Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

27/05/11 om 09:32 - Bijgewerkt om 09:32

Een derde kanaal?

Zou VMMa misschien niet zozeer moeten vrezen voor een derde kanaal van de VRT, maar dit net aanmoedigen?

Op 22 mei uitte de Private Omroep Federatie (POF), de belangenvereniging van de Vlaamse commerciële omroepen, in een persbericht aan persagentschap Belga haar bezorgdheid over de komende beheersovereenkomst tussen de Vlaamse regering en de openbare omroep VRT. Volgens hen zou de resolutie die de meerderheidspartijen - CD&V, sp.a en N-VA - uitvaardigden onder meer de oprichting van een derde televisiekanaal niet uitsluiten en zo vooral de belangen van de openbare omroep dienen. 'Het is duidelijk dat een volledig derde kanaal het private initiatief nog nauwelijks kans laat.', stelt de POF.

Met deze resolutie die de oprichting van een derde kanaal mogelijk zou maken, gaan wij, net als de POF, niet akkoord. Echter wel op basis van andere redenen. De argumentatie die de federatie aanhaalt, lijkt ons immers aan de flauwe kant. Door de installatie van een derde kanaal zou de Vlaamse regering immers indirect het privé-initiatief fnuiken. Kort gesteld komt het neer op een klassiek 'overheid versus markt-verhaal', wat hier in onze ogen niet gepast is. De POF doet uitschijnen dat ze door de regering een verminderde toegang krijgt tot het kijkerspubliek. Niets is echter minder waar. De Vlaamse Media Maatschappij (VMMa), de grootste speler binnen de POF, heeft nu vijf zenders (vtm, 2BE, JIM, vtmKzoom en Vitaya) in het analoge zenderaanbod. Dat komt er op neer dat de 'vrije zender' per dag 72 uur zendtijd meer heeft dan de twee VRT-kanalen om televisieminnend Vlaanderen te bereiken.

Opvallend is dat ook de Nederlandse Publieke Omroep met drie zenders (Nederland 1, 2 & 3) meer mogelijkheden heeft om Vlaamse kijkers aan te trekken dan onze eigen openbare omroep.

In deze casus wordt de Vlaamse Radio- en Televisieomroep door de commerciële maatschappijen als 'staatsomroep' beschouwd, wat in de bedrijfswereld en het huidige politieke discours automatisch in éénzelfde zin geplaatst worden met 'terugdringen' en 'privatiseren'. Sinds 1997 echter is de VRT een NV van publiek recht. Dit geeft hen het recht om binnen een vastgelegd kader, in de vorm van de beheersovereenkomst, concurrentie te voeren met de commerciële omroepen. De POF uit kritiek op het mogelijke derde kanaal, wat doet uitschijnen dat het hier een ideologische kwestie van staatsoptreden in een markt betreft, terwijl ze eigenlijk gewoon de commerciële belangen van haar leden wil beschermen.

Ja, de openbare oproep wordt sterk gesubsidieerd, en ja, de benoemingen in de raad van bestuur en de comités zijn politiek gemotiveerd. Dit zijn echter geen redenen waarom ze ruimte zou moeten laten aan de commerciële zenders. De liberalisering van de televisiemarkt had de bedoeling om investeerders de kans te geven private initiatieven op te starten en de concurrentie aan te gaan met de openbare omroep, waar de VMMa tot eind de jaren negentig met glans in slaagde. Echter, door fikse besparingen en een hernieuwd, succesvol management bij de VRT verloor de VMMa in de eerste helft van vorig decennium gradueel zijn opgebouwde marktaandeel, met 18% als dieptepunt in 2003. Met de mogelijke oprichting van een derde kanaal door de VRT vrezen de VMMa en andere mediagroepen nu dat hun respectievelijke aandelen nog verder zullen dalen. Het probleem ligt niet aan het gebrek aan ruimte om het publiek te bereiken, getuige het aantal zenders die de commerciële spelers beschikking hebben.

De oorzaak voor hun angst moet eerder gezocht worden in een vermeende kwaliteit die de VRT zou kunnen bieden met hun kanaal. Moest Ketnet een volwaardig kanaal krijgen, zouden vtmKzoom, Nickelodeon en andere kindgerichte zenders misschien een (groot) deel van hun kijkers verliezen. Dit valt echter te betwijfelen. De VMMa focust met haar vijf kanalen voor een groot deel op het aankopen van buitenlandse formats en series. De productie of aankoop van meer kwaliteitsvolle, Vlaamse producties daarentegen blijft meer het dada van de VRT - hoewel Matroesjka's of Diamant waardige tegenhangers waren. Ondanks haar twee zenders, haalt de openbare omroep toch meer marktaandeel dan de vijf van VMMa. Zou deze laatste misschien niet zozeer moeten vrezen voor een derde kanaal, maar dit net aanmoedigen? Het invullen van 24 extra televisie-uren zou, zonder noemenswaardige budgetverschuivingen, hoogstwaarschijnlijk kwaliteitsverlies bij de VRT betekenen.

Wat het 'derde kanaal' van de VRT betreft dient er dus enige terughoudendheid geboden te worden. Hoewel het een mooi vooruitzicht zou kunnen bieden, zijn we van mening dat een derde kanaal niet hoeft voor onze Vlaamse omroep. Door het verbreken van het exclusiviteitscontract met Woestijnvis zullen de creatievelingen binnen de VRT en buiten Woestijnvis meer kansen krijgen (aldus CEO Sandra De Preter tijdens het Groot Mediadebat op Canvas, 4/5/2011). Deze nieuwe kansen moeten gevrijwaard blijven, waarvoor voldoende middelen moeten voorzien worden. Het is maar de vraag of dit zo zou worden/blijven mocht er een derde tv-zender bijkomen. Omwille van het karakter van de openbare omroep kan deze sowieso niet volledig financieel gedekt worden door reclame- en advertentie-inkomsten. Indien de VRT reeds diende te besparen op haar middelen voor het volledig programmeren van twee zenders, hoe dient ze het dan met een extra kanaal klaar te spelen?

De oppositie bij monde van Bart Tommelein (Open VLD) en Bart Caron (Groen!) zijn alleszins niet te vinden voor een derde kanaal. Het aanbod is voldoende, en anders komt de VRT in het vaarwater van de commerciële spelers terecht, meent de liberaal (DS 3/5/2011). Besparen waardoor de kerntaken beter worden, volgens de laatste. Over het derde kanaal is het laatste woord duidelijk nog niet gezegd.

Wij hopen in ieder geval dat de VRT haar publieke rol met verve zal blijven vervullen, zonder zich te veel aan het commerciële model te spiegelen. De commerciële zenders aan de andere kant, overwegen misschien beter een overschakeling van kwantiteit naar kwaliteit, indien ze hun marktaandeel terug willen vergroten. De waarheid is nu eenmaal dat de aard van de programma's en het verschil in kwaliteit tussen de publieke en commerciële zenders gewoonweg te groot is opdat de kwaliteitszoeker nog een 'vrije keuze' zou hebben.

Kevin Ghekiere en Wester Schepers, studenten Geschiedenis aan de UGent

Onze partners