Marc De Vos (UGent)
Marc De Vos (UGent)
Directeur van de denktank Itinera en docent aan de UGent
Opinie

27/09/10 om 16:55 - Bijgewerkt om 16:55

Driehoeksverhouding in crisistijd

Terwijl de regeringsvorming verder aansleept, tikt de klok steeds luider voor het sociaal overleg.

Werkgevers en vakbonden moeten zich tweejaarlijks buigen over de evolutie van lonen en arbeidsvoorwaarden. De onderhandelingen over de editie 2011-2012 van het zogenaamde 'interprofessioneel akkoord' of IPA zullen niet van een leien dakje lopen. Voka en VBO spraken zich al uit voor een strenge loonmatiging. De vakbonden hebben al betoogd voor hogere uitkeringen en trekken die eis naadloos door naar hogere lonen.

Daarmee gaat het klassieke welles-nietesspelletje over zin en onzin van loonmatiging opnieuw van start. Werkgevers, cijfers over loonkostenhandicap in de hand, zien loonmatiging als essentieel voor de concurrentiepositie van onze exporteconomie. Vakbonden, gewapend met cijfers over de daling van het arbeidsinkomen in de economie, claimen koopkracht als essentieel voor economisch herstel. Ook de vakbonden gaan dus voor groei. Maar ze verschillen met de werkgevers van mening over de te volgen weg.

Eigenlijk hebben beide kampen elk voor een stuk gelijk. Er bestaat geen twijfel over de Belgische loonkostenhandicap in vergelijking met de buurlanden die onze belangrijkste exportconcurrenten zijn. Dat lagere loonkosten meer werkgelegenheid kunnen brengen, weet elke eerstejaarsstudent economie uit de wet van vraag en aanbod. Anderzijds is het evenzeer evident dat private consumptie en investeringen gebaat zijn met koopkracht, zeker in tijden waarin de overheid zal moeten besparen en/of belasten om de begroting opnieuw in evenwicht te krijgen.

Idealiter zouden de onderhandelaars het best beide doelstellingen tegelijk nastreven: matigen waar het moet en verhogen waar het kan. Dat is echter onmogelijk omdat het IPA via zijn fameuze loonnorm de loonevolutie gelijkmatig moet coördineren voor de hele arbeidsmarkt. Zolang het sociaal overleg geen open differentiatie tussen sectoren en bedrijven toelaat, blijf je vechten over een eenheidsworst waarin iedereen een stuk van zijn agenda wil, maar waarvan het resultaat voor niemand een echte oplossing biedt.

Daarnaast is er de volatiele economische context. De mondiale recessie is voorbij, maar de economische heropleving vertraagt alweer in de VS en dreigt ook in Europa af te brokkelen. Onzekerheid is de enige zekerheid. De voorspellingen veranderen elke maand. Desondanks moeten de sociale partners een akkoord sluiten over loonevolutie in de komende twee jaren, met daarbij nog de typisch Belgische stoorzender van automatische loonindexering. Het is begrijpelijk dat werkgevers dan de zekerheid van een strenge loonmatiging verkiezen boven de onzekerheid van een loonstijging die achteraf te genereus blijkt of die ontspoort door indexering.

De kloof tussen de onderhandelaars is dus gebonden aan het institutionele kader van de onderhandeling zelf. De techniek van een uniforme en vaste loonnorm en het mechanisme van een tweejaarlijks akkoord zonder daadwerkelijk correctiemechanisme, dwingen beide kampen in de loopgraven van het eigen grote gelijk.

We hebben twee opties. Ofwel herijken we het onderhandelingskader van het Belgisch sociaal overleg, richting meer variatie en flexibiliteit. Dat is onbespreekbaar voor vakbonden en ook veel werkgevers verlaten zich graag op de luxe van collectieve onderhandelingen. Ofwel maken we een keuze tussen de twee agenda's en moeten de sociale partners tot een vergelijk komen over de prioritaire strategie. Dat deden de Duitsers en eerder de Nederlanders door een compromis over duurzame loonmatiging gekoppeld aan investeringen en innovatie. In beide gevallen bracht dat uiteindelijk goede resultaten voor groei en werkgelegenheid. In beide gevallen was de toenmalige regering een belangrijke dynamo in het proces.

Dat brengt ons terug naar het beginpunt. Het IPA is een driehoeksverhouding: de regering is nodig om de bakens uit te zetten en de strategische keuzes te ondersteunen. Zolang de politieke crisis duurt, zal ook de crisis van het sociaal overleg blijven duren.

Marc De Vos

Onze partners