Luc Baltussen
Opinie

10/01/12 om 14:09 - Bijgewerkt om 14:09

Een boete voor elke beurs

De superboetes op fiscale fraude zijn minder drastisch dan ze lijken.

Beeft, gij lelijke belastingontduiker: ook voor u komen de superboetes eraan! Zo lezen we, tenminste op het eerste gezicht, de berichten over wat ons parlement de voorbije twee jaar heeft uitgericht. Of dacht u dat de vertegenwoordigers des volks allemaal hun handen vol hadden met het controleren van een aftredende regering?

De partijen van de nieuwe meerderheid én de groenen hebben in het parlement een akkoord bereikt om de maximumboetes voor fiscale fraude fors op te trekken. Op dit ogenblik kan de rechtbank iemand wiens schuld bewezen is een boete van hoogstens 125.000 euro opleggen. De staatssecretaris voor de coördinatie van de Fraudebestrijding van de vorige regering, Carl Devlies (CD&V), zei twee jaar geleden dat dit bedrag in sommige grote fraudezaken een lachertje is en fraudeurs absoluut niet afschrikt. Daarop volgden lange besprekingen in de Kamercommissies Justitie en Financiën. In de tekst van het wetsvoorstel dat de meerderheidspartijen samen met de groenen hebben ingediend, wordt de maximumboete nu opgetrokken naar 500.000, en wordt het bovendien onderworpen aan het systeem van de opdeciemen (nog eens maal zes), waardoor ze uiteindelijk uitkomt op 3 miljoen euro - 24 keer meer dan nu. De nieuwe staatssecretaris voor Fraudebestrijding, John Crombez (SP.A), heeft al laten weten dat hij het voorstel steunt. Dat het, vrij snel zelfs, wet wordt staat vast.

Uiteraard is het een goede zaak dat de rechter boetes zal kunnen opleggen die meer in verhouding staan tot het gewin dat belastingontwijkers beogen. Rechtbanken die effectief tot een schuldigverklaring komen, zullen dankbaar gebruik maken van de verruiming van de strafmogelijkheden waarover ze binnenkort beschikken. Ongetwijfeld zullen veel would-befraudeurs een tweede keer nadenken: de risico's worden een stuk groter. Toch kun je je afvragen, als de verhouding tussen fraude en boete zo belangrijk is, waarom de wetgever dan toch vasthoudt aan 'vaste' maximumboetes. Het lijkt veel geld, 3 miljoen euro, maar het blijft een maximum. Wie de inzet maar groot genoeg maakt, zal ook in de toekomst kunnen besluiten dat de boete hem gestolen kan worden. Als de Europese Commissie bedrijven betrapt op kartelvorming, wordt hun boete uitgedrukt als een percentage van hun omzet. Dat is een meer directe manier om fraude en boete op elkaar af te stemmen. Zodat er een boete is 'voor elke beurs', als het ware.

Maar natuurlijk is de hoogte van de boetes niet het kernprobleem van de fiscale fraude in ons land. Ook superboetes zetten geen zoden aan de dijk, als de pakkans verwaarloosbaar klein blijft en de procedurele mogelijkheden van wie wel gepakt wordt tot ver voorbij de termijn reiken waarin vervolging verjaart. Na een jaar waarin we meer dan één megafraudezaak met een sisser zagen aflopen 'omdat de tijd op is' zijn het niet de superboetes die ons vertrouwen in dit deel van de rechtsstaat zullen herstellen.

Wetgeving heeft alleen zin als er respect voor afgedwongen wordt. Als overtreders daadwerkelijk gestraft worden. Dat is een kwestie van veel schakels. Duidelijke wetteksten, voldoende afschrikwekkende straffen, dat is zeker belangrijk. Maar zolang de overheid niet investeert in mankracht en deskundigheid bij de opsporingsdiensten, blijft het allemaal wat spierballengerol.

Luc Baltussen

Onze partners