27/01/13 om 11:35 - Bijgewerkt om 11:35

DI Rupo en de les van Davos

Onze premier lijkt de belangrijkste conclusie van Davos niet te willen onderschrijven. Nu het budgettaire beleid omgooien, is economische, financiële en uiteindelijk ook sociale zelfmoord. Het Japanse voorbeeld bewijst dat ten overvloede.

DI Rupo en de les van Davos

© Belga

Het jaarlijks World Economic Forum in Davos zit er weer op. Vanuit het mondaine Zwitserse ski-oord vertrokken de groten der aarde opnieuw naar hun kanselarijen en hoofdkwartieren, terug naar de realiteit. Er heerste in Davos nagenoeg unanimiteit rond de volgende drieledige conclusie: de wereldeconomie kende vorig jaar een heel moeilijk jaar, er hangt nu beterschap en optimisme in de lucht en het komt er vooral op aan de noodzakelijke structurele maatregelen onverkort door te voeren. Onder meer Christine Lagarde, de afgevaardigde bestuurder van het IMF, sprak zich in die termen uit.

Opvallende interventies waren volgens de uitgebreide berichtgeving over het Davos-evenement bij de vleet. Financier en investeerder George Soros, centraal bankier Mark Carney en Duits bondskanselier Angela Merkel behoorden zeker tot de meer opgemerkte sprekers. Refererend aan de massale interventies van de belangrijkste centrale banken van de wereld ziet Soros een nieuwe kredietzeepbel volop vorm krijgen. Hij noemde die situatie "the big, unresolved issue".

Mark Carney, die in juni zijn voorzitterschap van de Bank of Canada ruilt voor dat van de Bank of England, waarschuwde dat de systemische dreiging van de grootbanken (het too big to fail-syndroom) en de problematiek van de schaduwbanken (financiële instituten ontsnappend aan toezicht en controle) dringend meer doortastend dienen te worden aangepakt. Gebeurt dat niet, dan dreigt er binnen de twee jaar terug een zware financiële crisis.

Bondskanselier Merkel herhaalde in Davos haar bekende mantra: Europese landen moeten doorzetten met hun soberheidsbeleid ("austerity") en werken aan hun concurrentievermogen. Merkel veegde met haar boodschap nog maar eens de oproep van tafel dat Duitsland haar begrotingstekort zou moet laten oplopen en forse loonstijgingen zou moeten doorvoeren. Het frappante aan de speech van Merkel was dat ze deze stellingen kordaat blijft verdedigen tegen een groeiende consensus rond het noodlottige van austerity hier en nu.

Economen als Nobelprijswinnaars Paul Krugman en Joe Stiglitz worden daar steeds meer uitgesproken over, net zoals hier bij ons iemand als Paul De Grauwe. Beleidsverantwoordelijken als de Franse president François Hollande, de Italiaanse premier Monti en de reeds geciteerde Christine Lagarde (niet gespeend dus van enige contradictie in haar betoog) spreken vergelijkbare taal.

In een interview met de Wall Street Journal vervoegde premier Elio Di Rupo heel nadrukkelijk het Krugman-Hollande kamp. Blijft de crisis aanhouden, aldus Di Rupo, dan moeten we de budgettaire teugels kunnen vieren om erger te voorkomen. Hij verwees daarbij naar Japan en de nieuwe regering Abe die nu alles op alles zet om via bijkomende monetaire en budgettaire stimulansen de economie overeind te houden. Krugman & Co toonden zich voorspelbaar enthousiast over het Abe-offensief. Tegelijk schreef econoom en investeerder John Mauldin dat Japan net is als "een insect driftig op zoek naar de voorruit van een auto om tegen te crashen".

Japan is inderdaad een beleidsvoorbeeld dat zeker niet moet gevolgd worden. Met 230% van het BBP overheidsschuld, een toenemende noodzaak om op buitenlandse investeerders in staatspapier een beroep te doen en een economie die omwille van institutionele scheeftrekkingen nauwelijks nog tot groei in staat is, vormt het Abe-beleid een quasi-garantie op nog grotere moeilijkheden. Korte termijn-trucjes lossen geen structurele problemen op.

Het Japanse voorbeeld leert dat de opstapeling van monetaire stimuleringsmaatregelen en budgettaire tekorten uiteindelijk geen soelaas bieden. Er moet in Japan, net zoals in België, terug meer economische groei komen. Dat kan enkel via ernstige ingrepen in de werking van de arbeidsmarkten, van productmarkten als energie en kleinhandel en van de fiscaliteit. Verder gaande sanering van de publieke financiën is absoluut noodzakelijk om een door de vergrijzing gedreven escalatie van de overheidsschuld tot ver boven de 100% van het BBP te voorkomen. Bovendien zou het nu loslaten van de saneringsinspanningen het vertrouwen van consumenten, ondernemers en investeerders grondig ondergraven. Iedereen gaat dan immers anticiperen op besparingen en belastingverhogingen die dan later op de dag toch onvermijdelijk gaan komen.

Zo belanden we bij wat misschien de grootste les van een happening als Davos zou moeten zijn. Om het broze optimisme beter te stutten zouden beleidslui er alles aan moeten doen om het aarzelend terugkerende vertrouwen bijkomend te ondersteunen. Terugkomen op wat sowieso noodzakelijk is (sanering van de openbare financiën) en niet ernstig voortmaken met wat ook noodzakelijk is (hervorming van arbeids- en andere markten en van fiscaliteit) zal ons heel snel terug in woelige waters brengen. Kortom, het is fout van onze premier om nu het Krugman-Hollande-kamp te vervoegen.

Johan Van Overtveldt

Onze partners