Ewald Pironet
Ewald Pironet
Senior writer van Knack
Opinie

29/04/10 om 11:25 - Bijgewerkt om 11:25

Die andere houdgreep

De sociale partners in ons land zijn goed op weg om de politici te evenaren.

Gezamenlijk riepen werkgevers en werknemers de politici op om tot een oplossing te komen voor B-H-V. Dat kan niet verhullen dat ze zelf niet in staat zijn om tot oplossingen te komen over nog veel belangrijkere problemen.

Enkele uren voor Open VLD-voorzitter Alexander De Croo premier Yves Leterme naar de koning joeg, klonken de werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers eensgezind over de onderhandelingen rond het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde: 'De huidige socio-economische crisis en het aankomende Belgische voorzitterschap van de Europese Unie laten niet toe dat ons land in een institutionele en politieke chaos terechtkomt. Wij roepen dan ook alle politieke partijen en mandatarissen op, na maanden discreet overleg, tot een oplossing te komen.' Getekend: het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), de Unie van Zelfstandige Ondernemers (Unizo), het Agrofront van Landbouworganisaties, het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV), en de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB).

Ook nadat de premier het ontslag van zijn regering aan de koning had aangeboden, bleven de sociale partners het herhalen: 'Men moet stoppen met het spelen met vuur om electorale redenen op korte termijn', verklaarde bijvoorbeeld VBO-voorzitter Thomas Leysen. Jan Renders, afscheidnemend voorzitter van het ACW, de koepelorganisatie waartoe het ACV behoort, zei afgelopen weekend: 'Stop met gekissebis en pak de sociale problemen aan.'

Natuurlijk beseffen de sociale partners dat er op communautair vlak wat moet gebeuren. Ze bestuderen trouwens in alle stilte, gesteund door professoren en doorgewinterde cijferaars van noord en zuid, een hervorming van de onhoudbare financieringswet. Maar we kampen inderdaad met nog veel grotere problemen dan B-H-V, met name de toekomst van de sociale zekerheid en de pensioenen. En net daar spelen die sociale partners een cruciale rol. Of dat zouden ze toch moeten doen, want zoals Vlamingen en Franstaligen elkaar al jaren in een houdgreep houden over communautaire twistpunten, zo houden de sociale partners elkaar in een houdgreep als het gaat over wat er moet gebeuren met onze sociale zekerheid en pensioenen.

Al jaren is het bijvoorbeeld duidelijk dat we meer mensen langer aan het werk moeten houden, willen we ons sociaal model en onze levensstandaard behouden. Wie begrijpt dan dat werkgevers en werknemers doodleuk blijven doorgaan met het afsluiten van akkoorden voor brugpensioenen, zoals recent nog bij Opel Antwerpen vanaf 50 jaar? De werknemers krijgen dan dus tot hun 65e een uitkering om niets te doen, en ze betalen geen socialezekerheidsbijdragen. Dat wordt natuurlijk betaald door de belastingen en sociale bijdragen van degenen die wel nog werken. Zo stevenen we af op een failliet van het systeem.

Natuurlijk is het afschaffen van het brugpensioen maar één element van een hele hervorming die noodzakelijk wordt. Langer werken betekent bijvoorbeeld ook dat er een andere arbeidsmarkt moet komen, dat werkgevers 50-plussers aan de slag moeten houden en helpen, dat er aangepast werk voor hen moet komen, dat de werknemers tijdens een korte carrière niet mogen worden uitgeperst enzovoort. Dat weten we allemaal al járen, maar de sociale partners boeken op dit vlak volstrekt geen vooruitgang. De werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers die onze politici waarschuwen dat ze met vuur spelen, laten zo onze welvaart in rook opgaan.

De Belgische politiek heeft haar machteloosheid geïllustreerd met het imbroglio van B-H-V. De sociale partners in ons land zijn goed op weg om die politici te evenaren - ook al doen de politici de voorbije dagen wel érg hard hun best om hun voorsprong te vergroten.


Ewald Pironet

Onze partners