Ann Brusseel (Open VLD)
Ann Brusseel (Open VLD)
Vlaams volksvertegenwoordiger voor de Open VLD
Opinie

23/01/13 om 16:29 - Bijgewerkt om 16:29

Een primus voor de klas

Steeds vaker luiden docenten uit het hoger onderwijs de alarmbel over de kennis en vaardigheden van hun beginnende studenten.

Het was voor sommigen even schrikken bij het horen van de resultaten van het onderzoek van de Katholieke Hogeschool Limburg (KHLim) naar algemene kennis bij kandidaat-onderwijzers. Mij verbaast het niet. Hoewel Vlaanderen voor bepaalde onderdelen van de PISA-onderzoeken goed scoort, vallen ook wat tekortkomingen op te tekenen.

Steeds vaker luiden docenten uit het hoger onderwijs de alarmbel over de kennis en vaardigheden van hun beginnende studenten. Uit het recente TIMMS-onderzoek is gebleken dat de wetenschappelijke geletterdheid van onze lagere schoolkinderen onvoldoende is. De kennis van het Frans is bij veel onderwijzers ondermaats, geven sommigen ook grif toe. Uit doorlichtingen van de voorbije jaren blijkt dat de eindtermen van de eerste graad middelbaar onderwijs niet steeds gehaald worden. Nu wordt door Mieke Van Hecke verwezen naar mediawijsheid en gesuggereerd dat jongeren meer oog moeten hebben voor de actualiteit. Dit volstaat voor mij niet.

In eerste instantie moet de lerarenopleiding versterkt worden en meer studenten aantrekken die bewust voor het onderwijzersvak kiezen. De kandidaat-onderwijzers moeten om te beginnen een sterke algemene kennis hebben, specifieke onderzoekscompetenties hebben en leergierig zijn.

Meer dan de helft van de instromende studenten komen nu uit TSO en BSO, met een beperkte algemene kennis. Een toegangsproef lijkt me dus een eerste vereiste, want wiens bagage echt te licht weegt, zal moeilijk alles inhalen op drie jaren tijd. Een primus moet voor de klas gaan staan, niet de oud-leerling die op de middelbare school zelf slechts beperkte interesses had.

Sommigen vrezen dat de lat hoger leggen inzake opleidingsniveau veel kandidaat onderwijzers zal afschrikken, terwijl we permanent een tekort aan onderwijzers riskeren. Maar de lat te laag leggen om toch maar voldoende instroom te hebben, maakt het beroep niet aantrekkelijker. Integendeel, het prestige verdwijnt erdoor. We onderschatten te vaak de impact van maatschappelijke waardering op de keuze van studies en een beroep. Voor het lerarenberoep is die waardering helaas niet echt groot. Mocht gewerkt worden aan de carrièremogelijkheden binnen ons onderwijs en aan de kwaliteit van de instroom, dan kan de negatieve spiraal doorbroken worden. Het adagium moet zijn: jij bent het waard om voor de klas te staan, proficiat!

Ten tweede is het noodzakelijk meer uren wereldoriëntatie en wetenschappen in het curriculum van de onderwijzers te steken. Nu is dit pakket quasi verwaarloosbaar, het telt amper 9 à 12 studiepunten op het totaal van de opleiding van 180 studiepunten.

Ook andere thema's moeten aan bod komen in de lerarenopleiding, zoals cultuureducatie, technologie en mediawijsheid. Je kan je leerlingen niet warm maken voor geschiedenis, wetenschappen of techniek als je er zelf niet genoeg van kent, of de didactiek niet stevig onder de knie hebt. Want dat is precies wat we van onze onderwijzers mogen verwachten: dat ze hun wereld kennen en de kinderen kunnen boeien en uitdagen om bij te leren. Ik neem aan dat iedereen het hierover eens kan zijn, want deze oplossingen zijn niet zo vergezocht, noch controversieel.

Maar ondertussen verwijst Onderwijsminister Smet bij alle vragen en voorstellen over dergelijke kwesties keer op keer naar het aanslepende lerarenloopbaandebat. Dit dossier zit echter al geruime tijd volledig vast. Zo verliest hij kostbare tijd om dringende en noodzakelijke ingrepen te doen. Hoewel dus bepaalde aspecten van ons onderwijs zeer goed scoren in internationale onderzoeken, hebben we ook zwaktes. Beleidsvoerders hebben nogal de neiging voortdurend uit te pakken met deze successen en de zwakheden van het systeem onder de mat te vegen. De minister van Onderwijs zou de jongeren van vandaag nochtans een grote dienst kunnen bewijzen mocht hij nu een paar maatregelen willen nemen.

Ann Brusseel

Onze partners