Ludo Bekkers
Ludo Bekkers
Kunst- en fotografierecensent
Opinie

25/01/11 om 11:01 - Bijgewerkt om 11:01

Een Meester Amateur

Een amateur fotograaf kan het niveau bereiken van een professional. Dat bewees tussen de jaren 1910 en 1950 de Antwerpse industrieel Jozef Emiel Borrenbergen. Hij was een begaafd kunstenaar die zijn vak zowel technisch als esthetisch volledig beheerste. Met voorliefde fotografeerde hij zowel het idyllische landschap als het leven in de haven. Het picturalisme, dicht bij de schilderkunst, was zijn stijl die hij tot het einde volhield al miskende hij niet de nieuwe tendensen die zich na de tweede wereldoorlog opdrongen.

Een Meester Amateur

© Jozef Emiel Borrenbergen

Fotografie heeft zich kunnen ontwikkelen dank zij amateur fotografen. Ze is altijd een kostelijke aangelegenheid geweest en daarom aanvankelijk slechts bereikbaar voor de beter gesitueerden. Die waren ook hoger opgeleid en dus ontvankelijker voor de nodige technische en chemische kennis die nu eenmaal voor fotografie noodzakelijk was. Aanvankelijk, en tot het midden van de vorige eeuw, waren camera's en donkere kamerattributen ingewikkelde elementen. Er werd gewerkt met glazen platen die geprepareerd moesten worden en later met rolfilms waarvan men de chemische samenstelling goed moest kennen om het gewenste resultaat te bereiken. Bovendien was een esthetische gevoel onontbeerlijk om mooie en evenwichtige beelden te creëren. Men moest het allemaal zelf ontdekken - er waren geen fotoscholen - en ervaringen kon men dus alleen maar uitwisselen met gelijkgestemden. Zo ontstonden groepjes die zich verenigden in fotoclubs. In België bestaan er die meer dan honderd jaar oud zijn.

Een van de clubpioniers was de Antwerpse bedrijfsleider Jozef Emiel Borrenbergen (1884 - 1966). De IRIS fotoclub waarvan hij meer dan vijftig jaar voorzitter is geweest was een voorbeeld en groeide, onder zijn leiding, tot een nationaal en internationaal symbool. Buiten het geven van cursussen, het organiseren van wedstrijden, het kritisch beoordelen van foto's onder zijn leiding, richtte hij ook het tijdschrift "Fotokunst" op. Van 1924 tot 1939 was het een vademecum voor iedere amateur fotograaf. Misschien zijn belangrijkste initiatief was het organiseren van een jaarlijks Fotosalon waar belangrijke buitenlandse fotografen - soms uit 34 landen werden uitgenodigd.

Maar wie was nu Borrenbergen als fotograaf. Een amateur, zeer zeker, maar een die het amateurisme optilde tot professionaliteit. Toen hij begon, kort na de eerste wereldoorlog, was het picturalisme nog schering en inslag. Fotografen wilden de schilderkunst evenaren en hun voorliefde ging naar het impressionisme. Hun foto's waren zacht omfloerst en hun onderwerpen fixeerden zich op de natuur en het lichteffect Ook Borrenbergen koos er voor en, samen met Léonard Misonne, werd hij een van de meest markante Belgische vertegenwoordigers van die richting. Hij fotografeerde aandoenlijke taferelen uit de Antwerpse Kempen, typische zichten op het oude Lierse begijnhof of richtte zich op de haven. Om het picturialistisch effect te bereiken printte hij de foto's op zacht papier met een licht bruine textuur. Zijn ontwikkelingstechniek was zuiver ambachtelijk en dus zeer omslachtig maar het leverde wel het resultaat dat hij wilde bereiken : schilderachtige beelden. Toen hij, in een later stadium geconfronteerd werd met meer moderne visies, wees hij die niet af maar zijn voorliefde bleef het enigszins romantische beeld.

Ludo Bekkers

Tentoonstelling " Jozef Emiel Borrenbergen - 50 jaar Belgische fotogeschiedenis" Izegem, Anamorfose nog tot 12 maart. (info : www.anamorfose.be)

Onze partners