Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

06/12/12 om 15:33 - Bijgewerkt om 15:33

Discriminatie van hoogopgeleide allochtonen

Hoe komt het dat ook hoogopgeleide allochtonen die de taal machtig zijn en beschikken over een diploma evenzeer een hogere werkloosheidsgraad vertonen vergeleken met autochtone hoogopgeleiden?

Vaak wordt gesteld dat de hoge werkloosheidsgraad bij allochtonen te wijten is aan taalachterstand en gebrek aan diploma's. Lijkt in eerste instantie een aannemelijke argumentatie, maar hoe komt het dan dat ook hoogopgeleide allochtonen die de taal machtig zijn en beschikken over een diploma evenzeer een hogere werkloosheidsgraad vertonen vergeleken met autochtone hoogopgeleide?

In een rapport van de VDAB studiedienst van 2012 (cijfers uit 2009) staat als volgt: "De werkzaamheidskloof tussen allochtonen en Belgen blijkt zelfs helemaal niet lager te liggen bij een hoger opleidingsniveau." Bij de definiëring van allochtoon houdt het rapport van de VDAB studiedienst geen rekening met het feit of de allochtoon tot Belg genaturaliseerd is of niet, wel in welke land hij of zij geboren is. De cijfers hebben betrekking op allochtonen die niet in de EU geboren zijn. Een kanttekening bij deze conclusie is dat bij 30% van de niet in de EU geboren allochtonen het diploma niet werd gelijksteld met een Belgisch diploma. Ik geef hieronder dan ook cijfers voor de arbeidsmarkspositie van hoogopgeleide Turken en Marokkanen mét een Belgisch diploma.

Het tweede cijfer komt uit een masterproef van Veerle Van den Eede ('Hoogopgeleide allochtonen van Turkse en Marokkaanse afkomst met een Belgisch diploma: knelpunten bij de doorstroming naar de arbeidsmarkt', 2010, Universiteit Antwerpen). In haar studie blijkt dat in de literatuur een verschil qua opleidingsniveau tussen allochtonen en autochtonen een onvoldoende verklarende factor is om de verschillen tussen hen op de arbeidsmarkt
te verklaren. Dat zelfs indien men controleert voor het verschil in opleidingsniveau er nog steeds een verschil bestaat tussen allochtonen en autochtonen naar de arbeidsmarkt toe. In concreto dat wanneer allochtonen en autochtonen eenzelfde opleiding hebben, dit ongeveer slechts een derde van het verschil in werkloosheid tussen allochtonen en autochtonen verklaart.

Wat deze onderzoeken ons leren is dat gebrek aan taalkennis en aan diploma's hoegenaamd geen prominente rol spelen om beter gewapend te zijn in de zoektocht naar werk. Indien dat zo zou zijn, dan zou de kloof tussen allochtonen en autochtonen met eenzelfde studieniveau nihil moeten zijn. En vooral dat de werkzaamheidsgraad tussen hoogopgeleide Turken en Marokkanen en hoogopgeleide autochtonen met Belgische diploma ook nihil moeten zijn. In haar onderzoek concludeert Veerle Van den Eede vast dat Turken en Marokkanen ondanks een hoge opleiding meer moeilijkheden ondervinden op de arbeidsmarkt dan hun autochtone collega's. Zij stelt vast dat meer dan de helft van de hoogopgeleide autochtone pasafgestudeerden een baan vinden aansluitend op het afstuderen, terwijl het bij hoogopgeleide Turken en Marokkanen om 28% gaat. Diegenen die er meer dan vijf jaar over doen om terecht te komen bij de eerste belangrijke baan zou bij hoogopgeleide autochtonen 1,20% bedragen , terwijl dat bij hoogopgeleide Turken en Marokkanen om maar liefst één zesde (16,7%) zou gaan.

Het kan niet anders dan dat discriminatie ook een rol speelt. Discriminatie maakt met andere woorden weinig onderscheid tussen laag- en hoogopgeleide allochtonen. Het culturaliserende discours in het debat rond arbeidsparticipatie van allochtonen staat met andere woorden niet zo heel stevig in de schoenen als dat dikwijls als vanzelfsprekend wordt aangenomen en gepropageerd. Welk signaal geven deze cijfers de allochtone gemeenschap? Wel dat het weinig uitmaakt of je de taal machtig bent of gestudeerd hebt, je zal niet echt meer geaccepteerd en erkend worden als je laagopgeleide "niet-geintegreerde" allochtone landgenoten. Dat is een slecht signaal in het huidige maatschappelijke klimaat waarin beleidsmakers de allochtone gemeenschap dagdagelijks de boodschap meegeven dat allochtonen pas echt geaccepteerd kunnen worden indien ze de taal leren, zich opleiden en integreren.

Hoogopgeleide allochtonen die in hun zoektocht naar werk voor brood op de plank gediscrimineerd worden, kunnen niet anders dan die discriminatie interpreteren als niet geaccepteerd te zijn. Discriminatie van hoogopgeleide allochtonen (en ook die van niet hoogopgeleide allochtonen) werkt bovendien de sociale mobiliteit van de allochtone gemeenschap tegen, met nefaste gevolgen van dien.

Engin Palit is student Politicologie aan de Vrije Universiteit Brussel

Onze partners