Luc Baltussen
Opinie

24/01/12 om 14:09 - Bijgewerkt om 14:09

Een spelletje Monopoly

De lessen over deugdelijk bestuur zijn de Wetstraat kennelijk ontgaan.

Het is nauwelijks twintig jaar geleden dat de Belgische overheid besloot dat zij geen rol te spelen had in het commerciële bankwezen en haar zes openbare kredietinstellingen van de hand deed. Maar vandaag staat ze opnieuw voor de lastige taak bestuurders te benoemen voor Dexia Bank België. In oktober besloot de ontslagnemende regering-Leterme immers dat het nationaliseren van die bank, voor vier miljard euro, de beste manier was om de spaarders te beschermen én het Belgisch financiewezen te vrijwaren voor nieuwe grote schokken. Daarnaast kwamen er natuurlijk ook garanties op tafel voor de beursgenoteerde Frans-Belgische Dexiagroep die met een hoop problemen achterbleef, maar daarover gaat het hier niet.

Aan de orde is de vraag hoe zo'n genationaliseerde bank, ongeacht in welke omstandigheden ze de Belgische staat in de schoot geworpen werd, nu best bestuurd wordt. Klaarblijkelijk bestaat er een zekere consensus over een parcours dat uiteindelijk tot de benoeming van zeventien bestuurders zou leiden. Dat Alfred Bouckaert voorzitter wordt, staat al sinds november vast. Bouckaert heeft ervaring in banken (Chase Manhattan, Crédit Lyonnais) en in het verzekeringswezen (Axa). Daarnaast wil men ook de zeven leden van het directiecomité in de raad van bestuur hebben en daarbovenop nog eens negen niet-uitvoerende bestuurders, aan te wijzen door de regering. Het is over die laatste negen dat nu een discussie woedt. Het headhuntersbureau Egon Zehnder heeft een lijstje voorgesteld dat zou uitmunten in evenwichten, maar tussen CD&V en PS is nu heibel ontstaan over de vraag wat precies de opdracht van Egon Zehnder was. Sommigen zien de lijst als de oplossing van een boel precaire politieke en andere evenwichten en willen er geen jota meer aan veranderen. Anderen willen dat advies niet meer is dan dat: een advies.

Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, pleitte economieprofessor Paul De Grauwe, ondanks zijn liberale etiket, onomwonden voor een nationalisering van de banken. Hij had vooral het probleem voor ogen dat de banken elkaars stabiliteit zodanig wantrouwen dat ze elkaar geen geld meer willen lenen. Terwijl het vlotte heen-en-weer bewegen van leningen tussen banken net cruciaal is om het bankwezen te laten functioneren. 'Als de overheid ze overneemt, kan ze via het bestuur de banken dwingen elkaar te vertrouwen', luidde de redenering. Vandaag, vier jaar en ettelijke bankreddingen later, is het onderlinge wantrouwen tussen de banken nog steeds een groot probleem. Maar de vraag wat een verstandige overheid daaraan kan doen met de banken die ze bezit, blijft onbeantwoord.

Ook de lessen die twintig jaar discussies en publicaties over deugdelijk bestuur (corporate governance) hebben aangebracht, zijn de Wetstraat kennelijk ontgaan. Een van de steunpunten van deugdelijk bestuur is dat je een evenwicht creëert tussen machten: een raad van bestuur moet het management controleren en moet daarom een andere voorzitter en grotendeels andere leden hebben. Directieleden wegen door hun betere dossierkennis sowieso al zwaarder in een raad van bestuur. Zeven directieleden kun je niet counteren met negen 'onafhankelijken' -- en bovendien kom je dan aan een totaal dat veel groter dan nodig of zelfs maar goed is om behoorlijk werk te doen. Zeker als je van de benoeming van die 'onafhankelijken' een spelletje maakt dat alles weg heeft van Monopoly.

Luc Baltussen

Onze partners