20/04/10 om 10:20 - Bijgewerkt om 10:20

Een machteloze staat

De toekomst van de sociale zekerheid veiligstellen is een opdracht die de huidige generatie politici niet meer aankan.

Eind vorige week had Thierry Jacques, voorzitter van de Mouvement Ouvrier Chrétien (MOC), een uitbundige boodschap voor zijn achterban: 'We moeten allemaal aan de slag, maar we gaan met z'n allen minder moeten werken.'

Een drastische werktijdverkorting dus - zoals eerder door de socialistische vakbonden geëist.

Het pijnlijke aan die boodschap over werktijdverkorting is dat zowat de hele Vlaamse vleugel van de christelijke arbeidersbeweging weet dat Jacques nonsens vertelt, maar dat niemand van de ACW-top, laat staan die van het ACV, dat ook hardop durft te zeggen.

Uit vrees dat het dan meteen tot een communautaire breuk binnen de beweging komt. Het is bij de socialistische arbeidersbeweging niet anders - Mia De Vits heeft dat destijds bij ABVV-FGTB mogen ondervinden.

Volgens Thierry Jacques moet deze federale regering doorduwen tot het einde van de regeerperiode. Ze mag zeker niet kapseizen over een communautaire kwestie. B-H-V is zijns inziens geen crisis waard. De slachtoffers van zo'n crisis zouden de arbeiders, de sociale huurders en de armlastige families zijn. Wat dan wel de weldaden zijn die de federale regering de voorbije maanden over die arbeiders, sociale huurders en armlastige families heeft uitgestrooid, liet de MOC-voorzitter voorts onbesproken. De nationale armoedecijfers en de uitgaven van de verschillende OCMW's maken alvast duidelijk dat die federale weldaden vrij gering waren.

Of B-H-V een crisis waard is of was, zal dezer dagen moeten blijken. Maar zelfs een oplossing voor de splitsing van de kieskring maakt geen einde aan het immobilisme en de machteloosheid van de federale regering.

De oorzaak van die machteloosheid wordt in Knack geschetst door Koen Geens, de ex-kabinetschef van Vlaams minister-president Kris Peeters.

De federale overheid houdt van de jaarlijkse belastinginkomsten welgeteld 16 miljard euro over, los van de interesten op de overheidsschuld en de ruim 20 miljard voor de sociale zekerheid, om een eigen beleid te voeren. En die federale regering staat voor een besparing van meer dan 20 miljard. Zelfs essentiële beslissingen kunnen niet meer worden genomen, zegt Geens. Als er al een oplossing wordt gevonden, dan komen daar telkens weer nieuwe financiële lasten van.

Niettemin worden aan de federale staatskas almaar nieuwe eisen gesteld. Zo vraagt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, nu al leeggezogen door de Brusselse gemeenten en door de Franstalige Gemeenschap die voor 2009 met een begrotingstekort van 1,9 miljard euro worstelt, een structurele, dus jaarlijkse extra injectie van 500 miljoen euro. Dat geld is er niet en moet bijgevolg door de federale overheid worden geleend op de internationale markt.

Het contorsionistenwerk van Dehaene, met eventuele gouverneurstrucs uit de oude doos, om B-H-V toch maar geregeld te krijgen, zullen aan de federale machteloosheid weinig of zelfs niets veranderen.

De politiek, begaan met kortzichtige electorale berekeningen en financiële partijbelangen, heeft de machteloosheid van de Belgische federale staat georganiseerd.

Daarom diende de regering een koninklijk onderhandelaar als Jean-Luc Dehaene in te huren, een veteraan die electoraal niets meer te verliezen heeft, om het B-H-V-imbroglio aan te pakken. Het financieringssysteem uit elkaar halen en hervormen, en op die manier de toekomst van de sociale zekerheid veiligstellen, is een opdracht die de huidige generatie van politici niet meer aankan.

Naar het voorbeeld van hun voorgangers - industrieel Leon Bekaert, ACV-kopman August Cool en anderen - die tijdens en meteen na de Tweede Wereldoorlog het sociaal en economisch overleg organiseerden, nam een uitgelezen groep van vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers daarom het voortouw voor de hervorming van het sociaal model en van de financieringwet.

Daarbij worden de financieringsmodellen die zijn aangereikt door de Naamse economieprofessor Robert Deschamps en door Eric Kirsch, de kabinetschef van federaal premier Yves Leterme, tegen het licht gehouden.

Het federale huis is nu helemaal uitgewoond, de Belgische politiek heeft haar laatste greintje waardigheid verloren.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners