26/07/12 om 08:45 - Bijgewerkt om 08:45

Didier Reynders wordt (helaas) fan van Paul De Grauwe

Meer interventies vanwege de ECB, zoals bepleit door Paul De Grauwe en nu Didier Reynders, zullen de structurele problemen van de eurozone enkel maar vergroten.

Didier Reynders wordt (helaas) fan van Paul De Grauwe

© Belga

De Financial Times meldt dat onze minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) pleit voor een wijziging in de statuten van de Europese Centrale Bank (ECB). Meer bepaald wil Reynders dat de ECB de mogelijkheid krijgt om op een directe wijze over te gaan tot de financiering van de behoeften van probleemlanden als Griekenland, Spanje en Italië. Als iemand die er een lange staat van dienst als minister van Financiën heeft opzitten, wegen in dit soort van materies de woorden van Reynders nog altijd iets zwaarder dan die van een doorsnee Europese minister van Buitenlandse Zaken.

Didier Reynders sluit zich met deze stellingname aan bij het pleidooi dat Paul De Grauwe, professor emeritus van de KU Leuven en nu verbonden aan de London School of Economics, nu al maanden serveert. De Grauwe wil dat de ECB massaal het papier van de probleemlanden binnen de eurozone opkoopt om alzo de rentelasten voor de landen laag te houden en de financiering van hun behoeften te verzekeren. Didier Reynders sluit zich nu aan bij de argumentatie van De Grauwe. Op het eerste zicht klinkt dit pleidooi erg verdedigbaar maar bij nader toezien zou deze strategie de eurocrisis op termijn enkel maar dieper en structureler maken. Diverse redenen ondersteunen dit negatieve verdict voor de Reynders-De Grauwe-strategie. We zetten de drie belangrijkste op een rijtje.

Eén. Het moderne geldwezen berust louter op vertrouwen (en een beetje op het vermogen tot belasten van de overheden achterliggend aan de centrale bank). Het geld dat wij vandaag in onze portefeuille houden en op onze bankrekening hebben staan, ontleent in hoge mate zijn waarde aan het vertrouwen dat er heerst in de centrale bank, in casu de ECB.

Wordt deze centrale bank de lakei van politieke bekommernissen dan, zo leert de geschiedenis ten overvloede, verdwijnt dat vertrouwen. Al te vaak doorkruisen politieke desiderata immers de deugdelijkheidsvereisten van het monetaire beleid. Via inflatie of deflatie komt het ganse economische systeem via een ontredderd monetair beleid in heel onstabiele wateren, een evolutie die al te vaak uitmondt in heel betreurenswaardige politieke ontwikkelingen.

Twee. Zo gauw een Reynders-De Grauwe-strategie (voortaan RDG) ten uitvoer wordt gelegd, zullen de inspanningen tot saneren en herstructureren op een beduidend lager pitje gezet worden, bijvoorbeeld in de landen door Reynders expliciet vernoemd (Griekenland, Spanje en Italië). Waarom? Om de doodeenvoudige reden dat het nogal wiedes is dat politici zich veel liever afmaken van electoraal meestal zwaar bestrafte sanerings- en herstructureringsinspanningen. En als de ECB toch voor de financiering instaat, is er sowieso geen probleem meer.

Hier zit een fundamentele contradictie in de RDG-strategie. Zij willen ten gronde dat de ECB via aankoop van papier van noodlijdende landen de ruimte creëert voor die landen om grondige hervormingen door te voeren. De naakte realiteit is evenwel, en wederom kan uitvoerig naar de recente en wat oudere geschiedenis verwezen worden, dat net door de interventies van de centrale bank de aansporing om die hervormingen door te voeren onderuit gehaald wordt.

Drie. Het argument dat de Bank of England en de Federal Reserve, de centrale banken van Groot Brittannië respectievelijk de Verenigde Staten, al geruime tijd op de RDG-koers zitten, snijdt geen hout. Nemen we het voorbeeld van de Fed. Die koopt staatspapier van de Amerikaanse federale overheid die de macht heeft om belastingen te heffen doorheen heel de VS. De ECB moet in het RDG-scenario papier kopen van individuele lidstaten om de doodeenvoudige reden dat er geen papier is van de Europese federale autoriteit (die de macht om te taxeren doorheen de ganse EU zou hebben).

De institutionele omkadering is dus totaal verschillend en de gevolgen daarvan ook. Elk van de landen voor wie de ECB tussenkomt, zal nauwelijks wakker liggen omtrent de mogelijke verliezen op papier aangekocht door de ECB vermits die verliezen door het ganse eurosysteem moeten gedragen worden. Elk van deze landen zal dus maar voor een klein gedeelte van de veroorzaakte verliezen moeten instaan. Indien de Fed verlies zou moeten boeken op het aangekochte federaal papier en vers kapitaal zou behoeven, heeft zij maar één gesprekspartner: de US Treasury (en het Congres). De ECB moet met zeventien tegenpartijen het bad in.

En dan hebben we het niet over het politieke probleem rond een RDG-strategie. Met name in Duitsland, maar ook in landen als Nederland en Finland, is de allergie, ook bij de publieke opinie, tegen een ECB aan het handje van de politiek erg groot. Bovendien: in een land als Duitsland is de grondwet geen politiek lukraak te manoeuvreren documentje. De Duitse grondwet verbiedt namelijk monetaire financiering van overheidstekorten.

Johan Van Overtveldt

Onze partners