al deze berichten. Mijn score was trouwens 87/92.

Ten eerste gaat de test over algemene kennis. Maar wat valt er onder 'algemene kennis'. De term algemene kennis werd misbruikt ten voordele van aardrijkskunde, geschiedenis en actualiteit. En behoorde geen van deze onderwerpen tot jouw interesses, dan had je geen enkele kans om te slagen voor deze test. Voor mij als leerkracht geschiedenis-aardrijkskunde was deze test dus niet zo moeilijk. Maar ik begrijp best dat een aspirant leraar biologie, wiskunde of PO geen naam kan kleven op een foto van Mao Tse Tung. Ik kom zelf uit het TSO en ik heb deze man nooit uitgebreid weten bespreken in de klas. En ook tijdens de leerkrachtenopleiding (zelfs voor het vak geschiedenis) is deze persoon nog niet aan bod gekomen. Er is dan ook nooit genoeg tijd voor geschiedenis. Maar is een leerkracht fysica een slechte leerkracht fysica als hij Stalin niet op een foto kan herkennen? Ook Benjamin Netanyahu, David Cameron en Romano Prodi herkennen op een foto en hen linken aan de juiste functie vind ik behoorlijk moeilijk. Actualiteit is belangrijk in geschiedenisonderwijs: geen geschiedenis zonder actualiteit, geen actualiteit zonder geschiedenis! Maar ik kan er perfect inkomen dat niet alle leerkrachten in spe alle huidige Europese, Vlaamse, Federale, Waalse en internationale politici op foto herkennen en hen kunnen linken aan hun ambt of politieke partij.

Dat één op de drie leerkrachten in spe niet wisten waar de verenigde staten lag, vind ik een tikkeltje beschamend. Al zeg ik dat ook maar vanuit mijn keuze voor het vak aardrijkskunde. Ik begrijp best dat niet elke leerkracht PO, Biologie of wiskunde op een blinde kaart Servië kan aanduiden. Als men mij (leerkracht aardrijkskunde-geschiedenis) vraagt om een matrix te berekenen, moet ik ook eerst gaan opzoeken hoe dat ook al weer werkt. En daar gaat het nu juist om, een goede leerkracht zal na de test bepaalde zaken gaan opzoeken waar hij fout zat. En dat is de mentaliteit die we moeten doortrekken naar de leerlingen; ze leren omgaan met fouten en hen de mogelijkheden tonen om dingen op te zoeken en te leren. Want onderwijs gaat niet enkel over encyclopedische kennis, onderwijs gaat ook over leren leren.

En wat wil dit onderzoek eigenlijk aantonen? Dat het slecht gesteld is met de algemene kennis van de leerkrachten in opleiding. Met een dergelijke enge interpretatie van het woord 'algemene kennis' vind ik een dergelijk onderzoek niet echt betrouwbaar. Indien men deze test zou afleggen in andere richtingen van het hoger onderwijs zouden er eventueel relevante vergelijkingen gemaakt kunnen worden.' - Floris Verschuren

Onze partners